Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen

dinsdag 7 februari 2012

Nee hoor, ik hoef niets

Ik wandel door Utrecht, ben gestrand op een doordeweekse dag. Overal winkels. Soms van dezelfde wel twee of drie keer een filiaal, op steenworp afstand van elkaar. Overal kan ik dingen kopen. Alles kan ik kopen. Alles behalve de gelukkige en of ontklede dames en heren die op meer dan levensgrote afbeeldingen aanprijzen wat en waar ik moet kopen.

Niet dat er heel veel mensen zijn om dingen te kopen. Het is een doordeweekse dag. Dan werken mensen. In elk geval de mensen die nog geld verdienen waarmee ze iets kunnen kopen. Die mensen komen pas in het weekend. Of op koopavond. Als de vaste krachten niet werken, maar juist de studenten.

Niet helemaal waar natuurlijk, want er zijn altijd wel mensen die wel vrij hebben. Of doen of ze vrij hebben. Maar zo 's ochtends kan ik rustig een uur een gesprek voeren met de winkelbediende terwijl er vrijwel geen andere klanten langskomen. Laat staan dat er iets wordt gekocht. Het kan vast wel uit. Anders was de winkel er niet meer. Dus vanmiddag zal het wel aantrekken met de klandizie, of wellicht compenseren de verkopen van de koopavonden en zaterdagmiddagen voor de rest van de week.

Overal staan spulletjes uitgestald. Stapels voorwerpen. Modieuze kledingstukken, design snuisterijen, electronisch speeltuig, boekerijen, drinkerijen, eterijen. Overal worden stil of minder stil waren aangeprezen. Met of zonder ontblote foto's. Wat mooi! Koop mij! Koop dit! Koop nog meer! Eigenlijk is de binnenstad veranderd in een grote continue middeleeuwse jaarmarkt.

Zoveel mensen die waren hebben gemaakt. Ook in het verre buitenland. Zoveel die het hier aanprijzen. Zoveel die concurreren om (mijn) tijd en aandacht. Allemaal om een beetje geld, of veel geld, en wat waardering te krijgen. Geld waarmee ze op diezelfde jaarmarkt, die bijna elke dag is, weer andere dingen kunnen kopen, van anderen. Anderen die ook aanprijzen, voor een beetje geld en aandacht. Om weer dingen te kunnen kopen...

Ik koop alleen niets. We hebben elkaar thuis beloofd deze maand niets te kopen, behalve als het nodig is voor onderhoud. Ik heb niets nodig. Ook niet wat ik misschien wel zou willen. Ik hoef het niet te kopen. Ik hoef het niet te willen. Ik hoef er geen tijd voor te maken in mijn dag, geen ruimte in mijn huis. Ik hoef niet. Ik ben blij.

vrijdag 1 juli 2011

En toch zijn Griekse Schulden Lucratief

Het Griekse parlement heeft eindelijk beslist. Met een krappe meerderheid. Bezuinigen moet dan maar, en verkopen van publieke instellingen ook. Zelfs al gaan Griekse burgers in grote getale al tijden de straat op in protest, en werkt de oproerpolitie overuren. Want, Griekenland kan anders haar schulden niet aflossen. Of eigenlijk, de rente daarover niet betalen. Want die rente is fors.

Op de vrije markt wordt voor een twee-jarige lening aan Griekenland nu meer dan 25% per jaar betaald. Op straat zou zo'n lening woeker heten. Alles behalve eerlijk. Zelfs de 16, 17, 18% die enkele maanden terug werd gebruikt om mee te dreigen was al onmogelijk hoog. Als je 18% op de volle 340 miljard euro schulden zou moeten opbrengen, kom je aan bijna 6000 euro rente per Griek, per jaar. Knap als je dan ook nog aan aflossen van je eigen hypotheek toekomt.

En waar gaat die rente dan heen? Naar de beleggers in Griekse schulden. Banken, hedge funds, verzekeraars, pensioenfondsen. Want die nemen de risico's, zo is het idee. De Grieken die op straat protesteren namen die risico's niet. Die dragen alleen maar de ingeschatte kosten van dat risico. Dat die hoog zijn is dan maar jammer voor ze.

Gelukkig springt Europa bij, en geeft tientallen miljarden als een goedkopere lening. De vrije markt hoeft maar een deel van de nieuwe leningen uit te schrijven. Maar, hier gebeurt iets grappigs.

Stel dat de vrije markt beleggers uitlenen tegen 20%, en dat de komende tien jaar kunnen volhouden, dan krijgen ze drie keer hun inleg terug in die tien jaar. Als ze dus met 25 miljard bijspringen, maken ze al 50 miljard van de Europese hulp op, gewoon aan rente. Als de rente opstapelt wordt het nog meer. Dus een fors deel van de bailout gaat linea recta naar de private investeerders.

Als die private investeerders nu onze pensioenfondsen zijn, dan komt het geld vanzelf bij ons terug. Wij betalen als rijkere Europeanen met onze belasting aan de Grieken. Onze pensioenfondsen vragen die bailout weer terug in de vorm van vette rente. En geen Griek die er een cent van hoeft te zien. En de echte risico's zijn met zo'n gegarandeerde bailout niet eens hoog, veel minder dan 25%. Grappig, he?

Wel jammer dat de Griek op straat er letterlijk de schuld van krijgt.

vrijdag 24 juni 2011

Hoera! Nog meer Miljonairs!

Ra ra hoe kan dat nu. Afgelopen jaar zijn er wereldwijd 8,3% meer miljonairs bij gekomen. In Nederland alleen al zijn er 113000. En dat terwijl de kranten alleen maar vol staan over bezuinigingen. Hoe komen die miljonairs dan aan het geld? Het was toch overal op.

Wat voor goede dingen zouden de miljonairs voor ons allemaal gedaan hebben om zoveel geld te verdienen? Hebben ze het wel verdiend? Sommigen vast wel.

Samen hebben de miljonairs ongeveer 42 biljoen dollar aan vermogen. Dat is bijna drie keer de Amerikaanse staatsschuld. Misschien heeft de hele wereld bij elkaar wel net zoveel staatsschulden als de miljonairs aan vermogen hebben. Grappig. Zouden ze ons in één keer uit kunnen kopen.

Maar ja, ik weet niet of de miljonairs dat wel voor ons willen doen. Wie weet werkt dat helemaal niet zo, financieel. Misschien zijn ze ook wel bang dat wij niet meer willen werken, als wij geen schulden meer moeten aflossen, en geen rente betalen. Of misschien hebben ze zelf ook wel grote schulden, die ze anders niet kunnen afbetalen. Al weet ik dan niet precies aan wie.

Wat kopen die miljonairs eigenlijk wel? Mooie auto's, huizen, juwelen, exquise eten, jachten, prive vliegtuigen, antiek en kunst... Jammer, dat maak ik niet en heb ik niet. Zouden ze ook nog een filmpje of column van mij willen kopen? Zij hebben nog wel geld in deze tijd van bezuiniging. Meer broodjes van de bakker hebben ze vast niet nodig. Je kunt er maar zoveel van eten. Bakker hoef ik dan niet te worden. Ook niet voor arme mensen, want die hebben straks toch geen geld.

Of nee, wacht, misschien willen de miljonairs wel broodjes kopen voor de niet-miljonairs, om aan hen uit te delen. Om een beetje te werken aan een positief imago: “Miljonairs zijn ook o.k.”

woensdag 22 juni 2011

Atoomstroom stop je niet zomaar

Angela Merkel – en andere geschrokkenen – willen toch liever niet door met atoomstroom. Dat snap ik. Want hoewel de kans op een Tsunami hier iets kleiner is, zou een atoomramp hier minstens zo erg uitpakken als nu is gebeurd in Japan. Dus de kerncentrales gaan dicht blijven in Duitsland. De enigen die daar echt niet blij mee zijn, zijn de energiebedrijven die al hebben geinvesteerd in de huidige kerncentrales.

