Op het spandoek staat in reusachtige letters “JA”. Onwillekeurig moet ik denken aan de herhaalde verkiezingscampagne van Hitler in de jaren dertig. Hij was één van de eersten die de kracht van dat woord zo gebruikte, en de “JA” poster blijft een klassiek voorbeeld voor studenten van reclame en propaganda. Want het werkte. De Nationaal Socialisten kregen die “Ja”-stem in overdonderende meerderheid. Als de stemmers toen geweten hadden welke koers zij daarmee inluidden hadden ze dat waarschijnlijk niet gedaan.
Maar het spandoek is niet toen. Het is nu. Voor de Partij van de Vrijheid. Vrijheid is ook zo'n krachtig woord – zowel te pas als te onpas gebruikt in propaganda. Liberté, Freiheit, Freedom. De mannen en vrouwen die het doek dragen willen graag hun steun betuigen aan Wilders, de leider van de PVV. Hij pleit nu voor zijn vrijheid. Om bijzonder gepeperd zijn mening te uiten, over de Islam. Over de politiek.
Of is het om haat te zaaien, en de vrijheid van anderen te beknotten? Dat is wat degenen die hem aanklagen vinden. Zij beroepen zich op een wet die ook uit de jaren dertig stamt, toen bedacht om de in Nederland wonende Joden af te schermen van haat en anti-Semitisme. Niet dat die wet hen uiteindelijk hielp in de jaren veertig. Maar ik vermoed zo uit het taalgebruik van hen die Wilders vrezen, dat zij hopen dat die wet nu wel zal helpen. Zij zien, zo klinkt het, overeenkomsten met wat gebeurde in de jaren dertig.
In hoeverre zouden de stemmers en sympathisanten van Wilders ook parallellen zien met wat toen gebeurde? Zien zij hun "krachtige politieke leider" in hem? Misschien. Hopen ze dat hij verandering brengt? Waarschijnlijk. Denken zij dat hij aanstuurt op rassenrellen, op geweld? Of erger? Willen ze dat? Ik mag hopen van niet. En is zo een Islam-kwestie voor hen werkelijk zo centraal? Of gaat het om iets anders? Misschien dat de politiek hen in het algemeen niet serieus genoeg lijkt te nemen?
En wat zou Geert Wilders echt zelf willen? Zou hij echt willen riskeren dat op een dag overijverige volgelingen een eindoplossing voor zijn Islamitische kwestie gaan verzinnen? Wil hij zo de geschiedenis in? Dat lijkt me bijzonder onprettig.
Heeft iemand hem dat al eens - gewoon rechtstreeks - durven vragen?
donderdag 21 januari 2010
woensdag 6 januari 2010
IJsbeulen
Stel je voor. Twee heel grote mijnheren intimideren een klein meisje. Ze willen namelijk dat zij tien euro terug betaalt. De tien euro die de heren ergens in haar jasje hadden verstopt. Nu is het kwijt – uit haar jasje gevallen. Zij wil en kan het tientje niet terug geven. Maar de heren willen niet buigen. Ze staan dapper op hun stuk.
Grof? Blijkbaar denken we er niet zo over als de IJslandse president toch ook niet terug wil betalen. Terug betalen wat niet hij, of zijn kiezers, maar enkele op zijn gebied opererende bankiers hebben kwijt gemaakt. Bij elkaar 3,8 miljard euro. Waarvan twee derde van Groot Brittanië, en de rest van Nederland. Beide laatste landen staan nu dapper op hun stuk, en willen het geld echt terug.
Maar IJsland heeft maar driehonderdtwintigduizend inwoners. Als zij elk moeten betalen, kost hen dat 11857 euro per persoon, plus rente. Dat is per gezin al snel meer dan 50.000 euro, te betalen over vijftien jaar. Ik snap wel dat meer dan zestigduizend IJslanders een petitie tekenen dat ze dát heel oneerlijk vinden.
Nederland heeft zestien en een half miljoen inwoners. Als IJsland niet terug betaalt kost ons dat per persoon maar liefst 78 euro 52 aan belasting. Voor ons deel dan. Tweeënzestig miljoen Britten lopen wel bijna 41 euro per persoon mis. Vergeleken met meer dan tienduizend euro voor de IJslander? Peanuts.
Heel trots ben ik zo niet op onze ministers, dat ze hun vuist op tafel slaan. Wel trots ben ik op de weigerende Ijslandse president Grimson. Want zijn volk is net zo onschuldig aan het kwijtraken van de 3,8 miljard euro als wij.
Wat mij betreft kunnen we de schuld het beste delen over de drie betrokken landen. Lijkt me het minst oneerlijk. Dan wordt het iets minder dan vijftig euro de man. En als we dat in één keer betalen, scheelt dat ook nog eens 1,6 miljard aan rente, die dan niet door een bank wordt gevangen.
Grof? Blijkbaar denken we er niet zo over als de IJslandse president toch ook niet terug wil betalen. Terug betalen wat niet hij, of zijn kiezers, maar enkele op zijn gebied opererende bankiers hebben kwijt gemaakt. Bij elkaar 3,8 miljard euro. Waarvan twee derde van Groot Brittanië, en de rest van Nederland. Beide laatste landen staan nu dapper op hun stuk, en willen het geld echt terug.
Maar IJsland heeft maar driehonderdtwintigduizend inwoners. Als zij elk moeten betalen, kost hen dat 11857 euro per persoon, plus rente. Dat is per gezin al snel meer dan 50.000 euro, te betalen over vijftien jaar. Ik snap wel dat meer dan zestigduizend IJslanders een petitie tekenen dat ze dát heel oneerlijk vinden.
Nederland heeft zestien en een half miljoen inwoners. Als IJsland niet terug betaalt kost ons dat per persoon maar liefst 78 euro 52 aan belasting. Voor ons deel dan. Tweeënzestig miljoen Britten lopen wel bijna 41 euro per persoon mis. Vergeleken met meer dan tienduizend euro voor de IJslander? Peanuts.
Heel trots ben ik zo niet op onze ministers, dat ze hun vuist op tafel slaan. Wel trots ben ik op de weigerende Ijslandse president Grimson. Want zijn volk is net zo onschuldig aan het kwijtraken van de 3,8 miljard euro als wij.
Wat mij betreft kunnen we de schuld het beste delen over de drie betrokken landen. Lijkt me het minst oneerlijk. Dan wordt het iets minder dan vijftig euro de man. En als we dat in één keer betalen, scheelt dat ook nog eens 1,6 miljard aan rente, die dan niet door een bank wordt gevangen.
woensdag 23 december 2009
Sinterklaasscepticus
Beste Scepticus,
Recent kwam mij ter ore hoe teleurgesteld u was in Sinterklaas. Jaren lang hadden uw ouders u verteld hoe hij cadeautjes in uw schoen zou werpen. En toen vertelden zij u dat Hij niet bestaat! Sinterklaas was niet meer dan een verzinsel, vertelden zij. Niet een echte kindervriend.
Vaak moet u voorheen gedacht hebben, net als ik, hoe wonderlijk het was dat er zoveel Sinterklazen tegelijkertijd door winkelcentra in heel het land paradeerden. U zult zich ook afgevraagd hebben hoe Zwarte Piet toch die cadeautjes binnen smokkelde, zonder een raam te forceren. Wij hadden thuis een gaskachel, geen open haard. Dus door de schoorsteen komen kon hij niet. En nu, met al die centrale verwarmingen, zou hij nog steeds overal insluipen? En uw ouders schoten niet eens in paniek, dat iemand had ingebroken? U had waarschijnlijk net als ik het gevoel dat u dat had moeten weten.
Grote mensen zijn niet te vertrouwen. Of ze spelen domme spelletjes met kinderen. En dan vertellen zij dat fantasie geen werkelijkheid is. Zij leggen uit dat Sinterklaas helemaal geen Gestapo heeft die in de gaten houdt of je stout bent geweest of juist zoet. Want Sinterklaas bestaat niet. Dus het heeft ook geen zin om zoet te zijn. Of stout. Aandacht krijgen van iemand die niet bestaat kan immers niet.
Ook ik was teleurgesteld. Ook ik was dolende. Het leek een zinloos feest. Een commerciele charade. Bestaat er dan heus geen magie meer? Alleen charlatans die mij willen misleiden? Eigenlijk had ik zo graag willen geloven. Maar dat geloof was me ontnomen.
En toch. Achteraf blijkt dat een denkfout. Want zelfs al zijn er veel onechte Sinterklazen, en zelfs al heb ik de echte echte Sinterklaas nooit met zekerheid gezien, ik kan niet zeggen dat Sinterklaas niet bestaat. Ik hoef maar één echte Sinterklaas te vinden om te kunnen zeggen dat hij wel bestaat. Maar zelfs als ik alle nep-Sinterklazen uit de weg ruim, kan ik nog niet met zekerheid zeggen dat de echte Sinterklaas zich toch niet ergens verstopt. Misschien op een dak, misschien in een schoorsteen, misschien in een bunker in Iraq. Logischerwijs kan ik niet praktisch bewijzen dat hij niet bestaat.
Ik kan zelfs niet aannemelijk maken dat hij niet bestaat. Want er is er maar één echte, schijnt. Dus hoe weet ik zeker dat tussen al die verklede oude mannen niet die ene echte Sinterklaas schuil gaat? Dat weet ik niet.
Goed, ik weet vrijwel zeker dat de cadeautjes die ik kreeg als kind niet door die ene echte Sinterklaas waren gegeven. Mijn ouders hebben voor de meeste schoencadeautjes toegegeven dat zij die gaven. En de cadeautjes voor mijn kinderen komen voornamelijk van mijn vrouw, en een beetje van mij. Ook daar was het niet de “echte” Sinterklaas. Maar de cadeautjes zijn wel gegeven in de geest van Sinterklaas. In zekere zin zijn mijn ouders en mijn vrouw hulp-Sinterklazen.
En op dezelfde manier zijn heel veel kinderen, pubers en volwassenen hulp-Zwarte Pieten. Iedereen die schoenen vult, surprises maakt of pepernoten strooit, alle als Piet of Klaas geschminkte gepensioneerden en studenten, allemaal dragen ze bij aan het wezen van Sinterklaas. Daar kan geen commercie tegenop.
Sinterklaas leeft in ons allemaal. Ook in U.
Recent kwam mij ter ore hoe teleurgesteld u was in Sinterklaas. Jaren lang hadden uw ouders u verteld hoe hij cadeautjes in uw schoen zou werpen. En toen vertelden zij u dat Hij niet bestaat! Sinterklaas was niet meer dan een verzinsel, vertelden zij. Niet een echte kindervriend.
Vaak moet u voorheen gedacht hebben, net als ik, hoe wonderlijk het was dat er zoveel Sinterklazen tegelijkertijd door winkelcentra in heel het land paradeerden. U zult zich ook afgevraagd hebben hoe Zwarte Piet toch die cadeautjes binnen smokkelde, zonder een raam te forceren. Wij hadden thuis een gaskachel, geen open haard. Dus door de schoorsteen komen kon hij niet. En nu, met al die centrale verwarmingen, zou hij nog steeds overal insluipen? En uw ouders schoten niet eens in paniek, dat iemand had ingebroken? U had waarschijnlijk net als ik het gevoel dat u dat had moeten weten.
Grote mensen zijn niet te vertrouwen. Of ze spelen domme spelletjes met kinderen. En dan vertellen zij dat fantasie geen werkelijkheid is. Zij leggen uit dat Sinterklaas helemaal geen Gestapo heeft die in de gaten houdt of je stout bent geweest of juist zoet. Want Sinterklaas bestaat niet. Dus het heeft ook geen zin om zoet te zijn. Of stout. Aandacht krijgen van iemand die niet bestaat kan immers niet.
Ook ik was teleurgesteld. Ook ik was dolende. Het leek een zinloos feest. Een commerciele charade. Bestaat er dan heus geen magie meer? Alleen charlatans die mij willen misleiden? Eigenlijk had ik zo graag willen geloven. Maar dat geloof was me ontnomen.
En toch. Achteraf blijkt dat een denkfout. Want zelfs al zijn er veel onechte Sinterklazen, en zelfs al heb ik de echte echte Sinterklaas nooit met zekerheid gezien, ik kan niet zeggen dat Sinterklaas niet bestaat. Ik hoef maar één echte Sinterklaas te vinden om te kunnen zeggen dat hij wel bestaat. Maar zelfs als ik alle nep-Sinterklazen uit de weg ruim, kan ik nog niet met zekerheid zeggen dat de echte Sinterklaas zich toch niet ergens verstopt. Misschien op een dak, misschien in een schoorsteen, misschien in een bunker in Iraq. Logischerwijs kan ik niet praktisch bewijzen dat hij niet bestaat.
Ik kan zelfs niet aannemelijk maken dat hij niet bestaat. Want er is er maar één echte, schijnt. Dus hoe weet ik zeker dat tussen al die verklede oude mannen niet die ene echte Sinterklaas schuil gaat? Dat weet ik niet.
Goed, ik weet vrijwel zeker dat de cadeautjes die ik kreeg als kind niet door die ene echte Sinterklaas waren gegeven. Mijn ouders hebben voor de meeste schoencadeautjes toegegeven dat zij die gaven. En de cadeautjes voor mijn kinderen komen voornamelijk van mijn vrouw, en een beetje van mij. Ook daar was het niet de “echte” Sinterklaas. Maar de cadeautjes zijn wel gegeven in de geest van Sinterklaas. In zekere zin zijn mijn ouders en mijn vrouw hulp-Sinterklazen.
En op dezelfde manier zijn heel veel kinderen, pubers en volwassenen hulp-Zwarte Pieten. Iedereen die schoenen vult, surprises maakt of pepernoten strooit, alle als Piet of Klaas geschminkte gepensioneerden en studenten, allemaal dragen ze bij aan het wezen van Sinterklaas. Daar kan geen commercie tegenop.
Sinterklaas leeft in ons allemaal. Ook in U.
maandag 7 december 2009
Geldtekort
Ik word er een beetje moe van. Als ik zo de kranten bekijk lijkt het nog niet echt doorgedrongen. In elk geval niet tot de mainstream journalistiek. En ik vrees ook niet bij de politiek. De banken raakten in crisis, dat had iedereen door. En daarom is er geldtekort. En dat heeft ook iedereen door. Maar echt oplossen? Ho maar.
Moet ik het uitspellen? Er is Geld-te-kort. Geld te kort. GELD TE KORT!
Heel netjes vulden onze regeringen, zowel in Nederland als elders in de westerse wereld, het tekort van de banken aan. Maar de banken lenen het niet verder uit. Niet echt echt. Dus er is nog steeds geld tekort voor veel bedrijven. En geld tekort voor een mogelijk toenemend aantal werknemers en potentieel ex-werknemers. Dat is probleem één. Het geld is niet per se op de plek waar het praktisch gezien nodig is.
Probleem twee is dat nog niet besloten is wáár precies het geld dat nu is toegezegd om banken te redden vandaan moet komen. Moet het uit de AOW pot komen? Moet we cultuur kaasschaven tot er niets over is? Toch maar extra gaan cashen op vervoer? Hypotheekrenteaftrek opheffen? Ja, misschien maken we daarmee wel een deel van de aan banken uitgegeven miljarden goed. Dan klopt het bankboekje van de overheid alweer bijna. Poeh poeh. Nog maar een paar triljard te gaan. Wereldwijd.
Halloo! Wakker worden! Er is geldtekort! Dit gaat niet werken! Geld tekort! En dan niet alleen op een bankboekje. Er zit te weinig geld in het systeem. Dat is niet hetzelfde. Als er te weinig olie in je motor zit, dan vul je de motor gewoon bij. Je gaat dan niet mekkeren waar die olie vandaan moet komen.
En je gaat niet aan de onderkant de olie weer aftappen om je nu lege jerrycan weer op te vullen.
Dat is zot.
Als de banken systematisch geld tekort hebben, terwijl ze praktisch alle geld in beheer hebben, is het geldtekort ook systematisch. Dan moet er systematisch geld bij. Of de vuldop van het systeem dan idealiter bij de banken ligt betwijfel ik. Maar geld moet er wel bij. En als je dat dan toegevoegd hebt, dan ga je het dus niet aftappen uit het systeem. Je gaat het zeker niet proberen bij de belastingbetaler te halen. Dat is in dit geval net als het aftappen van olie uit de net iets bijgevulde motor.
Tussen 1971 en 1999 zijn er bijna honderd bank-crashes geweest. De afgelopen tien jaar werd het niet beter. Hetzelfde geldt voor hele landen. Mexico in 1994, Japan 1995, Thailand in 1997. Rusland 1998. Brazilië 1999. Argentinië 2000. De VS in 2007-2008. Twintig jaar na de Savings & Loans crisis van 1988-1995, waarin de overheid ook al moest bijspringen. IJsland 2008. De hele wereld 2008 en verder. In 2008-2009 zijn er in de VS alweer honderd bankjes om. Als dat niet wijst op een systematisch probleem, dan weet ik niet wat dat wel zou moeten doen.
In al die gevallen is geld bijgevuld. Door de overheid, of eigenlijk de belastingbetaler. En de banken haalden ook veel van hun uitstaande leningen terug. Dus het geld is ook weer afgetapt. Van de belastingbetaler. En de huiseigenaar. En de lener. Heel suf.
Zouden we niet de olie eens in de motor laten zitten? Of het geld in het systeem?
En als we dan toch moeten constateren dat hij nog steeds olie, of in dit geval geld vreet? Dan moet die motor maar eens goed nagekeken worden. Want deze doet het niet meer zo goed.
Moet ik het uitspellen? Er is Geld-te-kort. Geld te kort. GELD TE KORT!
Heel netjes vulden onze regeringen, zowel in Nederland als elders in de westerse wereld, het tekort van de banken aan. Maar de banken lenen het niet verder uit. Niet echt echt. Dus er is nog steeds geld tekort voor veel bedrijven. En geld tekort voor een mogelijk toenemend aantal werknemers en potentieel ex-werknemers. Dat is probleem één. Het geld is niet per se op de plek waar het praktisch gezien nodig is.
Probleem twee is dat nog niet besloten is wáár precies het geld dat nu is toegezegd om banken te redden vandaan moet komen. Moet het uit de AOW pot komen? Moet we cultuur kaasschaven tot er niets over is? Toch maar extra gaan cashen op vervoer? Hypotheekrenteaftrek opheffen? Ja, misschien maken we daarmee wel een deel van de aan banken uitgegeven miljarden goed. Dan klopt het bankboekje van de overheid alweer bijna. Poeh poeh. Nog maar een paar triljard te gaan. Wereldwijd.
Halloo! Wakker worden! Er is geldtekort! Dit gaat niet werken! Geld tekort! En dan niet alleen op een bankboekje. Er zit te weinig geld in het systeem. Dat is niet hetzelfde. Als er te weinig olie in je motor zit, dan vul je de motor gewoon bij. Je gaat dan niet mekkeren waar die olie vandaan moet komen.
En je gaat niet aan de onderkant de olie weer aftappen om je nu lege jerrycan weer op te vullen.
Dat is zot.
Als de banken systematisch geld tekort hebben, terwijl ze praktisch alle geld in beheer hebben, is het geldtekort ook systematisch. Dan moet er systematisch geld bij. Of de vuldop van het systeem dan idealiter bij de banken ligt betwijfel ik. Maar geld moet er wel bij. En als je dat dan toegevoegd hebt, dan ga je het dus niet aftappen uit het systeem. Je gaat het zeker niet proberen bij de belastingbetaler te halen. Dat is in dit geval net als het aftappen van olie uit de net iets bijgevulde motor.
Tussen 1971 en 1999 zijn er bijna honderd bank-crashes geweest. De afgelopen tien jaar werd het niet beter. Hetzelfde geldt voor hele landen. Mexico in 1994, Japan 1995, Thailand in 1997. Rusland 1998. Brazilië 1999. Argentinië 2000. De VS in 2007-2008. Twintig jaar na de Savings & Loans crisis van 1988-1995, waarin de overheid ook al moest bijspringen. IJsland 2008. De hele wereld 2008 en verder. In 2008-2009 zijn er in de VS alweer honderd bankjes om. Als dat niet wijst op een systematisch probleem, dan weet ik niet wat dat wel zou moeten doen.
In al die gevallen is geld bijgevuld. Door de overheid, of eigenlijk de belastingbetaler. En de banken haalden ook veel van hun uitstaande leningen terug. Dus het geld is ook weer afgetapt. Van de belastingbetaler. En de huiseigenaar. En de lener. Heel suf.
Zouden we niet de olie eens in de motor laten zitten? Of het geld in het systeem?
En als we dan toch moeten constateren dat hij nog steeds olie, of in dit geval geld vreet? Dan moet die motor maar eens goed nagekeken worden. Want deze doet het niet meer zo goed.
maandag 23 november 2009
Hypotheekrentediefstal
Als ik de titel zo heb opgeschreven klinkt het toch wel hard. Maar eigenlijk vind ik wel dat dat is wat er aan de hand is. En dan heb ik het niet per se over de uitspraak van onze minister Bos dat “de hypotheekrenteaftrek een volgend kabinet niet zal overleven” [De Pers 20 nov 2009]
Zelf betaal ik op dit moment tegen de tien mille aan hypotheekrente per jaar. Die gaat dus niet voor pakweg de helft naar de belasting, maar helemaal naar de uitlenende bank.
Natuurlijk lijkt het ook alsof ik daarbij voordeel heb, en op korte termijn is dat ook zo, omdat ik niet én belasting én rente hoef te betalen. Ik zou dat duurdere huis nooit gekocht hebben als die aftrek er niet was. Dan was ik goedkoper blijven wonen, en was de huizenmarkt vast al eerder vastgelopen. Of in elk geval waren de huizenprijzen niet zo snel gestegen. En dan woonde ik misschien wel in dit huis, maar dan had ik er ook minder voor betaald. Dan was mijn maandelijkse hypotheek ook minder geweest.
Dus het belastingvoordeel voor mij is niet een echt belastingvoordeel – als je het breed ziet. Het is zelfs geen belastingvoordeel voor de belasting, want die vangt al helemaal niets. De hypotheekrenteaftrek is dus vooral een belastingvoordeel voor de uitlenende bank.
Die bank krijgt nu een hoger rentebedrag. Omdat hogere huizenprijzen extra zijn gestimuleerd, door de hypotheekrenteaftrek. En de bank mag die hele rente houden. Voor de aandeelhouders.
En dat komt bovenop de aflossing van het geleende bedrag. Over mijn dertig jaren hypotheek, met de huidige rente, betaal ik even veel of meer aan rente, als ik aan aflossing neer moet tellen. Dat is eigenlijk een waanzinnig groot bedrag, voor geldbemiddeling.
Reken maar uit. Voor wat ik maandelijks aan rente betaal heb je al een klein inkomen. Als de hypotheken-verkoper van de bank vijf van dat soort klantjes heeft geregeld is hij voor de duur van de hypotheken binnen. Hoeft hij niets meer voor te doen. Kan letterlijk gaan rentenieren. Vijf keer tienduizend per jaar is al een riant inkomen. Natuurlijk ligt het in de praktijk iets ingewikkelder, en krijgt mijn hypotheekverkoper dat geld waarschijnlijk niet zelf. Maar ik betáál het wel.
Nee, ik wil mijn belastingaftrek liever niet kwijt. Maar zo als het nu geregeld is wordt de hypotheekrenteaftrek eigenlijk gewoon gestolen.
Bedenk maar iets anders om eigen woningbezit te stimuleren. Hypotheek-aflossings-aftrek bijvoorbeeld. Dan wordt niet alleen de bank, maar ook ik er echt beter van. Dan los ik mijn schulden ook liever af.
Zelf betaal ik op dit moment tegen de tien mille aan hypotheekrente per jaar. Die gaat dus niet voor pakweg de helft naar de belasting, maar helemaal naar de uitlenende bank.