Zoals Vattenfall (betekent in het Zweeds nota bene “Waterval” – lekker verwarrend), E.on, EnbW en RWE. Vattenfall zegt afgelopen jaar nog twee derde miljard euro in de te sluiten centrales gepompt te hebben. Ongeveer de helft van een kwartaalwinst van het bedrijf. Natuurlijk, als hun centrales niet door mogen hoeven ze ook geen uranium-belasting meer te betalen. Maar dat andere geld zijn ze dan kwijt – want geen atoomstroom-inkomsten meer. En zeker geen atoomstroom-winsten. Dat vinden ze niet eerlijk. En de rechters geven hen al gelijk. Want de staat gaat met het besluit in tegen de in de grondwet vastgelegde eigendomsrechten van de energiebedrijven.

Tja. Dat is wel een probleem. Eigendom. Want de grondwet is ook heilig. Dan toch maar doorgaan? En wachten tot het een keer echt mis gaat? Kan ook.

Of vergoeden we de energiebedrijven voor hun investeringen, zelfs al kunnen wij er ook niet zoveel meer mee behalve een “Wunderwasserland speelparadijs in een oude kerncentrale” van maken? Dat zou wel kunnen, afkopen. En dat is ook waarschijnlijk het minimum waarop de energieleveranciers nu aansturen.

Waar halen we het geld dan vandaan? Omdat we al moeten bezuinigen? Tja. Dat is ook een probleem. Toch maar doorgaan dan? En wachten tot...

Ach. Als we oorlog moesten voeren, dan zouden we het geld gewoon bijdrukken. Dan zouden we de verliezen uiteindelijk wel verhalen op de verliezer van de oorlog. En als die het dan niet meer had, dan drukten we wel weer geld bij in Marshall-hulp, om ze er weer bovenop te helpen. Dus het geld blijft dan gewoon uit het niets bij gedrukt. We werken er wel voor, dat wel.

Is onze behoefte aan schone, veilige energie niet ook te zien als een oorlog? Of in elk geval als een strijd? Maar dan eentje die niet tegen iemand is, maar voor ons allemaal? Juist Duitsland snapt het nu al. Dit is wel een goede strijd.

maandag 30 mei 2011

Banken doen niet aan Monetaire Politiek

Banken doen aan geld verdienen. Ze zijn er niet in het spel om te zorgen dat onze economie gesmeerd loopt. Dat is alleen een zijeffect. Tijdens het opblazen van de bubbels helpen ze de economie, tijdens het leeglopen er van schaden ze de economie. Jammer dan. Dat is ook niet de taak van een bank.

Nee, een bank is er om geld te verdienen. Het is een bedrijf. En een bank verdient geld met rente vangen, en met premies. Niets anders. Dus de rente moet liefst zo hoog mogelijk zijn bij het uitlenen, en zo laag mogelijk bij het inlenen. En de premies moeten liefst zo hoog, zo vaak en zo veel mogelijk zijn. En de heen en weer geschoven bedragen waarover rente en premie berekend wordt moeten liefst zo groot mogelijk zijn. Want een percentage van een grotere som is ook groter. Zo simpel ligt het.

En rente verdien je over schulden. Dus voor een bank is het goed als er veel schulden zijn. Aan de bank dan, wel te verstaan. Op een aflossing verdient een bank niet. Op een rentebetaling wel.

Nu is een situatie ontstaan waarbij er veel schulden zijn. Maar niet alleen aan de bank, maar vooral ook van de bank – aan andere banken. En dat laatste schiet voor een bank niet op. Banken willen van hun schulden af. Hun schulden aan anderen dan. De schulden van anderen aan hen moeten juist blijven.

Of die schulden enigszins reëel zijn doet er niet toe. Of de schulden werkelijk betaald kunnen worden doet er niet toe. Of ze betaald worden – dat wel. Of het kan? Welnee.

Als de overheid bijspringt en bezuinigt? Prima! Als we met z'n allen ontslagen worden en toch meer moeten verdienen? Prima! Wel huizen moeten kopen en geen geld kunnen lenen? Graag! Niet het probleem van de bank.

De taak van een bank is overleven. Winst maken en verlies voorkomen. En dat doet ze zoals het nu is door de schuldenlast voor anderen zo hoog mogelijk te houden. En de rente daarover ook zo hoog mogelijk. Zo lang wij met z'n allen maar ja en amen zeggen is dat voor de bank prima.

Een bank is de eerste plaats uit op zijn eigen hachje. Dat is niet fout. Dat is logisch. Maar we moeten dan ook niet verwachten dat een bank uit zichzelf de beste oplossing voor onze gezamenlijke problemen zal aandragen. Dat is niet haar taak.

dinsdag 16 november 2010

Gratis!

Hij doet het niet. Hulpeloos kijk ik naar de chauffeur van de bus.
“De OV-chipkaart doet het niet”, zeg ik.
Even kijkt hij me verbaasd aan.
“In de stad is het gratis”, zegt hij.

Ik ben in Alkmaar. Op één van de laatste dagen van het steeds weer verlengde experiment met gratis openbaar stadsvervoer. Ik hoef dus niet te betalen. Dat is wel fijn. En een beetje vreemd. Daar zit ik in een schone bus – van binnen dan – die me zomaar een half uur lopen gaat besparen. En ik betaal niets, alleen een beetje vriendelijkheid.

Ooit las ik daar wel een boekje over, van Dr. Michel van Hulten. Hij vocht jaren lang, ook in de kamer, voor gratis openbaar vervoer, en rekent ons voor dat het ons heel veel kan opleveren. Het leidt tot meer gebruik van openbaar vervoer, en geeft dus minder vervuiling en files. Maar ook in financieel opzicht. Het hele OV-chipkaart systeem, met bijbehorende poortjes, controle-apparaatjes, oplaadpunten en verkooppunten hoef je dan ook niet meer te betalen.

Echt gratis is het natuurlijk nooit. Je betaalt zo'n gemeenschappelijk vervoer toch uit belastingen. Net als dat met onze snelwegen gebeurt. Dus je betaalt dan vooraf – of achteraf, met je belasting. Maar als je instapt niet meer. Je hebt dan een soort levenslang abonnement met kosten naar draagkracht.

Zou het gewerkt hebben? Hier in Alkmaar stoppen ze blijkbaar. “Werkte het nu een beetje?”, vraag ik aan de chauffeur. Hij twijfelt even en haalt zijn schouders op. “Om eerlijk te zijn, voor ons hoeft het niet zo”, hij klinkt boos en beschaamd tegelijk. Hij legt uit dat er relatief veel hangjongeren gebruik gingen maken van de bus. Die reden dan maar heen en weer, en maakten de bus heel ongezellig. Of misschien wel te gezellig. Bij mij doemt een beeld op van beschonken party-gangers en zwervers die een beetje warm proberen te worden. Tja, dat krijg je dan natuurlijk ook.

De chauffeur kijkt even peinzend voor zich uit. “Maar het is wel jammer eigenlijk. Want je zou er veel meer mensen het openbaar vervoer mee in krijgen”. Hij vindt het echt jammer, zo te zien. Ik maak maar een grapje over dat je misschien niet alle soorten mensen het OV in wilt.

Maar ik voel met hem mee. Dat is toch bizar. Dan is iets gratis, en dan lijkt het direct ook behandeld te worden – door sommigen – als waardeloos. Maar gratis en waardeloos is toch niet hetzelfde? Het is wel een terugkerend thema in onze maatschappij. De dingen die echt gratis zijn worden vaak ook eerder verwaarloosd. De eigendommen staan er vaak beter bij. Dat roepen de voorstanders van markt en kapitaal dan vaak. Als je iets moet betalen, dan zorg je er ook beter voor.

Maar is dat wel echt waar? De betaalde trams en metros waren ooit net zo'n puinhoop door vandalisme. Op de best dure trein vanuit Parijs ben ik ook wel bijna beroofd door een heel erg stinkende zwerver. Op de stations in Amsterdam staan er 's nachts ook cordons van bewakers bij de ingangen om de veiligheid en het materieel te waarborgen. En eigendommen worden soms ook best verwaarloosd als de eigenaar er geen geld meer voor heeft – kijk maar naar elke willekeurige vervallen wijk.
Nee. Ik geloof eigenlijk niet dat het komt door wel of niet betalen. Jongeren en dronken lui zoeken toch grenzen op, of ze nu betaald hebben of niet. En zwervers zoeken toch wel desperaat naar een plek om te slapen of het warm te hebben.

En daar heb je controle voor nodig. En regels van beleefdheid en redelijkheid. Al was het maar in de vorm van een vriendelijke conducteur, die je netjes de trein uitzet als je het te bont maakt voor andere reizigers. Eentje die daar ook gewoon regels en bevoegdheid toe heeft. “Nee mijnheer. Deze trein is gratis, want u heeft er al voor betaald met uw belastinggeld. Nu ja, u misschien niet. Maar we verwachten wel wat beleefdheid van u. Anders moet ik u toch echt de deur wijzen.”

Ja, zo'n gratis openbaar vervoer conducteur spreekt me wel aan. Die kan je dan direct vertellen waar je je volgende overstap het best kunt doen. En misschien vragen of je het naar je zin hebt. Want kaartjes hoeft hij – of zij – dan toch niet meer te knippen.

woensdag 27 oktober 2010

Holle Bolle Gijs

“Papier hier, papier hier”. Holle Bolle Gijs in de Efteling heeft nooit genoeg. Kinderen, ook de mijne, en hun ouders gooien graag iets in zijn mond. Dan zegt hij dankjewel. En even later heeft hij weer honger. Holle Bolle Gijs helpt heerlijk om te zorgen dat het schoon is. Want hij drijft mensen tot opruimen, en netjes zijn. Maar Holle Bolle Gijs heeft nooit genoeg. Er moet altijd meer in, ook als alles al is opgeruimd.

Holle Bolle Gijs lijkt een beetje op onze gezamenlijke banken, investeerders, kapitaalmarkten en speculanten. Ook zij helpen om te zorgen dat onze corvee gedaan wordt, door geld te investeren en dat vervolgens weer terug te eisen met wat winst er bij. Dat zorgt dat ondernemers wat harder werken, wat harder opruimen, wat harder produceren, wat drukker verhandelen, wat meer innoveren. Opgejaagd om toch maar die aflossing en rente op te brengen.

Maar ook deze Holle Bolle Gijs heeft nooit genoeg. Dan roept hij steeds harder – “papier hier, papier hier”. Waardepapier dan, natuurlijk. Er moet altijd meer in, ook als alles wat we willen al is gedaan.

Stel je voor dat je Holle Bolle Gijs echt tevreden probeert te stellen. En dat je hem iets voedzaams probeert te geven. Een stuk vlees of zo. Dan roept hij natuurlijk ook nog steeds dat hij honger heeft. Stel je voor, dat lief moedertje Gemeente dan langskomt, en hem voert. Want zij is zorgzaam. Ze voert hem alles wat er is. En als er niets meer is, dan voert ze hem wel een stukje van zichzelf. Zoals de kok die zo lekker voor de koning kon koken. Toen hij geen vlees meer had, stoofde hij zijn eigen voet. En toen zijn been. Enzovoort. Tot er niets over was. Dat doet dit lief moedertje Gemeente ook. Tot er niets van haar over is. Want aangenomen kindje Holle Bolle Gijs moet wel blijven groeien.

Stom? Hoezo? Dat doen Staat en Gemeente toch ook echt? Zij verkochten onze Nuts-bedrijven, en onze grond aan privé-partijen. Privatiseren heet dat. Soms werden er nog wel goede prijzen voor gehaald ook. Zo zag dat er op het moment van verkoop in elk geval uit. Goed, soms is de Staat nog echt aandeelhouder. Maar vaak genoeg is het recht gewoon echt verkocht. En gemeentegrond is ook maar beperkt – tot je je gemeente uitbreidt tot zijn uiterste grens.

Een paar jaar terug had moedertje Gemeente geprobeerd wat van haar wonden te laten helen in een kuuroord op IJsland. Icesave, zeg maar. Maar dat ging mis. Een andere Holle Bolle Gijs at haar arm daar op. Niets aan te doen. De plaatselijke Holle Bolle Gijs schreeuwde toen weer heel hard dat die ook werd opgegeten en nu nog meer honger had. Dus snel gooide vadertje Staat flink wat waardepapier in Gijs. Maar Gijs blijft roepen. Nu praten moedertje Gemeente en vadertje Staat welk been ze dan maar eerst zullen afzagen. Allebei eentje? Dan kunnen ze nog samen hinken tot Gijs weer begint te groeien. En als Gijs, onze financiële economie, weer groeit, dan gaat het vast beter. Dan gaan mensen weer produceren, opruimen, dingen doen. En misschien zelfs kunstbenen voor hen bouwen.

Maar Holle Bolle Gijs begon alweer te roepen. “Rente, rente, winst, winst, er was mij beloofd... ik wil meeeeer. Hongerrrr...”

Bah. Ik vind dit sprookje te gruwelijk. Kunnen vadertje Staat en moedertje Gemeente niet doen als alle gewone ouders in de Efteling? Die kijken of er nog papier of rommel is om in Gijs te gooien. En als er niets meer is geven ze Gijs en hun kinderen een aai over de bol. Straks als er weer rommel is voeren we hem wel. Ga maar spelen, en laat Gijs maar even roepen. Gijs heeft toch altijd honger.

dinsdag 31 augustus 2010

Comptoir

Op een hoek ergens langs de Oude Schans staat het nog in grote letters. “Comptoir”. Een herinnering uit een andere tijd. Want toen, niet lang na Napoleon, ergens tijdens Koning Willem I ofzo, was het nog een Comptoir. Niet een paddenstoelenwinkel of een toeristenval. Toen werd daar nog chique gewerkt, nu niet meer.

Want in de 19e eeuw werd er gerekend in het Comptoir. Want dat betekent het eigenlijk, in het Frans. Een plek waar je telt. Waar je boekhoudt, en uitrekent wie wat krijgt, wanneer en hoeveel, en van wie het moet komen. Een reken-kantoor. Comptoir heet nu bij ons kantoor. De plek waar mensen werken. De meeste mensen, want de meeste banen zijn nu kantoor-banen. Niet altijd even spannend.

“Toor” zegt het zusje van Knofje in de kinderverhalen. Daar werkt haar vader, achter een bureau met een telefoon. En tegenwoordig zou er ook een computer staan. Een rekenapparaat. Ook vaak gebruikt om uit te rekenen wie wat krijgt, wanneer en hoeveel, en van wie. En om de brieven en rapporten te schrijven om te verantwoorden wie wat krijgt, wanneer en hoeveel, en van wie.

Zou het kunnen dat de meeste kantoren van nu inderdaad daarvoor gebruikt worden? Om te tellen en de rijkdommen te verdelen? Zou het kunnen dat het leeuwendeel van onze werkende bevolking bezig is om allerlei verdeelsleutels toe te passen, en zo goederen, geld en diensten rond te schuiven? En daar natuurlijk ook nog belasting over te berekenen, en dan liefst zo gunstig mogelijk?