Natuurlijk lijkt het ook alsof ik daarbij voordeel heb, en op korte termijn is dat ook zo, omdat ik niet én belasting én rente hoef te betalen. Ik zou dat duurdere huis nooit gekocht hebben als die aftrek er niet was. Dan was ik goedkoper blijven wonen, en was de huizenmarkt vast al eerder vastgelopen. Of in elk geval waren de huizenprijzen niet zo snel gestegen. En dan woonde ik misschien wel in dit huis, maar dan had ik er ook minder voor betaald. Dan was mijn maandelijkse hypotheek ook minder geweest.
Dus het belastingvoordeel voor mij is niet een echt belastingvoordeel – als je het breed ziet. Het is zelfs geen belastingvoordeel voor de belasting, want die vangt al helemaal niets. De hypotheekrenteaftrek is dus vooral een belastingvoordeel voor de uitlenende bank.
Die bank krijgt nu een hoger rentebedrag. Omdat hogere huizenprijzen extra zijn gestimuleerd, door de hypotheekrenteaftrek. En de bank mag die hele rente houden. Voor de aandeelhouders.
En dat komt bovenop de aflossing van het geleende bedrag. Over mijn dertig jaren hypotheek, met de huidige rente, betaal ik even veel of meer aan rente, als ik aan aflossing neer moet tellen. Dat is eigenlijk een waanzinnig groot bedrag, voor geldbemiddeling.
Reken maar uit. Voor wat ik maandelijks aan rente betaal heb je al een klein inkomen. Als de hypotheken-verkoper van de bank vijf van dat soort klantjes heeft geregeld is hij voor de duur van de hypotheken binnen. Hoeft hij niets meer voor te doen. Kan letterlijk gaan rentenieren. Vijf keer tienduizend per jaar is al een riant inkomen. Natuurlijk ligt het in de praktijk iets ingewikkelder, en krijgt mijn hypotheekverkoper dat geld waarschijnlijk niet zelf. Maar ik betáál het wel.
Nee, ik wil mijn belastingaftrek liever niet kwijt. Maar zo als het nu geregeld is wordt de hypotheekrenteaftrek eigenlijk gewoon gestolen.
Bedenk maar iets anders om eigen woningbezit te stimuleren. Hypotheek-aflossings-aftrek bijvoorbeeld. Dan wordt niet alleen de bank, maar ook ik er echt beter van. Dan los ik mijn schulden ook liever af.
donderdag 19 november 2009
Dankjewelgeld
Voor me staat een zwetende, overcorpulente Engelsman. Enthousiast vertelt hij mij, en de rest van zijn publiek hoe hij een enorm vrijwilligersproject van de grond kreeg. Iedereen werkte met liefde mee, en duizenden gaven hun bijdrage in tijd, meedenken en moeite. Met een mysterieuze grijns stopt hij even, en kijkt ons aan. “En weet je nu waarom het werkte? Hoe we dat voor elkaar kregen?”
Onze spreker wacht nog even, en onthult dan zijn geheim: “We zeiden tegen iedereen dankjewel.”
En ze zeiden niet zomaar dankjewel, maar ze spraken iedereen achteraf nog eens persoonlijk aan om te bedanken. Iedereen kreeg credits in de film van het project. Iedereen stond persoonlijk op de titelrol. Die duurde dan wel een kwartier, maar dat geeft niet. Want iedereen zag zijn eigen naam.
Wow. Ik heb inderdaad wel meer van dat soort projecten gezien. Projecten met onbezoldigde vrijwilligers, die vaak niet meer dan een broodje of misschien een paar onkosten vergoed krijgen. Blije, trotse vrijwilligers waar de meeste werkgevers jaloers op zouden zijn. En zelf doe ik ook verdacht veel voor iemand die enthousiast dankjewel zegt, en het naar mijn gevoel meent. Mooie ogen en een prachtige lach helpen daar wel bij. Maar dat hoeft niet eens. Wat een kracht heeft zo'n dankjewel. Ongelooflijk.
Natuurlijk, zonder geld kun je niet leven. Zo werkt onze economie nu nog. Maar geld voelt zelden zo fijn als een gemeende dankjewel. Misschien kunnen bonussen daarom ook nooit groot genoeg zijn. Als er geen dankbaarheid en liefde aan zit. Geen medemenselijkheid.
Terwijl geld eigenlijk ook een soort geïnstitutionaliseerde manier is om dankjewel te zeggen. Het is een ruilmiddel. Maar het is ook een manier om iemand te bedanken voor wat hij of zij jou geeft. Misschien zouden we het er ook op moeten schrijven. Net als op de kassabonnetjes. “Thank you for your shopping”. Maar dan “Thank you for what you gave me. It's appreciated very much!”
En voor de hard core Nederlanders en oudere inheemse inwoners schrijf je op de achterkant van het bankbiljet: “Dank U voor wat u mij gaf. Ik waardeer het zeer!”. Heel veel briefjes geld met een beetje “Dankjewel” kracht. Briefjes van echt waarderingsgeld. Elke keer als je zo een transactie doet, wordt je ook herinnerd aan waarom je eigenlijk dingen doet. Niet alleen om te overleven. Maar ook voor elkaar. Voor waardering. Een beetje liefde in het klein.
Op grotere coupures zet je dan “Dank U voor uw bijdrage aan het geldverkeer”, of “Heeft u al iemand blij gemaakt door mij uit te geven?”. En misschien moeten de kleine briefjes juist grotere giften van dankjewel dragen. Misschien met “Knuffel!” of “Kusjes”. Of zou dat te ver gaan?
Onze spreker wacht nog even, en onthult dan zijn geheim: “We zeiden tegen iedereen dankjewel.”
En ze zeiden niet zomaar dankjewel, maar ze spraken iedereen achteraf nog eens persoonlijk aan om te bedanken. Iedereen kreeg credits in de film van het project. Iedereen stond persoonlijk op de titelrol. Die duurde dan wel een kwartier, maar dat geeft niet. Want iedereen zag zijn eigen naam.
Wow. Ik heb inderdaad wel meer van dat soort projecten gezien. Projecten met onbezoldigde vrijwilligers, die vaak niet meer dan een broodje of misschien een paar onkosten vergoed krijgen. Blije, trotse vrijwilligers waar de meeste werkgevers jaloers op zouden zijn. En zelf doe ik ook verdacht veel voor iemand die enthousiast dankjewel zegt, en het naar mijn gevoel meent. Mooie ogen en een prachtige lach helpen daar wel bij. Maar dat hoeft niet eens. Wat een kracht heeft zo'n dankjewel. Ongelooflijk.
Natuurlijk, zonder geld kun je niet leven. Zo werkt onze economie nu nog. Maar geld voelt zelden zo fijn als een gemeende dankjewel. Misschien kunnen bonussen daarom ook nooit groot genoeg zijn. Als er geen dankbaarheid en liefde aan zit. Geen medemenselijkheid.
Terwijl geld eigenlijk ook een soort geïnstitutionaliseerde manier is om dankjewel te zeggen. Het is een ruilmiddel. Maar het is ook een manier om iemand te bedanken voor wat hij of zij jou geeft. Misschien zouden we het er ook op moeten schrijven. Net als op de kassabonnetjes. “Thank you for your shopping”. Maar dan “Thank you for what you gave me. It's appreciated very much!”
En voor de hard core Nederlanders en oudere inheemse inwoners schrijf je op de achterkant van het bankbiljet: “Dank U voor wat u mij gaf. Ik waardeer het zeer!”. Heel veel briefjes geld met een beetje “Dankjewel” kracht. Briefjes van echt waarderingsgeld. Elke keer als je zo een transactie doet, wordt je ook herinnerd aan waarom je eigenlijk dingen doet. Niet alleen om te overleven. Maar ook voor elkaar. Voor waardering. Een beetje liefde in het klein.
Op grotere coupures zet je dan “Dank U voor uw bijdrage aan het geldverkeer”, of “Heeft u al iemand blij gemaakt door mij uit te geven?”. En misschien moeten de kleine briefjes juist grotere giften van dankjewel dragen. Misschien met “Knuffel!” of “Kusjes”. Of zou dat te ver gaan?
woensdag 18 november 2009
Ambassadeur
Zou hij al komen? We kijken reikhalzend uit over de menigte. Ik heb het gevoel dat ik terug ben in de tijd. In de zeventiende eeuw. Langzaam varen de zeilboten binnen in ons kleine haventje. Donkere mannen in wijde Spaanse broeken zijn druk bezig op de dekken. Kinderen zitten op de schouders van hun vaders en moeders. Een enthousiaste omroeper vuurt ons aan om nog eens goed te kijken naar alle pracht en praal. De burgemeester staat naast hem, en is niet minder opgewonden. Ze zwaaien naar ons!
Op wie wachten we eigenlijk? De ambassadeur van Spanje geloof ik. Maar hij komt wel uit Turkije. Uit Smyrna, schijnt. Hij is een zeer vroom man, en hij draagt de kleding van een Kardinaal. Dus hij zou ook wel eens Pauselijk ambassadeur kunnen zijn. Ik denk dat het een Hapsburger is. Die familie had toch de halve wereld in bezit? Spanje, delen van Duitsland, de Pauselijke zetel, de Nederlanden, inclusief Belgie. Het is een heel rijke familie.
Ik denk dat de ambassadeur ook Katholiek is. Net als de Spaanse koning. Die is ook heel vroom. Daarom komen ze natuurlijk naar onze Protestantse stad. Om het bestand te vieren, na die tachtigjarige oorlog. En misschien hebben ze wel handelswaar, of zelfs cadeautjes. Om het een beetje goed te maken, al die haat en nijd over en weer. Zand er over, en genieten van het einde van een goed jaar dat we hebben volbracht.
Terwijl hij van het schip klimt, zijn staf in de hand, schiet een nare gedachte door mij heen. Hij zal toch niet van de inquisitie zijn? Een opvolger van die enge Graaf Alva. Dan komt hij vast kijken of we wel brave Katholieken zijn geweest. Of tenminste netjes onze belasting aan de kroon in Spanje hebben betaald. En zo niet, dan krijgen we klop. Dan worden we in zo'n zak gestopt. Niet echt eerlijk, want ik zou niet eens weten waar hun belastingkantoor is.
Nee. Het valt wel mee geloof ik. De man heeft ook zo lang gereisd. Hij heeft er inmiddels een lange witte baard van gekregen. Zijn adjudanten delen kruidig gebak uit, met specerijen uit de Orient. En kinderen hebben tekeningen en brieven voor hem gemaakt. Ik denk dat die vrede met Spanje toch wel goed zit.
Wel mooi dat er in de handel blijkbaar een religieuze verzoening mogelijk is. En fijn dat zo'n goed heilig man elk jaar blijft komen. Al die honderden jaren. Een echte socialistisch, humanistisch, protestantse Heilige ambassadeur uit Spanje.
Mijn dochter glijdt van mijn schouders af. Het was genoeg spanning en indrukken voor vandaag.
Ze heeft Sinterklaas nu wel gezien.
Op wie wachten we eigenlijk? De ambassadeur van Spanje geloof ik. Maar hij komt wel uit Turkije. Uit Smyrna, schijnt. Hij is een zeer vroom man, en hij draagt de kleding van een Kardinaal. Dus hij zou ook wel eens Pauselijk ambassadeur kunnen zijn. Ik denk dat het een Hapsburger is. Die familie had toch de halve wereld in bezit? Spanje, delen van Duitsland, de Pauselijke zetel, de Nederlanden, inclusief Belgie. Het is een heel rijke familie.
Ik denk dat de ambassadeur ook Katholiek is. Net als de Spaanse koning. Die is ook heel vroom. Daarom komen ze natuurlijk naar onze Protestantse stad. Om het bestand te vieren, na die tachtigjarige oorlog. En misschien hebben ze wel handelswaar, of zelfs cadeautjes. Om het een beetje goed te maken, al die haat en nijd over en weer. Zand er over, en genieten van het einde van een goed jaar dat we hebben volbracht.