Nog even wat administratie doen. Nog wat facturen uit, wat facturen betalen, belasting wegwerken, investeringen doen, roosters maken, pakketten frankeren, wegen, sorteren, archiveren, verdelen. Winst becijferen. En rapport uitbrengen, ook in veel cijfers. Ik word er al tel-suf van als ik er bij nadenk.

Agenten uit politieseries zitten liever niet op kantoor. Die vangen liever boeven op straat. Hun echte evenknieen vast ook. Ik vermoed dat de meeste mensen liever echt iets doen doen. Iets maken, iets bouwen, iets brengen, iets stukmaken, iets vangen, iets voeren, iets zingen, iets bespieden, iets wieden, desnoods iets wassen.

Maar onze maatschappij is veel verder gevorderd. Het beste werk dat we kunnen bedenken voor het gros van onze stedelingen is telwerk. Herverdeelwerk. Rapporteerwerk. Her-telwerk. Her-beoordeel-werk. Doorschuifwerk. Alleen zo kunnen we het ingewikkeld genoeg houden dat iedereen nog een steentje bijdraagt. Werkgelegenheid door het heen en weer schuiven van papier en cijfertjes.

Gut, ik hoop maar dat het niet echt zo sneu is. Aan de andere kant. Als we dat cijferen nu eens zouden laten, dan hebben we plots heel veel vrije tijd.

zaterdag 28 augustus 2010

Censuur

Zal ik het boekje weg doen? Ik denk dat ik er toch niet meer in ga lezen. TV-Nation van Michael Moore. Het leek wel grappig, maar ja, het is ook al weer tien jaar oud, en zo Amerikaans ben ik ook weer niet. Nog één keer sla ik het open. En ik sta perplex.

Het stukje gaat over de Savings & Loan crisis. Dat zegt ons in Europa heel weinig, maar toevallig weet ik wat het is. Dat was de vorige keer dat de Amerikaanse banken op zo'n grote schaal dreigden om te vallen als in 2007-2008. In de jaren tachtig. Heel veel mensen verloren hun geld, de beurs stortte in, en er waren schuldigen aan te wijzen die een en ander hadden veroorzaakt.

Michael Moore maakte een televisie-aflevering over wat er was gebeurd met deze schuldigen. Waren ze ooit veroordeeld? Hoe lang hadden ze in de gevangenis moeten zitten, of grote boetes moeten betalen? Een producente wist een aantal van hen voor de camera te krijgen. En wat bleek? Geen straf gehad, geen boetes, sterker nog – sommigen waren opnieuw miljonair. Heftige TV.

Dat had ik best willen zien. Waarom had ik daar nooit over gehoord? Omdat het nooit was uitgezonden. Netwerk Fox besloot het segment niet uit te zenden omdat het “oud nieuws” was en een jong publiek niet zou aanspreken. Wonderlijk. Of zouden de schuldige miljonairs hebben bedacht dat ze toch liever niet in beeld wilden? Het werd ook de enige gecensureerde aflevering van TV-Nation die ook niet op video mocht uitkomen.

Ik hoop maar dat dat dit keer toch anders gaat. Maar ja waarom zou het?

Ik blader later die avond in het NRC. Bank NIBC maakt alweer dubbel zoveel winst als een half jaar terug. Ze hebben namelijk 750 miljoen euro opgehaald via een lening van Nederlandse hypotheken. “Dit is een zogenoemde securisatie waarbij hypotheken gebundeld, herverpakt en doorverkocht worden.” Ik knipper even met mijn ogen. Gebundelde hypotheken die versneden worden en doorverkocht als bijzonder betrouwbare investeringen. Zagen de giftige hypotheken die de wereldcrash van 2008 veroorzaakten er niet precies zo uit? Hoe weet je nu zeker dat deze niet giftig gaan blijken?

Ik hoop niet dat iemand weer hetzelfde kunstje probeert uit te halen als wat de voorafgaande jaren in de V.S. is gedaan.

Maar misschien is dat toch wel zo. Econoom Stiglitz, top-adviseur van Obama, ziet wat er gebeurt ook met lede ogen aaan. Hij verbaast zich er hardop over hoe de banken en investerings-maatschappijen gewoon weer door gaan alsof er niets gebeurd is. Sterker nog, velen op Wall Street verbazen zich er zelf over, zegt Stiglitz. Hoe kan dat? Zou niet iemand daar echt iets aan moeten doen? De politiek bijvoorbeeld? Die dat al had beloofd? Of anders de bankiers zelf? Die het ook hadden beloofd? Zouden mediabazen niet nog iets dapperder mogen zijn? Of hebben we gewoon een hele strenge schooljuf voor politiek, banken en media nodig? Of pilletjes tegen vergeetachtigheid?

Bronnen o.a.
NRC Handelsblad 24 aug 2010
Adventures in a TV Nation, Michael Moore & Kathleen Glynn, HarperCollins 1998
nog ongepliceerd interview met Joseph Stiglitz

dinsdag 30 maart 2010

Perverser

Volgens de politieke consensus zijn het perverse prikkels geweest die hebben geleid tot de huidige financiële crisis. Meestal wordt dan geroepen: perverse bonussen. Voor topbankiers. Voor hun korte termijn winsten, en onze lange termijn verliezen. Die bonussen die nu weer omhoog gaan.

Maar er is een nog veel perversere prikkel in ons huidige banksysteem. Eentje die diep zit, en niet alleen vele miljoenen, maar eigenlijk al ons geld verslindt. Klinkt raar? Ik heb het over hoe de bankbalans nu werkt. Die dwingt ons tot het eindeloos aangaan van schulden, om de economie maar door te laten draaien.

Hoe?

Stel, ik sluit een hypotheek af bij mijn bank. Ik wil graag drie ton lenen, maar ik neem dertigduizend euro mee. Prima, zegt de bank. De bank mag namelijk ruim tien keer zoveel uitlenen als het werkelijk in liquide middelen heeft. De dertigduizend van mij is liquide. Die zet de bank vast, en zij pompt de dertigduizend op tot driehonderd duizend euro. Tien keer zoveel. Aan de ene kant van de balans zet zij nu “uitgeleend aan lener: drie ton”. En aan de andere kant “tegoed van lener: drie ton”. Met mijn handtekening dat ik af zal betalen is nu bijna drie ton aan nieuw geld gecreëerd. Tweehonderdzeventigduizend nieuwe euros in omloop om dingen mee te doen. Investeren, kopen, mensen inhuren, belasting betalen.

Al ons geld wordt eigenlijk zo gemaakt. Op het moment dat iemand belooft terug te zullen betalen en de bank het vertrouwt, mag het geld er bij. Al bizar genoeg, als je er over nadenkt. Al ons geld bestaat uit schuldbekentenissen.

Maar wat gebeurt er nu als ik mijn hypotheek aflos? Dan verdwijnt het gemaakte geld weer – in het niets! Dan streept de bank mijn schuld weg aan de ene kant. En aan de andere kant valt ook de hypotheek op mijn huis weer weg. Verdwenen. De drie ton die ik leende zijn dan weer uit omloop. Daar kunnen we niets meer mee doen, en niemand heeft het meer. Er kan niet meer mee geïnvesteerd worden, niets van gekocht worden, en geen rente van betaald worden.

De bank wint er ook niet op. Als ik aflos. Verantwoord, netjes, spaarzaam aflossen interesseert de bank geen zier. Nee, de bank verdient haar geld aan de rente die ik betaal. Die hoeft de bank namelijk niet weg te strepen op de balans. Betaalde rente is voor de bank wel “echt”. En bovendien nu van de bank zelf geworden. Rente is veel en veel interessanter dan aflossen.

Als het aan de bank lag, betaal je liefst alleen maar rente, tot in de eeuwigheid. Als je de economie draaiend wilt houden, betaal je liefst nooit af. Want dan verdwijnt het geleende geld weer in het niets. Dus als we willen blijven draaien moeten we tot in de eeuwigheid leningen aangaan. Maar dat kan niet. Zelfs als we leren niet moeilijk te doen over torenhoge schulden. Dan kan het nog niet.