Terwijl hij van het schip klimt, zijn staf in de hand, schiet een nare gedachte door mij heen. Hij zal toch niet van de inquisitie zijn? Een opvolger van die enge Graaf Alva. Dan komt hij vast kijken of we wel brave Katholieken zijn geweest. Of tenminste netjes onze belasting aan de kroon in Spanje hebben betaald. En zo niet, dan krijgen we klop. Dan worden we in zo'n zak gestopt. Niet echt eerlijk, want ik zou niet eens weten waar hun belastingkantoor is.
Nee. Het valt wel mee geloof ik. De man heeft ook zo lang gereisd. Hij heeft er inmiddels een lange witte baard van gekregen. Zijn adjudanten delen kruidig gebak uit, met specerijen uit de Orient. En kinderen hebben tekeningen en brieven voor hem gemaakt. Ik denk dat die vrede met Spanje toch wel goed zit.
Wel mooi dat er in de handel blijkbaar een religieuze verzoening mogelijk is. En fijn dat zo'n goed heilig man elk jaar blijft komen. Al die honderden jaren. Een echte socialistisch, humanistisch, protestantse Heilige ambassadeur uit Spanje.
Mijn dochter glijdt van mijn schouders af. Het was genoeg spanning en indrukken voor vandaag.
Ze heeft Sinterklaas nu wel gezien.
donderdag 12 november 2009
Opgewarmd
Het is koud in November. Koud en mistig. Vooral 's ochtends, als de winkels nog niet open zijn, en je met kleine dochter door het stadscentrum zwerft. Misschien zijn we niet alleen op de wereld, maar met onze net iets te dunne jassen kan ik me ineens goed voorstellen hoe zwervertje Remi zich gevoeld moet hebben. Of andere zwervers ook, trouwens. Als je nergens naar binnen kunt. Want binnen is het warm.
Maar we hebben toch geluk. We vinden een warm plekje bij een huishoud- en speelgoed winkel, die weliswaar nog niet open is, maar wel het warmtegordijn al heeft aan gezet. Zo'n blazende kachel die in het plafond van de ingang is verwerkt, en die continu de lucht daar opwarmt. Zo blijft het binnen warmer, en kan de deur toch wijd open blijven en klanten trekken. Klanten, of zwervers. Of koude papa's en dochters. Want bij deze winkel is het buiten ook warm.
Mijn dochter voert een duif, die ook de warmte heeft opgezocht. En ik vraag me toch wel iets af. Hoeveel energie zou dit gordijn kosten? Dat kan toch niet zomaar in deze tijd van klimaatbewustheid? Wie weet hoeveel CO2 dit gordijn op zijn geweten heeft! Daar komen alleen overstromingen van, en regenzomers, en droogtes op de verkeerde plaatsen, toch?
Of erger nog, hoeveel warmt dit apparaat niet nodeloos onze aarde direct op?
Want als elk beetje CO2 van de atmosfeer een beetje meer een broeikas kan maken... Waarom kan dan niet elk kacheltje dat we buiten zetten de aarde ook een beetje opwarmen? Ja, de warmte vervliegt. Maar dat doet de CO2 ook.
Als ik er over nadenk, zijn er tegenwoordig best veel buitenkachels. Warmtegordijnen. Terraskachels. Electrische barbeques, kachels in de hal, de schuur, het toilet, de auto. En met onze moderne thermostaten probeert de CV het overal 21 graden te krijgen. Ook buiten, als onze isolatie tekort schiet.
Eigenlijk maakt ook elk apparaat dat wij aanzetten vooral warmte. Gloeilampen genereren meer dan 90% warmte, en maar een beetje licht. Spaarlampen doen het al beter, maar worden ook warm. Koelkasten en vriezers worden van binnen koud, maar van buiten warm. Voel maar eens aan de achterkant. Auto's hebben een rendement van minder dan 20%. Dat is wat je gebruikt van je benzine om echt te bewegen. De rest wordt afgevoerd als... overtollige warmte.
Energiecentrales hebben ook heel veel restwarmte. Die hebben niet voor niets zoveel water nodig om te koelen. Als een kolenveld in China per ongeluk in de fik gaat, dan levert dat flink wat warmte op. Als de helft van het Indonesische oerwoud wordt afgebrand om wat plaats voor palmolie-palmen te maken, dan levert dat... flink wat warmte op. Als de olievelden van Kuwait om politieke of militaire redenen worden aangestoken, dan krijg je daar niet alleen vieze rook van die ook een aardige broeikas maakt, maar alweer een hele hoop warmte!
Vind je het logisch zo, dat de wereld opwarmt? Ik ineens wel. Daar is niet eens een te veel aan CO2 voor nodig. Ik dacht altijd dat ik een grapje maakte, als ik naar mijn dochters roep: “doe de deur dicht, je hoeft buiten niet op te warmen!”. Misschien is het wel waar.
Maar we hebben toch geluk. We vinden een warm plekje bij een huishoud- en speelgoed winkel, die weliswaar nog niet open is, maar wel het warmtegordijn al heeft aan gezet. Zo'n blazende kachel die in het plafond van de ingang is verwerkt, en die continu de lucht daar opwarmt. Zo blijft het binnen warmer, en kan de deur toch wijd open blijven en klanten trekken. Klanten, of zwervers. Of koude papa's en dochters. Want bij deze winkel is het buiten ook warm.
Mijn dochter voert een duif, die ook de warmte heeft opgezocht. En ik vraag me toch wel iets af. Hoeveel energie zou dit gordijn kosten? Dat kan toch niet zomaar in deze tijd van klimaatbewustheid? Wie weet hoeveel CO2 dit gordijn op zijn geweten heeft! Daar komen alleen overstromingen van, en regenzomers, en droogtes op de verkeerde plaatsen, toch?
Of erger nog, hoeveel warmt dit apparaat niet nodeloos onze aarde direct op?
Want als elk beetje CO2 van de atmosfeer een beetje meer een broeikas kan maken... Waarom kan dan niet elk kacheltje dat we buiten zetten de aarde ook een beetje opwarmen? Ja, de warmte vervliegt. Maar dat doet de CO2 ook.
Als ik er over nadenk, zijn er tegenwoordig best veel buitenkachels. Warmtegordijnen. Terraskachels. Electrische barbeques, kachels in de hal, de schuur, het toilet, de auto. En met onze moderne thermostaten probeert de CV het overal 21 graden te krijgen. Ook buiten, als onze isolatie tekort schiet.
Eigenlijk maakt ook elk apparaat dat wij aanzetten vooral warmte. Gloeilampen genereren meer dan 90% warmte, en maar een beetje licht. Spaarlampen doen het al beter, maar worden ook warm. Koelkasten en vriezers worden van binnen koud, maar van buiten warm. Voel maar eens aan de achterkant. Auto's hebben een rendement van minder dan 20%. Dat is wat je gebruikt van je benzine om echt te bewegen. De rest wordt afgevoerd als... overtollige warmte.
Energiecentrales hebben ook heel veel restwarmte. Die hebben niet voor niets zoveel water nodig om te koelen. Als een kolenveld in China per ongeluk in de fik gaat, dan levert dat flink wat warmte op. Als de helft van het Indonesische oerwoud wordt afgebrand om wat plaats voor palmolie-palmen te maken, dan levert dat... flink wat warmte op. Als de olievelden van Kuwait om politieke of militaire redenen worden aangestoken, dan krijg je daar niet alleen vieze rook van die ook een aardige broeikas maakt, maar alweer een hele hoop warmte!
Vind je het logisch zo, dat de wereld opwarmt? Ik ineens wel. Daar is niet eens een te veel aan CO2 voor nodig. Ik dacht altijd dat ik een grapje maakte, als ik naar mijn dochters roep: “doe de deur dicht, je hoeft buiten niet op te warmen!”. Misschien is het wel waar.
woensdag 11 november 2009
Kerkstaat
Marcouch mag misschien geen lijsttrekker worden voor de PvdA in Amsterdam West. Lekker belangrijk, Amsterdam West. Behalve als je er woont, natuurlijk. En dat heb ik wel gedaan. Marcouch zou kunnen afvallen omdat hij de “Scheiding van Kerk en Staat” niet respecteert.
Hoezo scheiding tussen Kerk en Staat? Hij betrekt de Islam bij het jongerenprobleem in Slotervaart. Niet vreemd, want de meerderheid van jongeren daar heeft een Islamitische achtergrond. Dat betekent niet dat ze per se vroom zijn, maar wel dat het een rol speelt in hun dagelijks bestaan en hun moraal. Lijkt me practisch, al is het de vraag hoe zijn achterban nu tegenover zijn politiek staat. Marcouch balanceert namelijk. Tussen heel westers roepen dat je niet te radicaal Islamiet moet zijn, maar je moet aanpassen. En anderzijds de Islamitische achtergrond respecteren een misschien daarmee ook het idee van Sharia: leven volgens de wet van God – of Allah dan, in dit geval.
Maar... daarmee respecteert hij het idee van Scheiding van Kerk en Staat niet. Schijnt. Tja. Vrijheid van Godsdienst betekent natuurlijk wel dat we niet verplicht willen worden om onder Sharia te leven. We willen wel zelf kunnen kiezen. Scheiding van Kerk en Staat hoort daar een beetje bij. Ooit onder Napoleon ingevoerd. Die was heel voorzienig.
Maar hoe zit het dan met de SGP? Die willen volgens hun statuten vrouwen bijna alleen achter het aanrecht. Oh ja, SGP is geen PvdA. Marcouch wel. En hoe zit het dan met het CDA? Jan Peter Balkenende, onze premier, komt uit een gereformeerd gezin. En van een gereformeerde Universiteit. En hij is van een Christelijke partij.
Voormalig premier Ruud Lubbers studeerde bij de Jezuieten, en is Katholiek. Of hij belijdt weet ik niet, maar ook hij hoorde bij CDA. Zijn voorganger Van Agt ook Katholiek. Verder terug wordt het pas goed vreemd bij Colijn. Vijf kabinetten lang. In bange dagen voor en tijdens de tweede wereldoorlog. Colijn was gereformeerd. Hij was lijsttrekker van een confessionele partij (de Anti Revolutionaire Partij, voorloper van het CDA). Met een heel speciale plek binnen de Gereformeerde gemeenschap. En toevallig was hij ook ooit KNIL militair betrokken bij wreedheden (maar dan vóór de eerste wereldoorlog), was hij ook minister van oorlog, minister van marine, hoofdredacteur van dagblad de Standaard, en maakte hij miljoenendeals in de olie. In de tijd dat een miljoen echt nog veel waard was.
Maar daar ging het me even niet om. Abraham Kuyper, voorganger van Colijn, was zelfs gereformeerd predikant. Alweer gereformeerd. Niet dat daar iets mee mis is, dat waren mijn ouders ook. Maar toch. Hij richtte ook de Vrije Universiteit op, waar Balkenende later weer studeerde.
Christelijke politiek mag al heel lang. Dat kun je terugvinden in standpunten over medemenselijkheid, maar ook over abortus, vinger op de knip houden en vlijtig en braaf zijn. Christelijke religie, en blijkbaar vooral de gereformeerde, is sterk vertegenwoordigd in onze kabinetten. Dus in onze Staat.
Scheiding tussen Kerk en Staat klinkt zo wel leuk, maar ook een beetje hypocriet. Natuurlijk kun je wel zeggen dat Kerk zich niet met Staat mag bemoeien, en omgekeerd. Maar echt los zijn ze blijkbaar niet. Misschien ging het daar ook niet om. Misschien ging het wel om de scheiding tussen elke willekeurige Kerk, en de natuurlijk Christelijk (en liefst) Gereformeerde Staat.
Hoezo scheiding tussen Kerk en Staat? Hij betrekt de Islam bij het jongerenprobleem in Slotervaart. Niet vreemd, want de meerderheid van jongeren daar heeft een Islamitische achtergrond. Dat betekent niet dat ze per se vroom zijn, maar wel dat het een rol speelt in hun dagelijks bestaan en hun moraal. Lijkt me practisch, al is het de vraag hoe zijn achterban nu tegenover zijn politiek staat. Marcouch balanceert namelijk. Tussen heel westers roepen dat je niet te radicaal Islamiet moet zijn, maar je moet aanpassen. En anderzijds de Islamitische achtergrond respecteren een misschien daarmee ook het idee van Sharia: leven volgens de wet van God – of Allah dan, in dit geval.