Zoals onze bankbalansen nu werken moeten we net zo lang blijven lenen tot het systeem knapt. Want op een dag is de rente die we samen moeten betalen meer dan het geld dat we samen verdienen.

Dat zijn pas perverse prikkels.

zondag 28 maart 2010

Schuldignaars

“Het is de schuld van de consumenten,” zegt de bankier. “Ze gebruikten hun huis als geldautomaat, terwijl ze helemaal de hypotheek niet konden betalen als het slechter zou gaan. En ze gingen nog eens beleggen met dat geld voor hun huis ook!” Dit keer is het directeur de Ruiter van de Royal Bank of Scotland. En ik vermoed dat heel wat bankiers dit wel zouden willen zeggen. Leuk bedacht.

Maar ook erg grof, en allesbehalve fair. Want hoeveel advertenties heb ik de afgelopen decennia niet over me heen gekregen, als consument, van diezelfde bankiers? Achterop het betrouwbare krantje van de Vereniging Eigen Huis, staat een chique advertentie van betrouwbare bank DSB. Hoe ik dat huis makkelijk zou kunnen betalen. Oh nee, die bank bleek toch niet helemaal betrouwbaar he? Het krantje is ook van 2005, toen wisten we dat nog niet collectief. Sommigen bij de DSB moeten het wel geweten hebben, want die werden er toen rijk mee.

In “het Beste” van de jaren tachtig kun je ze al vinden, advertenties die je aanraden op de overwaarde van je huis een hypotheek af te sluiten. Voor de verbouwing. Of om een vakantiehuisje te kopen. En hoeveel hypotheken met lage rente zijn mij niet voor de neus gehouden, met als cadeautje een verbouwingsset, een vakantie, of de eerste maanden zonder aflossing? Alsof zo'n “gift” veel uit maakt op het rentebedrag dat je over twintig of dertig jaar moet ophoesten. Dat is makkelijk nog een keer de koopsom die je leent. Maar dat terzijde.

Op elke straathoek verschenen steeds meer onafhankelijke hypotheekadviseurs, die gratis onafhankelijk advies gaven over wat voor hypotheek ik zou kunnen nemen. “Neem een beleggingshypotheek!”, riepen die. “Maar als jullie gratis zijn, wie betaalt jullie dan?” vroeg ik. “De gezamenlijke banken”, was het antwoord. Hij verzweeg toen even dat de ene bank wat meer betaalde dan de andere, als ik maar een hypotheek bij die ene afsloot. Heel onafhankelijk.

Halverwege de jaren negentig werd ik letterlijk van straat geplukt, door een hypotheekadviseur die dacht dat ik met mijn studentikoze kleding best een leninkje kon aan gaan van een paar ton. Guldens toen nog. Beleggingshypotheek natuurlijk. Heel veilig, en kon makkelijk uit.

En de opbrengsten van die beleggingshypotheek? Die bleken bij veel kennissen en vrienden verdampt, toen de kredietcrisis toesloeg. Als je geluk had stond je oorspronkelijke inleg nog precies op de rekening. De winst was weg. Of er even wat geld bij kon. Want als lener droeg je het risico. Niet de bank. De bank roomde alleen een niet onaanzienlijk deel van jouw winsten af, elke maand. Maar dat was een detail.

Geld groeit aan bomen, toch? Nee, geld groeit blijkbaar op de rug van iedereen die heeft geleend. Die zijn nu niet alleen schuldenaar, maar nog schuldig ook. Een soort financiële erfzonde, met rente. Nu mogen we aflaten blijven betalen, omdat we voor de verleidingen van de bankierspriesters vielen. En wel graag door betalen, want anders valt de bank om, en kan de directeur zijn bonus niet meer vangen.
Schuld van de consument? Heel domme opmerking van onze bankdirecteur.

vrijdag 19 maart 2010

Gek

Als kind begreep ik het nooit. Hoe bepaal je nu wat iets waard is? Heeft het iets met de hoeveelheid werk te maken, die er in gestoken is? Blijkbaar niet, als een Chinees veel meer werkt voor mijn kwartje dan de buurman. Marktwerking en competitie? Ook niet altijd. Want waarom is een iPhone zoveel duurder dan een concurrerend brok elektronica?

“Het is maar wat de gek er voor geeft”, zei mijn moeder, om het te verklaren. Ik vermoedde altijd dat er een bureau ergens was, waar prijzen eerlijk vastgesteld werden. Maar hoewel ik nu begrijp dat er best pogingen gedaan werden om prijzen binnen perken te houden, woonden wij niet echt in de Sovjet Unie.

“Het is maar wat de gek er voor geeft”, zei mijn moeder. En ze stuurde me op weg op koninginnedag. Vraag maar twee kwartjes, zei ze. Kijken of mensen je spel willen spelen. En warempel, mensen wilden dat wel. Zowel het spel om op kaartjes te schieten dat ik ze liet doen, als het spel van de handel. Misschien hadden ze ook wel een gulden willen geven. Daar kwam ik toen niet op.

“Doe eens een keer gek!” zei het leuk uitziende meisje dat me een maandelijks lot probeerde te verkopen. En warempel, dat deed ik. Daar kwam ik een jaar later wel van terug, toen ik zag dat mijn eigenlijke winstkansen nog veel slechter waren dan bij de meeste loterijen. En het meisje zag ik natuurlijk ook nooit meer. Maar inderdaad, ik deed gek, en gaf wat de gek er voor geeft.

Dat is ook de kunst van de handel, en van reclame. Proberen anderen zo gek te krijgen dat ze jou geven wat je vraagt. Want mensen die gek op iets zijn, of gek van iets worden, die zijn bereid om een hogere prijs te betalen. Je kunt anderen in een hoek proberen te dwingen, een wet forceren, een monopolie proberen te krijgen. Dat maakt mensen best gek van machteloosheid. Of je kunt mensen eindeloos bestoken met dezelfde duffe boodschap. Daar worden ze ook gek van.

Of je kunt je publiek een beetje gek proberen te maken van angst over hun veiligheid, of gek van onzekerheid over hun uiterlijk. Maar het beste is als iemand gek is op je product. Desnoods omdat ze het verwarren met de leuke vrouw of vent die het aanprijst. Want toegeven dat we eigenlijk die acteur of dat model wel heel leuk vinden, of sexueel aantrekkelijk, en het product niet, is best lastig.

Alles om de potentiële afnemer maar goed gek te krijgen. Want een goede gek geeft meer. Meer dan iemand die wel goed is, maar niet gek.

Hoe we onze prijzen bepalen is zo best slecht voor onze geestelijke gezondheid.

woensdag 17 maart 2010

Krantje

Daar is ie dan. Tientallen tonnen ijzer denderen langs me en komen tot stilstand. De deuren komen precies voor mij uit. Dat is mooi, want het is beredruk. Op de knop hoef ik niet te drukken, want achter het glas dringt al een menigte. Als levende haringen in een ton. Ze willen er uit. Psssst. Ik doe maar een stapje opzij, voor ze over me heen proberen te lopen.

Dat lukt ze natuurlijk niet, want met zovelen zijn ze ook niet, maar het marcheert stevig door. Mevrouw, mijnheer, mijnheer, mevrouw. Past u even op waar u staat mevrouw? Daar ligt een krantje in de deuropening, juist boven het trappetje. Als het gaat glijden dan mietert u naar benee. Dat ging juist goed. Ze stapte er wel op, maar dit keer bleef het liggen. Mijnheer, raapt u het dan even op? Nee, mijnheer stapt er ook voorzichtig op. Er duwen namelijk nog velen achter hem. Hij moet maar even door. Gelukkig, ook hij flikkerde niet naar beneden.

De volgende dan? Nee natuurlijk. Want we hebben haast met ons allen. Anders wacht iedereen maar op iedereen. Uitstapper na uitstapper neemt het risico dan maar. Elke keer gaat het net goed. Is er dan misschien geen risico, en heb ik het mis? Oei, daar gleed het toch een centimeter. Misschien niet. Maar deze mijnheer is alweer heelhuids beneden. Zijn opvolger laat het krantje rustig liggen, want ook achter hem moeten nog velen er uit.

Het valt wel mee hoor dat risico. En als er een iemand naar beneden klettert dan zien we dan wel weer. U zag het krantje te laat? U stond er al op? Tja. Degene voor u ook al. Net als onze economie. Die te hoge hypotheek heb je zo afgesloten. Want iedereen doet het toch ook? Als de druk maar hoog genoeg is, kunnen we met ons allen best een te hoog risico aan gaan. Collectief.

De trein is nu leeg. En omdat hij zo weg moet kan de wachtende rij er in. Zou de eerste het krantje op pakken? Nee natuurlijk. Instapper na instapper neemt het zelfde risico als de uitstappers deden. Als ik er dan eindelijk tussen kan schuiven, strek ik me dan toch maar breed uit. Ik blokkeer de rij en pak het krantje. En tot mijn verbazing hoor ik geen kreten van boosheid, en wordt ik niet omver geduwd. De mensen achter me wachten netjes en zeggen niets. Risico verwijderd. Met ons allen stampen we naar binnen. Net alsof er geen verschil is.

maandag 8 februari 2010

Aardbeefhulp

Het adoptie-zusje van ons buurjongetje is vervroegd over komen vliegen, uit Haïti. Vanwege de aardbeving. Zo komt de ramp wel heel dichtbij. De hele buurt leeft een beetje extra mee. Dus natuurlijk geven we ook wat geld, voor het tehuis waar het zusje vandaan komt. Voor Haïti.
Maar ik verbaas me ook. Want waarom helpen we Haïti nu pas echt?

Overal in de wereld doen mensen mee met geld geven, hulp sturen, geld inzamelen. Natuurlijk willen we die arme mensen in Haïti helpen. Nederland alleen al gaf honderd miljoen, zestig van de TV-inzameling, en nog eens ruim veertig van Koenders. Bij elkaar bijna een tientje per volwassen Nederlander. En ons land zamelt heus niet als enige in. Wereldwijd zitten we op vele honderden miljoenen, misschien al over het miljard.

Daar mogen we trots op zijn. Want voor zo'n land als Haïti is een miljard heel veel. Negen miljoen Haïtianen “verdienen” bij elkaar namelijk maar vijf miljard euro in een jaar. Een miljard is ongeveer wat zij meer importeren in een jaar dan dat zij exporteren. En de import voornamelijk aan steeds weer duurdere olie. En de honderd miljoen uit Nederland is al bijna het hele begrotingstekort. Het tientje van de gemiddelde Nederlander is al een week inkomen voor de 80% Haïtianen die leven onder de armoedegrens.

Haïti is blijkbaar gewoon heel erg arm. Dat was het niet altijd. Ooit was het de één van de rijkste kolonies ter wereld. Maar toen ze tijdens Napoleon hun onafhankelijkheid wonnen van Frankrijk ging het mis. Frankrijk stond op herstelbetalingen voor de verloren plantages, of Haïti zou niet toegelaten worden tot de internationale handel. Het was een beetje als de schuldeis die nu boven het hoofd van IJsland hangt.

Haïti bleef gebukt gaan onder de gevolgen van die schuld – en de volgende schulden – tot ver in de afgelopen eeuw. En toen begon dictator Papa Doc en zoon de nationale schuld weer op te drijven om in eigen zak te steken. Nota bene pas vorig jaar is twee derde van de overblijvende internationale schuld kwijtgescholden. En afgelopen weekend is door de G7 toegezegd dat die laatste 800 miljoen aan uitstaande schulden ook maar eens vergeten moet worden.

Waarom was daar eigenlijk een aardbeving voor nodig?

Stel eens dat er geen aardbeving was geweest. Maar dat we al die honderden miljoenen toch bij elkaar hadden gebracht. Stel dat je dat geld goed wist te investeren en besteden. Dan zou je zelfs een straatarm land als Haïti uit het slop kunnen trekken. Dat is niet eenvoudig, dat weet ik. Krijg het geld maar op de goede plek. Er zijn wel meer mensen die zo'n miljard willen hebben, en het graag onderweg inpikken. En nu gaat natuurlijk heel veel op aan wederopbouw.

Maar toch, we zouden een land duurzaam kunnen steunen. Met één enkele wereldwijde inzameling!
Zullen we eens kijken welk ene straatarme land we komend halfjaar een echte kick-start kunnen geven, wereldwijd, met ons allen? Vóór er daar een aardbeving is? Het hoeft nog geen tientje per persoon te kosten.

donderdag 21 januari 2010

Kwestie

Op het spandoek staat in reusachtige letters “JA”. Onwillekeurig moet ik denken aan de herhaalde verkiezingscampagne van Hitler in de jaren dertig. Hij was één van de eersten die de kracht van dat woord zo gebruikte, en de “JA” poster blijft een klassiek voorbeeld voor studenten van reclame en propaganda. Want het werkte. De Nationaal Socialisten kregen die “Ja”-stem in overdonderende meerderheid. Als de stemmers toen geweten hadden welke koers zij daarmee inluidden hadden ze dat waarschijnlijk niet gedaan.

Maar het spandoek is niet toen. Het is nu. Voor de Partij van de Vrijheid. Vrijheid is ook zo'n krachtig woord – zowel te pas als te onpas gebruikt in propaganda. Liberté, Freiheit, Freedom. De mannen en vrouwen die het doek dragen willen graag hun steun betuigen aan Wilders, de leider van de PVV. Hij pleit nu voor zijn vrijheid. Om bijzonder gepeperd zijn mening te uiten, over de Islam. Over de politiek.

Of is het om haat te zaaien, en de vrijheid van anderen te beknotten? Dat is wat degenen die hem aanklagen vinden. Zij beroepen zich op een wet die ook uit de jaren dertig stamt, toen bedacht om de in Nederland wonende Joden af te schermen van haat en anti-Semitisme. Niet dat die wet hen uiteindelijk hielp in de jaren veertig. Maar ik vermoed zo uit het taalgebruik van hen die Wilders vrezen, dat zij hopen dat die wet nu wel zal helpen. Zij zien, zo klinkt het, overeenkomsten met wat gebeurde in de jaren dertig.

In hoeverre zouden de stemmers en sympathisanten van Wilders ook parallellen zien met wat toen gebeurde? Zien zij hun "krachtige politieke leider" in hem? Misschien. Hopen ze dat hij verandering brengt? Waarschijnlijk. Denken zij dat hij aanstuurt op rassenrellen, op geweld? Of erger? Willen ze dat? Ik mag hopen van niet. En is zo een Islam-kwestie voor hen werkelijk zo centraal? Of gaat het om iets anders? Misschien dat de politiek hen in het algemeen niet serieus genoeg lijkt te nemen?

En wat zou Geert Wilders echt zelf willen? Zou hij echt willen riskeren dat op een dag overijverige volgelingen een eindoplossing voor zijn Islamitische kwestie gaan verzinnen? Wil hij zo de geschiedenis in? Dat lijkt me bijzonder onprettig.

Heeft iemand hem dat al eens - gewoon rechtstreeks - durven vragen?

woensdag 6 januari 2010

IJsbeulen

Stel je voor. Twee heel grote mijnheren intimideren een klein meisje. Ze willen namelijk dat zij tien euro terug betaalt. De tien euro die de heren ergens in haar jasje hadden verstopt. Nu is het kwijt – uit haar jasje gevallen. Zij wil en kan het tientje niet terug geven. Maar de heren willen niet buigen. Ze staan dapper op hun stuk.