Maar... daarmee respecteert hij het idee van Scheiding van Kerk en Staat niet. Schijnt. Tja. Vrijheid van Godsdienst betekent natuurlijk wel dat we niet verplicht willen worden om onder Sharia te leven. We willen wel zelf kunnen kiezen. Scheiding van Kerk en Staat hoort daar een beetje bij. Ooit onder Napoleon ingevoerd. Die was heel voorzienig.
Maar hoe zit het dan met de SGP? Die willen volgens hun statuten vrouwen bijna alleen achter het aanrecht. Oh ja, SGP is geen PvdA. Marcouch wel. En hoe zit het dan met het CDA? Jan Peter Balkenende, onze premier, komt uit een gereformeerd gezin. En van een gereformeerde Universiteit. En hij is van een Christelijke partij.
Voormalig premier Ruud Lubbers studeerde bij de Jezuieten, en is Katholiek. Of hij belijdt weet ik niet, maar ook hij hoorde bij CDA. Zijn voorganger Van Agt ook Katholiek. Verder terug wordt het pas goed vreemd bij Colijn. Vijf kabinetten lang. In bange dagen voor en tijdens de tweede wereldoorlog. Colijn was gereformeerd. Hij was lijsttrekker van een confessionele partij (de Anti Revolutionaire Partij, voorloper van het CDA). Met een heel speciale plek binnen de Gereformeerde gemeenschap. En toevallig was hij ook ooit KNIL militair betrokken bij wreedheden (maar dan vóór de eerste wereldoorlog), was hij ook minister van oorlog, minister van marine, hoofdredacteur van dagblad de Standaard, en maakte hij miljoenendeals in de olie. In de tijd dat een miljoen echt nog veel waard was.
Maar daar ging het me even niet om. Abraham Kuyper, voorganger van Colijn, was zelfs gereformeerd predikant. Alweer gereformeerd. Niet dat daar iets mee mis is, dat waren mijn ouders ook. Maar toch. Hij richtte ook de Vrije Universiteit op, waar Balkenende later weer studeerde.
Christelijke politiek mag al heel lang. Dat kun je terugvinden in standpunten over medemenselijkheid, maar ook over abortus, vinger op de knip houden en vlijtig en braaf zijn. Christelijke religie, en blijkbaar vooral de gereformeerde, is sterk vertegenwoordigd in onze kabinetten. Dus in onze Staat.
Scheiding tussen Kerk en Staat klinkt zo wel leuk, maar ook een beetje hypocriet. Natuurlijk kun je wel zeggen dat Kerk zich niet met Staat mag bemoeien, en omgekeerd. Maar echt los zijn ze blijkbaar niet. Misschien ging het daar ook niet om. Misschien ging het wel om de scheiding tussen elke willekeurige Kerk, en de natuurlijk Christelijk (en liefst) Gereformeerde Staat.
donderdag 22 oktober 2009
IJsschuld
IJsland gaat terug betalen! Hoera! Deze week wordt een akkoord getekend door de IJslandse regering. De vier miljard euro die van de Nederlandse en Britse overheid is geleend om de gedupeerde spaarders van Icesave uit te betalen, komt nu terug uit de zakken van de IJslanders. Wat fijn! Of niet?
Ik denk van niet. Er zijn namelijk driehonderdduizend IJslanders. Die moeten nu... vier miljard gedeeld door driehonderdduizend... dat is hoofdelijk dertien en een half duizend euro betalen. Of per gezin iets van veertigduizend euro gaan ophoesten. Dat is niet mis. Zeker omdat er eigenlijk nog veel meer schulden boven hun hoofd hangen.
De hoog opgeleide IJslanders die geen zin hebben om mee te betalen zijn al aan het emigreren. Begrijpelijk. Maar dat betekent ook dat de Ijslanders die het niet kunnen betalen nu nog meer geld moeten schrapen. Ik vraag me dan af hoeveel er echt afgelost kan gaan worden, zonder Ijsland letterlijk te verkopen aan bijvoorbeeld de Russen of grootbank J.P. Morgan.
Het meest wrange is misschien wel dat de schuld die terug betaald moet worden eigenlijk nooit door de Ijslanders die nu moeten betalen was toegezegd. Misschien hadden sommigen wel een te hoge lening voor hun huis of hun auto afgesloten, en misschien hadden sommigen wel boven hun stand geleefd. Maar de leningen die ze daarvoor sloten moeten ze ook nog betalen, bovenop die veertigduizend per gezin. En op beide komt ook nog rente. Eigenlijk hoef ik er niet eens over na te denken of dat kan. Met de huidige wisselkoersen en stand van de economie kan dat gewoon niet.
IJsland moet de schuld over vijftien jaar gespreid terugbetalen, met rente. Te beginnen in 2016. Bij een rente van vijf procent moet er dus nog eens 50 tot 100% meer opgebracht worden. Tussen zes en acht miljard totaal, zestigduizend tot tachtigduizend per IJslands gezin. Dat is een half huis.
Eigenlijk zijn de meeste IJslanders net zo schuldig aan het verlies van de Icesavespaarders als wij in Nederland, Engeland of de rest van Europa. Namelijk niet.
We zouden het verlies ook kunnen delen. Als we de bewoners van het Verenigd Koninkrijk en Nederland bij de IJslanders optellen zijn we met tachtig miljoen mensen. Vier miljard gedeeld door tachtig miljoen is... vijftig euro per persoon. Laten we zeggen honderdvijftig euro per gezin.
Als we dat over drie jaar gespreid terug betalen, met vijf procent rente, dan kost ons dat... nog geen vijf euro per gezin per maand. Minder dan de staatsloterij of een telefoonverzekering. Vier komma zes miljard brengen we dan samen op. Het geld is dan afbetaald. In drie jaar. En we hoeven samen nog eens tussen twee en vier miljard minder te betalen aan de uitlenende banken ook. Worden die tenminste niet nog eens extra rijk aan de misère die ze zelf hebben helpen veroorzaken.
Als we de kosten over heel Europa omslaan wordt het terug te betalen bedrag helemaal een grap. Dan is het vier miljard gedeeld door vierhonderdzestig miljoen inwoners. Dat is minder dan een tientje per persoon. Dertig euro per gezin.
En als tegenprestatie eisen we dan van IJsland dat ze bij de Europese Unie komen, en gewoon euros gaan gebruiken in hun betalingsverkeer. Dat is goed voor handel onderling. En we hebben er een enorm natuurreservaat bij, als Europa. In de vorm van IJsland. En heel veel duurzame energie, in de vorm van warmte uit de grond en electra van watervallen. Die hebben ze daar heel veel.
Ik denk van niet. Er zijn namelijk driehonderdduizend IJslanders. Die moeten nu... vier miljard gedeeld door driehonderdduizend... dat is hoofdelijk dertien en een half duizend euro betalen. Of per gezin iets van veertigduizend euro gaan ophoesten. Dat is niet mis. Zeker omdat er eigenlijk nog veel meer schulden boven hun hoofd hangen.
De hoog opgeleide IJslanders die geen zin hebben om mee te betalen zijn al aan het emigreren. Begrijpelijk. Maar dat betekent ook dat de Ijslanders die het niet kunnen betalen nu nog meer geld moeten schrapen. Ik vraag me dan af hoeveel er echt afgelost kan gaan worden, zonder Ijsland letterlijk te verkopen aan bijvoorbeeld de Russen of grootbank J.P. Morgan.
Het meest wrange is misschien wel dat de schuld die terug betaald moet worden eigenlijk nooit door de Ijslanders die nu moeten betalen was toegezegd. Misschien hadden sommigen wel een te hoge lening voor hun huis of hun auto afgesloten, en misschien hadden sommigen wel boven hun stand geleefd. Maar de leningen die ze daarvoor sloten moeten ze ook nog betalen, bovenop die veertigduizend per gezin. En op beide komt ook nog rente. Eigenlijk hoef ik er niet eens over na te denken of dat kan. Met de huidige wisselkoersen en stand van de economie kan dat gewoon niet.
IJsland moet de schuld over vijftien jaar gespreid terugbetalen, met rente. Te beginnen in 2016. Bij een rente van vijf procent moet er dus nog eens 50 tot 100% meer opgebracht worden. Tussen zes en acht miljard totaal, zestigduizend tot tachtigduizend per IJslands gezin. Dat is een half huis.
Eigenlijk zijn de meeste IJslanders net zo schuldig aan het verlies van de Icesavespaarders als wij in Nederland, Engeland of de rest van Europa. Namelijk niet.
We zouden het verlies ook kunnen delen. Als we de bewoners van het Verenigd Koninkrijk en Nederland bij de IJslanders optellen zijn we met tachtig miljoen mensen. Vier miljard gedeeld door tachtig miljoen is... vijftig euro per persoon. Laten we zeggen honderdvijftig euro per gezin.
Als we dat over drie jaar gespreid terug betalen, met vijf procent rente, dan kost ons dat... nog geen vijf euro per gezin per maand. Minder dan de staatsloterij of een telefoonverzekering. Vier komma zes miljard brengen we dan samen op. Het geld is dan afbetaald. In drie jaar. En we hoeven samen nog eens tussen twee en vier miljard minder te betalen aan de uitlenende banken ook. Worden die tenminste niet nog eens extra rijk aan de misère die ze zelf hebben helpen veroorzaken.
Als we de kosten over heel Europa omslaan wordt het terug te betalen bedrag helemaal een grap. Dan is het vier miljard gedeeld door vierhonderdzestig miljoen inwoners. Dat is minder dan een tientje per persoon. Dertig euro per gezin.
En als tegenprestatie eisen we dan van IJsland dat ze bij de Europese Unie komen, en gewoon euros gaan gebruiken in hun betalingsverkeer. Dat is goed voor handel onderling. En we hebben er een enorm natuurreservaat bij, als Europa. In de vorm van IJsland. En heel veel duurzame energie, in de vorm van warmte uit de grond en electra van watervallen. Die hebben ze daar heel veel.
vrijdag 16 oktober 2009
Ötzi
Enkele jaren terug stond ik oog in oog met de oudste bekende mens op deze aardbol. Ik denk niet dat hij mij ook ontwaarde, want hij is al meer dan vijfduizend jaar dood. Maar voor mij was het een verrassende, bijna ontluisterende ervaring.
Otzi was namelijk allesbehalve achterlijk. Hij was misschien wat kort van stuk, maar hij had een soort broek, of eigenlijk kousen van leer. En gevoerde schoenen. Een leren jas. En een regenjas van bladeren die waarschijnlijk niet zou onderdoen voor onze moderne gore-tex. In zijn buidel had hij paddo's. Een vuurstenen zakmes. En als klap op de vuurpijl had hij een bronzen bijl. Een bronzen bijl die waarschijnlijk uit Groot Brittannië kwam. Van heel ver, want Ötzi zelf lag in een gletsjer op de huidige grens van Italie en Oostenrijk.
Hoe kwam Ötzi aan die bijl? Die moet hij door handel verkregen hebben. Of misschien had hij hem wel zelf gehaald. In elk geval was er dus uitwisseling over enorme afstanden, al meer dan drieduizend jaar voor Christus. Wie weet, waren er wel handelsroutes over het hele continent.
In zijn rug zat een pijl. Waarschijnlijk geschoten van een afstand van een meter of zestig van onder af. Dat betekent dat zijn aanvaller een erg goede boog had. Wat een technologie voor die tijd!
Ik mijmer en vermoed dat Ötzi vermoord is om een vrouw. Daar gaat het toch altijd om? Een crime passionnel. En dat terwijl hij juist had besloten om weer verder te reizen. Want hij had gezien dat hij te veel was. Hij trok de bergen in, op zoek naar verre horizonten, en liet zijn geliefde bij zijn rivaal achter. Maar die laatste was te jaloers, en schoot hem in woede in de rug. Dramatisch en heftig.