Grof? Blijkbaar denken we er niet zo over als de IJslandse president toch ook niet terug wil betalen. Terug betalen wat niet hij, of zijn kiezers, maar enkele op zijn gebied opererende bankiers hebben kwijt gemaakt. Bij elkaar 3,8 miljard euro. Waarvan twee derde van Groot Brittanië, en de rest van Nederland. Beide laatste landen staan nu dapper op hun stuk, en willen het geld echt terug.

Maar IJsland heeft maar driehonderdtwintigduizend inwoners. Als zij elk moeten betalen, kost hen dat 11857 euro per persoon, plus rente. Dat is per gezin al snel meer dan 50.000 euro, te betalen over vijftien jaar. Ik snap wel dat meer dan zestigduizend IJslanders een petitie tekenen dat ze dát heel oneerlijk vinden.

Nederland heeft zestien en een half miljoen inwoners. Als IJsland niet terug betaalt kost ons dat per persoon maar liefst 78 euro 52 aan belasting. Voor ons deel dan. Tweeënzestig miljoen Britten lopen wel bijna 41 euro per persoon mis. Vergeleken met meer dan tienduizend euro voor de IJslander? Peanuts.

Heel trots ben ik zo niet op onze ministers, dat ze hun vuist op tafel slaan. Wel trots ben ik op de weigerende Ijslandse president Grimson. Want zijn volk is net zo onschuldig aan het kwijtraken van de 3,8 miljard euro als wij.

Wat mij betreft kunnen we de schuld het beste delen over de drie betrokken landen. Lijkt me het minst oneerlijk. Dan wordt het iets minder dan vijftig euro de man. En als we dat in één keer betalen, scheelt dat ook nog eens 1,6 miljard aan rente, die dan niet door een bank wordt gevangen.

maandag 7 december 2009

Geldtekort

Ik word er een beetje moe van. Als ik zo de kranten bekijk lijkt het nog niet echt doorgedrongen. In elk geval niet tot de mainstream journalistiek. En ik vrees ook niet bij de politiek. De banken raakten in crisis, dat had iedereen door. En daarom is er geldtekort. En dat heeft ook iedereen door. Maar echt oplossen? Ho maar.

Moet ik het uitspellen? Er is Geld-te-kort. Geld te kort. GELD TE KORT!

Heel netjes vulden onze regeringen, zowel in Nederland als elders in de westerse wereld, het tekort van de banken aan. Maar de banken lenen het niet verder uit. Niet echt echt. Dus er is nog steeds geld tekort voor veel bedrijven. En geld tekort voor een mogelijk toenemend aantal werknemers en potentieel ex-werknemers. Dat is probleem één. Het geld is niet per se op de plek waar het praktisch gezien nodig is.

Probleem twee is dat nog niet besloten is wáár precies het geld dat nu is toegezegd om banken te redden vandaan moet komen. Moet het uit de AOW pot komen? Moet we cultuur kaasschaven tot er niets over is? Toch maar extra gaan cashen op vervoer? Hypotheekrenteaftrek opheffen? Ja, misschien maken we daarmee wel een deel van de aan banken uitgegeven miljarden goed. Dan klopt het bankboekje van de overheid alweer bijna. Poeh poeh. Nog maar een paar triljard te gaan. Wereldwijd.

Halloo! Wakker worden! Er is geldtekort! Dit gaat niet werken! Geld tekort! En dan niet alleen op een bankboekje. Er zit te weinig geld in het systeem. Dat is niet hetzelfde. Als er te weinig olie in je motor zit, dan vul je de motor gewoon bij. Je gaat dan niet mekkeren waar die olie vandaan moet komen.

En je gaat niet aan de onderkant de olie weer aftappen om je nu lege jerrycan weer op te vullen.
Dat is zot.

Als de banken systematisch geld tekort hebben, terwijl ze praktisch alle geld in beheer hebben, is het geldtekort ook systematisch. Dan moet er systematisch geld bij. Of de vuldop van het systeem dan idealiter bij de banken ligt betwijfel ik. Maar geld moet er wel bij. En als je dat dan toegevoegd hebt, dan ga je het dus niet aftappen uit het systeem. Je gaat het zeker niet proberen bij de belastingbetaler te halen. Dat is in dit geval net als het aftappen van olie uit de net iets bijgevulde motor.

Tussen 1971 en 1999 zijn er bijna honderd bank-crashes geweest. De afgelopen tien jaar werd het niet beter. Hetzelfde geldt voor hele landen. Mexico in 1994, Japan 1995, Thailand in 1997. Rusland 1998. Brazilië 1999. Argentinië 2000. De VS in 2007-2008. Twintig jaar na de Savings & Loans crisis van 1988-1995, waarin de overheid ook al moest bijspringen. IJsland 2008. De hele wereld 2008 en verder. In 2008-2009 zijn er in de VS alweer honderd bankjes om. Als dat niet wijst op een systematisch probleem, dan weet ik niet wat dat wel zou moeten doen.

In al die gevallen is geld bijgevuld. Door de overheid, of eigenlijk de belastingbetaler. En de banken haalden ook veel van hun uitstaande leningen terug. Dus het geld is ook weer afgetapt. Van de belastingbetaler. En de huiseigenaar. En de lener. Heel suf.

Zouden we niet de olie eens in de motor laten zitten? Of het geld in het systeem?

En als we dan toch moeten constateren dat hij nog steeds olie, of in dit geval geld vreet? Dan moet die motor maar eens goed nagekeken worden. Want deze doet het niet meer zo goed.

maandag 23 november 2009

Hypotheekrentediefstal

Als ik de titel zo heb opgeschreven klinkt het toch wel hard. Maar eigenlijk vind ik wel dat dat is wat er aan de hand is. En dan heb ik het niet per se over de uitspraak van onze minister Bos dat “de hypotheekrenteaftrek een volgend kabinet niet zal overleven” [De Pers 20 nov 2009]

Zelf betaal ik op dit moment tegen de tien mille aan hypotheekrente per jaar. Die gaat dus niet voor pakweg de helft naar de belasting, maar helemaal naar de uitlenende bank.

Natuurlijk lijkt het ook alsof ik daarbij voordeel heb, en op korte termijn is dat ook zo, omdat ik niet én belasting én rente hoef te betalen. Ik zou dat duurdere huis nooit gekocht hebben als die aftrek er niet was. Dan was ik goedkoper blijven wonen, en was de huizenmarkt vast al eerder vastgelopen. Of in elk geval waren de huizenprijzen niet zo snel gestegen. En dan woonde ik misschien wel in dit huis, maar dan had ik er ook minder voor betaald. Dan was mijn maandelijkse hypotheek ook minder geweest.

Dus het belastingvoordeel voor mij is niet een echt belastingvoordeel – als je het breed ziet. Het is zelfs geen belastingvoordeel voor de belasting, want die vangt al helemaal niets. De hypotheekrenteaftrek is dus vooral een belastingvoordeel voor de uitlenende bank.

Die bank krijgt nu een hoger rentebedrag. Omdat hogere huizenprijzen extra zijn gestimuleerd, door de hypotheekrenteaftrek. En de bank mag die hele rente houden. Voor de aandeelhouders.

En dat komt bovenop de aflossing van het geleende bedrag. Over mijn dertig jaren hypotheek, met de huidige rente, betaal ik even veel of meer aan rente, als ik aan aflossing neer moet tellen. Dat is eigenlijk een waanzinnig groot bedrag, voor geldbemiddeling.