Of zou het om geld geweest zijn? Ik denk het niet. Geld was misschien nog niet eens uitgevonden. En dan was zijn bijl ook wel gejat, want die moet flink wat waard zijn geweest.
Of hij was naar beneden gevallen en in de koude rivier gedonderd. En daar waren zijn aanvallers hem kwijtgeraakt. Misschien hebben ze zijn bijl daarom niet afgepakt en omgesmolten. Ötzi bevroor, en werd bewaard voor het nageslacht.
Nu kijk ik naar hem. Ongelooflijk hoe ver we toen al waren. Voor alle geschreven woord. Drieënvijftighonderd jaar geleden. Wat een vent, die Ötzi.
Ik vraag me af of zijn auto ook nog ergens staat.
Bronnen o.a.: http://nl.wikipedia.org/wiki/Ötzi
Otzi was namelijk allesbehalve achterlijk. Hij was misschien wat kort van stuk, maar hij had een soort broek, of eigenlijk kousen van leer. En gevoerde schoenen. Een leren jas. En een regenjas van bladeren die waarschijnlijk niet zou onderdoen voor onze moderne gore-tex. In zijn buidel had hij paddo's. Een vuurstenen zakmes. En als klap op de vuurpijl had hij een bronzen bijl. Een bronzen bijl die waarschijnlijk uit Groot Brittannië kwam. Van heel ver, want Ötzi zelf lag in een gletsjer op de huidige grens van Italie en Oostenrijk.
Hoe kwam Ötzi aan die bijl? Die moet hij door handel verkregen hebben. Of misschien had hij hem wel zelf gehaald. In elk geval was er dus uitwisseling over enorme afstanden, al meer dan drieduizend jaar voor Christus. Wie weet, waren er wel handelsroutes over het hele continent.
In zijn rug zat een pijl. Waarschijnlijk geschoten van een afstand van een meter of zestig van onder af. Dat betekent dat zijn aanvaller een erg goede boog had. Wat een technologie voor die tijd!
Ik mijmer en vermoed dat Ötzi vermoord is om een vrouw. Daar gaat het toch altijd om? Een crime passionnel. En dat terwijl hij juist had besloten om weer verder te reizen. Want hij had gezien dat hij te veel was. Hij trok de bergen in, op zoek naar verre horizonten, en liet zijn geliefde bij zijn rivaal achter. Maar die laatste was te jaloers, en schoot hem in woede in de rug. Dramatisch en heftig.
Of zou het om geld geweest zijn? Ik denk het niet. Geld was misschien nog niet eens uitgevonden. En dan was zijn bijl ook wel gejat, want die moet flink wat waard zijn geweest.
Of hij was naar beneden gevallen en in de koude rivier gedonderd. En daar waren zijn aanvallers hem kwijtgeraakt. Misschien hebben ze zijn bijl daarom niet afgepakt en omgesmolten. Ötzi bevroor, en werd bewaard voor het nageslacht.
Nu kijk ik naar hem. Ongelooflijk hoe ver we toen al waren. Voor alle geschreven woord. Drieënvijftighonderd jaar geleden. Wat een vent, die Ötzi.
Ik vraag me af of zijn auto ook nog ergens staat.
Bronnen o.a.: http://nl.wikipedia.org/wiki/Ötzi
donderdag 15 oktober 2009
Bankiersrisico
Het is nu tweeduizend-negen, maar soms lijkt het wel meer op de jaren dertig van de vorige eeuw. Of op de eeuw daarvoor. Geen bank lijkt meer veilig. In Amerika zijn er al honderd omgevallen. En ook hier roepen steeds meer mensen dat je je geld maar beter in een oude sok kunt stoppen. Wel eentje zonder gaten, dan.
Maar welke bank is betrouwbaar? De DSB bank in elk geval niet, vond de voorzitter van hypotheekleed. Hij riep op tot massaal geld opnemen bij de DSB, zodat deze zou inklappen. Dat zou de boze mijnheer Scheringa wel leren. Diezelfde avond lag de computer bij DSB er al uit. Hackers, zei een woordvoerder. Of die hackers bij DSB zelf zaten wilde hij niet kwijt.
Maar het mocht niet baten. Er was in no time zestig miljoen weg gehaald. Een week later had DSB zeshonderd miljoen minder. Inmiddels is de bank onder curatele, en kunnen mensen niet meer bij hun DSB-geld. Een klassieke “bank run”, net als waar mijn moeder altijd over vertelde. Ik geloof dat zij er meer rekening mee hield dat dat nog wel eens zou kunnen gebeuren dan onze moderne bankiers zelf. Dus zij vertelde mij hoe dat werkte vanaf mijn zesde.
Niet dat ik dat toen begreep. Want leg fractioneel bankieren maar eens uit aan een zesjarige. Banken hebben geld zat, toch? De bankiers en hun reclamemakers doen hun uiterste best om dat beeld uit te stralen. “Wij zijn betrouwbaar, wij zijn rijk, wij bouwen in het duurste steen en staan voor eeuwig.” Met een rotsvaste glimlach. En een krijtstreepje. En een beetje bank sponsort nog iets wat we leuk vinden ook. Daarom lenen we bij de bank. En daarom brengen we ons geld ook daar.
Maar wat een bankier eigenlijk doet, is geld van andere mensen uitlenen aan derden. Het geld blijft niet in de bank, het moet rollen! Het geld moet groeien, door rente te vergaren. Alle geld dat binnenkomt, inclusief dat wat op je gewone girorekening staat, wordt zoveel mogelijk weer “geïnvesteerd”. Slecht hoeft dat niet te zijn, want zo is er meer werkgelegenheid dan als dat geld in een oude sok zit.
En het geld wordt niet één keer uitgeleend, maar veel vaker. Want als iemand met geleend geld wordt betaald, brengt hij dat ook naar de bank. En zelfs als de eerste lener nog helemaal niet heeft terug betaald, leent de bank dat binnen gebrachte geld gewoon ook weer uit. Dat mag, volgens de regels. Een gewone bank mag wel meer dan tien keer zoveel geld uitlenen, als het nog in baar geld heeft. Er hoeft maar een fractie in cash te blijven staan. Vandaar fractioneel bankieren.
Eigenlijk heeft een bank dus juist niet zo veel geld. In kas. De spaarders (en dat kunnen in theorie ook andere banken zijn) die zestig miljoen van de DSB weghaalden, gaven de DSB dus wel 600 miljoen minder speelruimte. Of nog meer. Als er nu echt 600 miljoen weg is, mag DSB maar liefst zes a zeven miljard minder in uitstaande leningen hebben. Daarom gaat een “bank run” zo hard.
En daarom proberen bankiers zo betrouwbaar over te komen. Want in zekere zin ben je aan het koorddansen met een veelvoud aan uitstaand geld, en maar een beetje in kas. Natuurlijk is er een risico. Reputatie is dan alles. Dat moet zelfs iemand als Dirk Scheringa hebben geweten. Ook toen zijn mensen met allerlei trucs woeker-hypotheken verkochten. Volgens mijn schoonvader, idealistisch boekhouder, deed hij dat al dertig jaar. Woeker-hypotheken die menselijkerwijs normaal al niet betaald kunnen worden. Laat staan in een crisis.
Geen wonder dat mensen eens boos worden. Arme Dirk. Nu wil vast niemand zijn overschot aan hypotheken overkopen voor een redelijke prijs. Dan moet zijn bank eerst failliet gaan, en wordt zijn boedel met vette winst overgenomen, zoals die van Lehman vorig jaar werd opgekocht door de Britten. Net iets mis gerekend.
Vreemd eigenlijk dat Scheringa zo'n risico nam op zijn reputatie. En vreemd dat zijn spaarders hem zo lang hebben laten woekeren. Ook zij hadden kunnen bedenken dat hun hoge rentes bij DSB ergens vandaan moesten komen. Als ze even hadden doorgedacht.
Maar ach, waarom zou je, want de bank is toch rijk en betrouwbaar?
Maar welke bank is betrouwbaar? De DSB bank in elk geval niet, vond de voorzitter van hypotheekleed. Hij riep op tot massaal geld opnemen bij de DSB, zodat deze zou inklappen. Dat zou de boze mijnheer Scheringa wel leren. Diezelfde avond lag de computer bij DSB er al uit. Hackers, zei een woordvoerder. Of die hackers bij DSB zelf zaten wilde hij niet kwijt.
Maar het mocht niet baten. Er was in no time zestig miljoen weg gehaald. Een week later had DSB zeshonderd miljoen minder. Inmiddels is de bank onder curatele, en kunnen mensen niet meer bij hun DSB-geld. Een klassieke “bank run”, net als waar mijn moeder altijd over vertelde. Ik geloof dat zij er meer rekening mee hield dat dat nog wel eens zou kunnen gebeuren dan onze moderne bankiers zelf. Dus zij vertelde mij hoe dat werkte vanaf mijn zesde.
Niet dat ik dat toen begreep. Want leg fractioneel bankieren maar eens uit aan een zesjarige. Banken hebben geld zat, toch? De bankiers en hun reclamemakers doen hun uiterste best om dat beeld uit te stralen. “Wij zijn betrouwbaar, wij zijn rijk, wij bouwen in het duurste steen en staan voor eeuwig.” Met een rotsvaste glimlach. En een krijtstreepje. En een beetje bank sponsort nog iets wat we leuk vinden ook. Daarom lenen we bij de bank. En daarom brengen we ons geld ook daar.
Maar wat een bankier eigenlijk doet, is geld van andere mensen uitlenen aan derden. Het geld blijft niet in de bank, het moet rollen! Het geld moet groeien, door rente te vergaren. Alle geld dat binnenkomt, inclusief dat wat op je gewone girorekening staat, wordt zoveel mogelijk weer “geïnvesteerd”. Slecht hoeft dat niet te zijn, want zo is er meer werkgelegenheid dan als dat geld in een oude sok zit.
En het geld wordt niet één keer uitgeleend, maar veel vaker. Want als iemand met geleend geld wordt betaald, brengt hij dat ook naar de bank. En zelfs als de eerste lener nog helemaal niet heeft terug betaald, leent de bank dat binnen gebrachte geld gewoon ook weer uit. Dat mag, volgens de regels. Een gewone bank mag wel meer dan tien keer zoveel geld uitlenen, als het nog in baar geld heeft. Er hoeft maar een fractie in cash te blijven staan. Vandaar fractioneel bankieren.
Eigenlijk heeft een bank dus juist niet zo veel geld. In kas. De spaarders (en dat kunnen in theorie ook andere banken zijn) die zestig miljoen van de DSB weghaalden, gaven de DSB dus wel 600 miljoen minder speelruimte. Of nog meer. Als er nu echt 600 miljoen weg is, mag DSB maar liefst zes a zeven miljard minder in uitstaande leningen hebben. Daarom gaat een “bank run” zo hard.
En daarom proberen bankiers zo betrouwbaar over te komen. Want in zekere zin ben je aan het koorddansen met een veelvoud aan uitstaand geld, en maar een beetje in kas. Natuurlijk is er een risico. Reputatie is dan alles. Dat moet zelfs iemand als Dirk Scheringa hebben geweten. Ook toen zijn mensen met allerlei trucs woeker-hypotheken verkochten. Volgens mijn schoonvader, idealistisch boekhouder, deed hij dat al dertig jaar. Woeker-hypotheken die menselijkerwijs normaal al niet betaald kunnen worden. Laat staan in een crisis.
Geen wonder dat mensen eens boos worden. Arme Dirk. Nu wil vast niemand zijn overschot aan hypotheken overkopen voor een redelijke prijs. Dan moet zijn bank eerst failliet gaan, en wordt zijn boedel met vette winst overgenomen, zoals die van Lehman vorig jaar werd opgekocht door de Britten. Net iets mis gerekend.
Vreemd eigenlijk dat Scheringa zo'n risico nam op zijn reputatie. En vreemd dat zijn spaarders hem zo lang hebben laten woekeren. Ook zij hadden kunnen bedenken dat hun hoge rentes bij DSB ergens vandaan moesten komen. Als ze even hadden doorgedacht.
Maar ach, waarom zou je, want de bank is toch rijk en betrouwbaar?
dinsdag 13 oktober 2009
Vastgoedsprookje
Er was eens een ondernemer, een bankier en een Mexicaan. De Mexicaan mag ook een Pool zijn, of een Bulgaar. De ondernemer kon goed ondernemen, de bankier toveren met geld, en de Mexicaan was goed in huizen bouwen. Alle drie hadden ze een huis nodig.
De ondernemer zag dat het goed ging, en vroeg de Mexicaan of hij zijn huis wilde bouwen. Een huis met flink wat kamers, een hectare eigen grond, een riante keuken, bijbouw, garage en schuur, moestuin, en noem maar op. De Mexicaan vond het prima, dan kon hij ook iets verdienen. De ondernemer was blij, en ging naar de bankier om genoeg geld te lenen voor grond, materialen en de bouw.
De Mexicaan zag dat het goed ging, en hij besloot ook een huis voor zichzelf te bouwen. Een kleiner huis, want hij verdiende minder dan de ondernemer. Werkverhoudingen, marges, baas boven baas, en zo. Ook hij ging naar de bankier en nam een hypotheek voor zijn toekomstig huis. De bankier vond het goed, want er was het nodige werk in de bouw. Dit was een betrouwbare lener.
De bankier zag dat het heel goed ging, en besloot van zijn getoverde geld ook een huis te bouwen. Hij zag dat hij veel zou verdienen aan de rente die de ondernemer en de Mexicaan gingen betalen, dus hij kocht het grootste stuk grond voor zichzelf. Natuurlijk huurde hij ook de Mexicaan in, want die werkte goed en goedkoop. Bovendien betaalde de Mexicaan hem toch in rente weer terug.
De Mexicaan werkte hard en efficient. Verbazingwekkend. Uiteindelijk had hij het huis van de ondernemer af, het huis van de bankier klaar, en zelfs zijn eigen optrekje was bewoonbaar geworden. Hij was trots. Hij had goed werk geleverd.
Maar toen gebeurde er iets waar niemand op gerekend had. Er was geen werk meer voor de Mexicaan. Iedereen had namelijk al een huis. De bankier woonde riant, de ondernemer leuk, en de Mexicaan heel aardig. Iedereen was onder de pannen.
Geweldig? Nee. Want de huizen waren nog niet afbetaald. De Mexicaan verdiende niets meer, want er was niets meer te doen. En de ondernemer verdiende al snel niets meer, want hij verkocht voornamelijk aan de Mexicaan. En de bankier verdiende al rap niets meer, want de ondernemer en de Mexicaan konden hem niet meer betalen. Er zat maar één ding op. Ze moesten hun huizen verkopen.
Maar aan wie? Geen van drieën verdiende genoeg geld om het huis te kopen dat ze wilden. Zelfs al woonden ze er al in. Was er dan geen list te verzinnen, kon de bankier dan niet nog wat geld toveren? Nee, dat kan ik niet, zei de bankier, want dan heb ik een nieuw huis nodig. Alleen dan kan het. Het nieuwe huis is dan onderpand.
Opgetogen riep de ondernemer dat hij dan wel een huis zou bij laten bouwen. Hij zou de Mexicaan inhuren, en dan zouden ze er nog een zwembad bij bouwen ook. Dan kwam er vast een rijk iemand die het zou kopen en dan hun lasten zou kunnen betalen. De bankier vond het een geweldig plan. Er zou een huis komen, dus daar kon hij vast wat geld voor toveren. Hij herbelegde het geld dat al betaald was, en liet de ondernemer zijn gang gaan. Een nieuw paleis zou er komen: “Fata Morgana”.
Maar nog voor het paleis goed af was werd al duidelijk dat er toch geen koper zou komen. Want ze waren maar met zijn drieën. En geen van hen kon genoeg verdienen om het paleis te kopen. En zo moesten ze allemaal hun huis uit, en wonen op hun eigen stoep. Want het geld was op, al waren de huizen voor iedereen af.
En ze leefden nog lang en ongelukkig. Jammer he.
Of zouden ze gedurfd hebben om hun eigen huizen te kraken?
De ondernemer zag dat het goed ging, en vroeg de Mexicaan of hij zijn huis wilde bouwen. Een huis met flink wat kamers, een hectare eigen grond, een riante keuken, bijbouw, garage en schuur, moestuin, en noem maar op. De Mexicaan vond het prima, dan kon hij ook iets verdienen. De ondernemer was blij, en ging naar de bankier om genoeg geld te lenen voor grond, materialen en de bouw.
De Mexicaan zag dat het goed ging, en hij besloot ook een huis voor zichzelf te bouwen. Een kleiner huis, want hij verdiende minder dan de ondernemer. Werkverhoudingen, marges, baas boven baas, en zo. Ook hij ging naar de bankier en nam een hypotheek voor zijn toekomstig huis. De bankier vond het goed, want er was het nodige werk in de bouw. Dit was een betrouwbare lener.
De bankier zag dat het heel goed ging, en besloot van zijn getoverde geld ook een huis te bouwen. Hij zag dat hij veel zou verdienen aan de rente die de ondernemer en de Mexicaan gingen betalen, dus hij kocht het grootste stuk grond voor zichzelf. Natuurlijk huurde hij ook de Mexicaan in, want die werkte goed en goedkoop. Bovendien betaalde de Mexicaan hem toch in rente weer terug.
De Mexicaan werkte hard en efficient. Verbazingwekkend. Uiteindelijk had hij het huis van de ondernemer af, het huis van de bankier klaar, en zelfs zijn eigen optrekje was bewoonbaar geworden. Hij was trots. Hij had goed werk geleverd.
Maar toen gebeurde er iets waar niemand op gerekend had. Er was geen werk meer voor de Mexicaan. Iedereen had namelijk al een huis. De bankier woonde riant, de ondernemer leuk, en de Mexicaan heel aardig. Iedereen was onder de pannen.
Geweldig? Nee. Want de huizen waren nog niet afbetaald. De Mexicaan verdiende niets meer, want er was niets meer te doen. En de ondernemer verdiende al snel niets meer, want hij verkocht voornamelijk aan de Mexicaan. En de bankier verdiende al rap niets meer, want de ondernemer en de Mexicaan konden hem niet meer betalen. Er zat maar één ding op. Ze moesten hun huizen verkopen.
Maar aan wie? Geen van drieën verdiende genoeg geld om het huis te kopen dat ze wilden. Zelfs al woonden ze er al in. Was er dan geen list te verzinnen, kon de bankier dan niet nog wat geld toveren? Nee, dat kan ik niet, zei de bankier, want dan heb ik een nieuw huis nodig. Alleen dan kan het. Het nieuwe huis is dan onderpand.
Opgetogen riep de ondernemer dat hij dan wel een huis zou bij laten bouwen. Hij zou de Mexicaan inhuren, en dan zouden ze er nog een zwembad bij bouwen ook. Dan kwam er vast een rijk iemand die het zou kopen en dan hun lasten zou kunnen betalen. De bankier vond het een geweldig plan. Er zou een huis komen, dus daar kon hij vast wat geld voor toveren. Hij herbelegde het geld dat al betaald was, en liet de ondernemer zijn gang gaan. Een nieuw paleis zou er komen: “Fata Morgana”.
Maar nog voor het paleis goed af was werd al duidelijk dat er toch geen koper zou komen. Want ze waren maar met zijn drieën. En geen van hen kon genoeg verdienen om het paleis te kopen. En zo moesten ze allemaal hun huis uit, en wonen op hun eigen stoep. Want het geld was op, al waren de huizen voor iedereen af.
En ze leefden nog lang en ongelukkig. Jammer he.
Of zouden ze gedurfd hebben om hun eigen huizen te kraken?
donderdag 8 oktober 2009
Laat
Waar is die broek nu gebleven? En waarom moet dochterlief nu juist die broek aan? Waarom zoek ik 'm eigenlijk, want ik ben al mijn marge om op tijd te komen inmiddels wel kwijt. Nee he. Alle kleren van beide dochters ook al in de war. In alle manden zit kleding voor de oudste. Alles van de jongste is spoorloos. Ik hoor de klok tikken. Weer niet op tijd.
Ik heb al jarenlang, nee levenslang het probleem van te laat komen. Niet dat anderen te laat bij mij komen (ook dat gebeurt hoor), maar dat ik zelf te laat ben. Vanochtend was het weer zo ver. Allerlei vertragingen stapelen op, en ik zie mijn marges slinken. Nog even tandenpoetsen. Spullen klaarleggen voor de huishoudster die min of meer ongepland vandaag zal komen, in plaats van over twee dagen. Oudste dochter prijzen voor haar inderdaad schitterende tekeningen. Jongste dochter nu toch maar echt wakker maken, anders lukt het niet meer. Ah, daar is ze al. Maar ze heeft een waardeloos humeur, want mama is al weg, op weg naar werk. Dat wordt gezellig, want dan mag haar pyjama eerst niet eens uit. Vroeger wakker maken werkt ook niet, want dan is ze zo moe en hangerig dat ook niets mag.
Zinvolle handelingen, minder zinvolle zaken en achteraf vaak totaal irrelevante dingen vullen de tijd tussen wakker worden en weg gaan op. Of tussen wat dan ook en aankomen.
Natuurlijk. Ik moet prioriteren. Een moeilijk woord voor “dat eerst doen wat het belangrijkst en het meest urgent is”. Dat wat urgent en belangrijk is, direct doen. Dat wat belangrijk is, maar niet urgent, plan je voor een andere keer. Plannen, dat zou ik ook wel beter willen kunnen.
Wel urgent maar niet belangrijk, dat delegeer je aan iemand anders. Hm... Delegeren aan mijn jongste dochter? Soms kan dat wel. Niet urgent en niet belangrijk? Dat doe je gewoon niet.
Maar hoe zit het dan met leuk? Niet urgent maar wel leuk? Is dat al belangrijk? Wanneer is leuk belangrijk genoeg om urgent te worden? Of wanneer is het urgent genoeg om iets leuks te doen? En is een domme puzzel of een spelletje doen eigenlijk ooit wel urgent? Vast niet belangrijk.
In mijn stress is er al een plastic krat gesneuveld. Tijd om over urgent, leuk en belangrijk te filosoferen geef ik mezelf niet eens. Broek gevonden. Even later bied ik mijn excuses aan mijn jongste aan dat ik zo mopper en stress. Het komt niet door haar. Ik had ook dingen moeten klaar leggen. Jammer dat ik gisteren pas rond elf uur 's avonds thuis was. Zo zij het. Tot mijn verbazing biedt mijn driejarige ook haar excuses aan: “Sorry papa, dat ik zo huilerig was.”
De oudste staat al een kwartier rond te springen in haar jas. Helemaal klaar. Uiteindelijk zijn we net met de bel bij haar klas. Op het nippertje te laat. Gelukkig is de klasdeur nog open. Met een knuffel neem ik afscheid. Want de stress van te laat zijn is al erg genoeg, weet ik van toen ik zelf kind was. Even later is de jongste ook rustig afgeleverd bij de oppas. Ik haal mijn trein nog net. Gelukkig.
Tien minuten later vraagt een medepassagier verward aan me of we niet al hadden moeten rijden. Net zo verbaasd kijk ik op uit mijn krantje. Mijn niet urgente, noch belangrijke krantje.
Dan zet de trein zich juist in beweging. “Goedemorgen. Wij hebben een vertraging van tien minuten,” schallen de luidsprekers. Onze treinconducteur geeft ongevraagd uitleg waarom wij zijn vertraagd. “Die komt deels door mij, want ik kwam binnen met een andere trein, die vijfentwintig minuten vertraging had. En toen moest ik nog naar deze trein lopen. Daarna moesten wij nog op een andere trein wachten.” Hij zucht door de intercom. Ik geloof dat hij mijn probleem kent.