Reken maar uit. Voor wat ik maandelijks aan rente betaal heb je al een klein inkomen. Als de hypotheken-verkoper van de bank vijf van dat soort klantjes heeft geregeld is hij voor de duur van de hypotheken binnen. Hoeft hij niets meer voor te doen. Kan letterlijk gaan rentenieren. Vijf keer tienduizend per jaar is al een riant inkomen. Natuurlijk ligt het in de praktijk iets ingewikkelder, en krijgt mijn hypotheekverkoper dat geld waarschijnlijk niet zelf. Maar ik betáál het wel.

Nee, ik wil mijn belastingaftrek liever niet kwijt. Maar zo als het nu geregeld is wordt de hypotheekrenteaftrek eigenlijk gewoon gestolen.

Bedenk maar iets anders om eigen woningbezit te stimuleren. Hypotheek-aflossings-aftrek bijvoorbeeld. Dan wordt niet alleen de bank, maar ook ik er echt beter van. Dan los ik mijn schulden ook liever af.

donderdag 19 november 2009

Dankjewelgeld

Voor me staat een zwetende, overcorpulente Engelsman. Enthousiast vertelt hij mij, en de rest van zijn publiek hoe hij een enorm vrijwilligersproject van de grond kreeg. Iedereen werkte met liefde mee, en duizenden gaven hun bijdrage in tijd, meedenken en moeite. Met een mysterieuze grijns stopt hij even, en kijkt ons aan. “En weet je nu waarom het werkte? Hoe we dat voor elkaar kregen?”

Onze spreker wacht nog even, en onthult dan zijn geheim: “We zeiden tegen iedereen dankjewel.”
En ze zeiden niet zomaar dankjewel, maar ze spraken iedereen achteraf nog eens persoonlijk aan om te bedanken. Iedereen kreeg credits in de film van het project. Iedereen stond persoonlijk op de titelrol. Die duurde dan wel een kwartier, maar dat geeft niet. Want iedereen zag zijn eigen naam.

Wow. Ik heb inderdaad wel meer van dat soort projecten gezien. Projecten met onbezoldigde vrijwilligers, die vaak niet meer dan een broodje of misschien een paar onkosten vergoed krijgen. Blije, trotse vrijwilligers waar de meeste werkgevers jaloers op zouden zijn. En zelf doe ik ook verdacht veel voor iemand die enthousiast dankjewel zegt, en het naar mijn gevoel meent. Mooie ogen en een prachtige lach helpen daar wel bij. Maar dat hoeft niet eens. Wat een kracht heeft zo'n dankjewel. Ongelooflijk.

Natuurlijk, zonder geld kun je niet leven. Zo werkt onze economie nu nog. Maar geld voelt zelden zo fijn als een gemeende dankjewel. Misschien kunnen bonussen daarom ook nooit groot genoeg zijn. Als er geen dankbaarheid en liefde aan zit. Geen medemenselijkheid.

Terwijl geld eigenlijk ook een soort geïnstitutionaliseerde manier is om dankjewel te zeggen. Het is een ruilmiddel. Maar het is ook een manier om iemand te bedanken voor wat hij of zij jou geeft. Misschien zouden we het er ook op moeten schrijven. Net als op de kassabonnetjes. “Thank you for your shopping”. Maar dan “Thank you for what you gave me. It's appreciated very much!”

En voor de hard core Nederlanders en oudere inheemse inwoners schrijf je op de achterkant van het bankbiljet: “Dank U voor wat u mij gaf. Ik waardeer het zeer!”. Heel veel briefjes geld met een beetje “Dankjewel” kracht. Briefjes van echt waarderingsgeld. Elke keer als je zo een transactie doet, wordt je ook herinnerd aan waarom je eigenlijk dingen doet. Niet alleen om te overleven. Maar ook voor elkaar. Voor waardering. Een beetje liefde in het klein.

Op grotere coupures zet je dan “Dank U voor uw bijdrage aan het geldverkeer”, of “Heeft u al iemand blij gemaakt door mij uit te geven?”. En misschien moeten de kleine briefjes juist grotere giften van dankjewel dragen. Misschien met “Knuffel!” of “Kusjes”. Of zou dat te ver gaan?

donderdag 22 oktober 2009

IJsschuld

IJsland gaat terug betalen! Hoera! Deze week wordt een akkoord getekend door de IJslandse regering. De vier miljard euro die van de Nederlandse en Britse overheid is geleend om de gedupeerde spaarders van Icesave uit te betalen, komt nu terug uit de zakken van de IJslanders. Wat fijn! Of niet?

Ik denk van niet. Er zijn namelijk driehonderdduizend IJslanders. Die moeten nu... vier miljard gedeeld door driehonderdduizend... dat is hoofdelijk dertien en een half duizend euro betalen. Of per gezin iets van veertigduizend euro gaan ophoesten. Dat is niet mis. Zeker omdat er eigenlijk nog veel meer schulden boven hun hoofd hangen.

De hoog opgeleide IJslanders die geen zin hebben om mee te betalen zijn al aan het emigreren. Begrijpelijk. Maar dat betekent ook dat de Ijslanders die het niet kunnen betalen nu nog meer geld moeten schrapen. Ik vraag me dan af hoeveel er echt afgelost kan gaan worden, zonder Ijsland letterlijk te verkopen aan bijvoorbeeld de Russen of grootbank J.P. Morgan.

Het meest wrange is misschien wel dat de schuld die terug betaald moet worden eigenlijk nooit door de Ijslanders die nu moeten betalen was toegezegd. Misschien hadden sommigen wel een te hoge lening voor hun huis of hun auto afgesloten, en misschien hadden sommigen wel boven hun stand geleefd. Maar de leningen die ze daarvoor sloten moeten ze ook nog betalen, bovenop die veertigduizend per gezin. En op beide komt ook nog rente. Eigenlijk hoef ik er niet eens over na te denken of dat kan. Met de huidige wisselkoersen en stand van de economie kan dat gewoon niet.

IJsland moet de schuld over vijftien jaar gespreid terugbetalen, met rente. Te beginnen in 2016. Bij een rente van vijf procent moet er dus nog eens 50 tot 100% meer opgebracht worden. Tussen zes en acht miljard totaal, zestigduizend tot tachtigduizend per IJslands gezin. Dat is een half huis.

Eigenlijk zijn de meeste IJslanders net zo schuldig aan het verlies van de Icesavespaarders als wij in Nederland, Engeland of de rest van Europa. Namelijk niet.

We zouden het verlies ook kunnen delen. Als we de bewoners van het Verenigd Koninkrijk en Nederland bij de IJslanders optellen zijn we met tachtig miljoen mensen. Vier miljard gedeeld door tachtig miljoen is... vijftig euro per persoon. Laten we zeggen honderdvijftig euro per gezin.

Als we dat over drie jaar gespreid terug betalen, met vijf procent rente, dan kost ons dat... nog geen vijf euro per gezin per maand. Minder dan de staatsloterij of een telefoonverzekering. Vier komma zes miljard brengen we dan samen op. Het geld is dan afbetaald. In drie jaar. En we hoeven samen nog eens tussen twee en vier miljard minder te betalen aan de uitlenende banken ook. Worden die tenminste niet nog eens extra rijk aan de misère die ze zelf hebben helpen veroorzaken.

Als we de kosten over heel Europa omslaan wordt het terug te betalen bedrag helemaal een grap. Dan is het vier miljard gedeeld door vierhonderdzestig miljoen inwoners. Dat is minder dan een tientje per persoon. Dertig euro per gezin.

En als tegenprestatie eisen we dan van IJsland dat ze bij de Europese Unie komen, en gewoon euros gaan gebruiken in hun betalingsverkeer. Dat is goed voor handel onderling. En we hebben er een enorm natuurreservaat bij, als Europa. In de vorm van IJsland. En heel veel duurzame energie, in de vorm van warmte uit de grond en electra van watervallen. Die hebben ze daar heel veel.