Ik heb al jarenlang, nee levenslang het probleem van te laat komen. Niet dat anderen te laat bij mij komen (ook dat gebeurt hoor), maar dat ik zelf te laat ben. Vanochtend was het weer zo ver. Allerlei vertragingen stapelen op, en ik zie mijn marges slinken. Nog even tandenpoetsen. Spullen klaarleggen voor de huishoudster die min of meer ongepland vandaag zal komen, in plaats van over twee dagen. Oudste dochter prijzen voor haar inderdaad schitterende tekeningen. Jongste dochter nu toch maar echt wakker maken, anders lukt het niet meer. Ah, daar is ze al. Maar ze heeft een waardeloos humeur, want mama is al weg, op weg naar werk. Dat wordt gezellig, want dan mag haar pyjama eerst niet eens uit. Vroeger wakker maken werkt ook niet, want dan is ze zo moe en hangerig dat ook niets mag.
Zinvolle handelingen, minder zinvolle zaken en achteraf vaak totaal irrelevante dingen vullen de tijd tussen wakker worden en weg gaan op. Of tussen wat dan ook en aankomen.
Natuurlijk. Ik moet prioriteren. Een moeilijk woord voor “dat eerst doen wat het belangrijkst en het meest urgent is”. Dat wat urgent en belangrijk is, direct doen. Dat wat belangrijk is, maar niet urgent, plan je voor een andere keer. Plannen, dat zou ik ook wel beter willen kunnen.
Wel urgent maar niet belangrijk, dat delegeer je aan iemand anders. Hm... Delegeren aan mijn jongste dochter? Soms kan dat wel. Niet urgent en niet belangrijk? Dat doe je gewoon niet.
Maar hoe zit het dan met leuk? Niet urgent maar wel leuk? Is dat al belangrijk? Wanneer is leuk belangrijk genoeg om urgent te worden? Of wanneer is het urgent genoeg om iets leuks te doen? En is een domme puzzel of een spelletje doen eigenlijk ooit wel urgent? Vast niet belangrijk.
In mijn stress is er al een plastic krat gesneuveld. Tijd om over urgent, leuk en belangrijk te filosoferen geef ik mezelf niet eens. Broek gevonden. Even later bied ik mijn excuses aan mijn jongste aan dat ik zo mopper en stress. Het komt niet door haar. Ik had ook dingen moeten klaar leggen. Jammer dat ik gisteren pas rond elf uur 's avonds thuis was. Zo zij het. Tot mijn verbazing biedt mijn driejarige ook haar excuses aan: “Sorry papa, dat ik zo huilerig was.”
De oudste staat al een kwartier rond te springen in haar jas. Helemaal klaar. Uiteindelijk zijn we net met de bel bij haar klas. Op het nippertje te laat. Gelukkig is de klasdeur nog open. Met een knuffel neem ik afscheid. Want de stress van te laat zijn is al erg genoeg, weet ik van toen ik zelf kind was. Even later is de jongste ook rustig afgeleverd bij de oppas. Ik haal mijn trein nog net. Gelukkig.
Tien minuten later vraagt een medepassagier verward aan me of we niet al hadden moeten rijden. Net zo verbaasd kijk ik op uit mijn krantje. Mijn niet urgente, noch belangrijke krantje.
Dan zet de trein zich juist in beweging. “Goedemorgen. Wij hebben een vertraging van tien minuten,” schallen de luidsprekers. Onze treinconducteur geeft ongevraagd uitleg waarom wij zijn vertraagd. “Die komt deels door mij, want ik kwam binnen met een andere trein, die vijfentwintig minuten vertraging had. En toen moest ik nog naar deze trein lopen. Daarna moesten wij nog op een andere trein wachten.” Hij zucht door de intercom. Ik geloof dat hij mijn probleem kent.
woensdag 30 september 2009
CV-economie
Vijftien jaar geleden, midden in een koude winter, was onze CV-ketel hard op weg het te begeven. Hij gaf steeds minder warmte, er kwamen steeds sneller luchtbellen in het systeem, de verste radiatoren werden steeds minder effectief, andere radiatoren werden knetterheet, de waterdruk zakte en zakte zonder dat het water ergens zichtbaar uit lekte, en de ketel zelf maakte steeds engere geluiden. Op een dag was hij ineens helemaal uit.
Achteraf gezien doet die CV-installatie me best denken aan ons globale financiële stelsel.
Stel dat je het hart van onze financiële wereld, in London, New York, Frankfurt, ziet als een gigantische CV-ketel. Een CV-ketel die de economie van onze wereld moet warm houden, en zorgen dat ieder landje warm water krijgt. Warm water in de vorm van genoeg valuta om een goed warm draaiende economie te houden. Een economie die goed is voor de mensen die in elk land wonen.
En die CV-ketel, of eigenlijk zijn het er natuurlijk meer, CV-ketels dus, die pompen heel veel ponden, euros en dollars in de wereld. Tot heel ver. Zelfs in Timboektoe en Zaire staan wel radiatortjes. En ook in Afghanistan, Korea, Cambodja, Honduras en zelfs Nieuw Zeeland. In Japan is een expansievat. In China sparen ze wat extra warm dollarwater op, want zij zijn zuinig.
In IJsland ging het even mis. Daar hebben ze een lekje in de radiator. Daarom is die nu maar even dichtgedraaid. Wel jammer, want de winters zijn daar best koud. Een decennium terug ging het ook mis in Rusland, en later in Japan en toen in Argentinië. Ook daar moest fors aan de radiators gesleuteld worden. Water er uit en eerst ontluchten voor er weer nieuw geld-water in kon. Ondertussen had de bevolking het niet zo warm meer. Die moest dan maar een trui aantrekken of zo, en groenten verbouwen in eigen tuin, zoals bejaarden dat doen in St. Petersburg.
In de afgelopen decennia is gaandeweg bedacht dat je het geld nog sneller zou kunnen rondpompen dan anders. Hogere druk. En heter stoken met hogere bedragen. Dan komt het sneller overal langs, en wordt het ook warmer. En dan komt het vast ook wel in verdere uithoeken van het buizenstelsel. In elk geval komt er weer meer door de ketel, en is het daar bij het hart van het systeem ook weer veel warmer. De rijken worden rijker, en wellicht druppelt er ook wat meer naar de armen. Optimistische economen noemen dat “trickle down economy”.
Maar echt perfect werkte het nog niet. In sommige uithoeken bleef te weinig komen en moesten de radiatoren toch dicht of op een kier. En er kwamen ook steeds luchtbellen in het systeem. Of moet ik zeggen speculatie-bellen? Internet-bel, vastgoed-bel, noem-maar-op-bel? Denk je heerlijk warm water te krijgen, blijkt het gebakken lucht te zijn. Pfffft. Pruttelend en gloeiend heet van de bonussen slaat de ketel af. Plots is de gelddruk weg.
Toch maar de ketel bijvullen? Amerikaanse en andere overheden pompen nu heel veel noodgeld in het systeem. Misschien dat het dan weer werkt. Maar waar moet je ontluchten om te voorkomen dat er overdruk (inflatie?) ontstaat en nog meer bellen? Of moet je helemaal niet ontluchten en eerst ergens een groot lek repareren? Of was er misschien wel onderdruk omdat het systeem heel veel extra radiators (nieuwe bevolkingscentra) had gekregen en er nooit afdoende was bijgevuld?
Veel grote banken vertrouwen het niet en hebben schijnbaar toch hun geldkranen nog even dicht gedraaid. Misschien wordt het nu bij hen wel warm, maar zo stroomt het geld ook niet lekker door.
Heeft de kapitalistische ketel gefaald? Is ie nu echt stuk? Ik geloof dat we het nog niet weten. Maar wellicht wordt het tijd om toch ook wat noodkacheltjes te gaan installeren. Kijken of we misschien meerdere kleine keteltjes met pompen moeten hebben in plaats van een hele grote Amerikaanse dollarketel.
En misschien moeten we zelfs nadenken of we onze verwarming uberhaupt wel zo hoog moeten opstoken. Misschien zijn we juist wel veel blijer als het niet zo heel warm is. Omdat we dan iets minder hoeven rond te hollen om overmatig te consumeren en te produceren.
Achteraf gezien doet die CV-installatie me best denken aan ons globale financiële stelsel.
Stel dat je het hart van onze financiële wereld, in London, New York, Frankfurt, ziet als een gigantische CV-ketel. Een CV-ketel die de economie van onze wereld moet warm houden, en zorgen dat ieder landje warm water krijgt. Warm water in de vorm van genoeg valuta om een goed warm draaiende economie te houden. Een economie die goed is voor de mensen die in elk land wonen.
En die CV-ketel, of eigenlijk zijn het er natuurlijk meer, CV-ketels dus, die pompen heel veel ponden, euros en dollars in de wereld. Tot heel ver. Zelfs in Timboektoe en Zaire staan wel radiatortjes. En ook in Afghanistan, Korea, Cambodja, Honduras en zelfs Nieuw Zeeland. In Japan is een expansievat. In China sparen ze wat extra warm dollarwater op, want zij zijn zuinig.
In IJsland ging het even mis. Daar hebben ze een lekje in de radiator. Daarom is die nu maar even dichtgedraaid. Wel jammer, want de winters zijn daar best koud. Een decennium terug ging het ook mis in Rusland, en later in Japan en toen in Argentinië. Ook daar moest fors aan de radiators gesleuteld worden. Water er uit en eerst ontluchten voor er weer nieuw geld-water in kon. Ondertussen had de bevolking het niet zo warm meer. Die moest dan maar een trui aantrekken of zo, en groenten verbouwen in eigen tuin, zoals bejaarden dat doen in St. Petersburg.
In de afgelopen decennia is gaandeweg bedacht dat je het geld nog sneller zou kunnen rondpompen dan anders. Hogere druk. En heter stoken met hogere bedragen. Dan komt het sneller overal langs, en wordt het ook warmer. En dan komt het vast ook wel in verdere uithoeken van het buizenstelsel. In elk geval komt er weer meer door de ketel, en is het daar bij het hart van het systeem ook weer veel warmer. De rijken worden rijker, en wellicht druppelt er ook wat meer naar de armen. Optimistische economen noemen dat “trickle down economy”.
Maar echt perfect werkte het nog niet. In sommige uithoeken bleef te weinig komen en moesten de radiatoren toch dicht of op een kier. En er kwamen ook steeds luchtbellen in het systeem. Of moet ik zeggen speculatie-bellen? Internet-bel, vastgoed-bel, noem-maar-op-bel? Denk je heerlijk warm water te krijgen, blijkt het gebakken lucht te zijn. Pfffft. Pruttelend en gloeiend heet van de bonussen slaat de ketel af. Plots is de gelddruk weg.
Toch maar de ketel bijvullen? Amerikaanse en andere overheden pompen nu heel veel noodgeld in het systeem. Misschien dat het dan weer werkt. Maar waar moet je ontluchten om te voorkomen dat er overdruk (inflatie?) ontstaat en nog meer bellen? Of moet je helemaal niet ontluchten en eerst ergens een groot lek repareren? Of was er misschien wel onderdruk omdat het systeem heel veel extra radiators (nieuwe bevolkingscentra) had gekregen en er nooit afdoende was bijgevuld?
Veel grote banken vertrouwen het niet en hebben schijnbaar toch hun geldkranen nog even dicht gedraaid. Misschien wordt het nu bij hen wel warm, maar zo stroomt het geld ook niet lekker door.
Heeft de kapitalistische ketel gefaald? Is ie nu echt stuk? Ik geloof dat we het nog niet weten. Maar wellicht wordt het tijd om toch ook wat noodkacheltjes te gaan installeren. Kijken of we misschien meerdere kleine keteltjes met pompen moeten hebben in plaats van een hele grote Amerikaanse dollarketel.
En misschien moeten we zelfs nadenken of we onze verwarming uberhaupt wel zo hoog moeten opstoken. Misschien zijn we juist wel veel blijer als het niet zo heel warm is. Omdat we dan iets minder hoeven rond te hollen om overmatig te consumeren en te produceren.
Abonneren op:
Posts (Atom)