donderdag 25 maart 2010

Paniekreactie

Godwin? Wat is een Godwin? Uit de context maak ik op dat het een soort faux pas is.
Iets dat je zegt als een kniereflex om een sociaal onaanvaardbare actie te beschrijven.

Godwin is de naam van een wiskundige, die begin jaren negentig discussies op internet bestudeerde. Hij ontdekte dat als één van deelnemers een ander vergelijkt met Nazis of Hitler, de discussie daarna kwalitatief weinig leven meer is beschoren. Of het nu een goedkope scheldkanonade wordt of niet, inhoudelijk komt het zelden meer op niveau na dat punt.

Dus als een blogger of reaguurder op internet nu een vergelijking maakt tussen Nazi-achtige praktijken en wie dan ook, dan wordt dat een Godwin genoemd. En inderdaad, de kwaliteit van de discussie heeft snel te lijden als je vergelijkingen maakt met wat Hitler deed. Dat geldt niet alleen voor internet, maar ook voor het nieuws en de politieke arena.

Het maakt daarbij niet uit of de vergelijking serieus is of alleen om te krenken. Niet emotioneel getinte beschouwingen lijken onmiddellijk onmogelijk te worden. Guantanamo Bay vergelijken met concentratiekampen? Briefschrijvers stikken bijna in hun pen. Koran vergelijken met Mein Kampf? De politieke discussie gaat direct nergens meer over. Fitna vergelijken met Mein Kampf? Wil je een rechtszaak? Zeggen dat Hitler misschien ook wel goede of slimme dingen heeft gedaan – en dat kiezers daarom voor hem gingen? Ga je mond wassen! Wat dan ook vergelijken met de Holocaust? Slap gelul.

Bijdehante internetters roepen erudiet “Godwin!” als er zoiets gebeurt. Maar of dat de discussie er bovenop helpt is de vraag. Vreemd genoeg heeft Hitler zulke diepe wonden bij ons achter gelaten, zelfs één a twee generaties later, dat we er nog niet objectief over na kunnen denken. Niets in onze huidige tijd mag lijken op wat toen gebeurde. Onbespreekbaar. Onbestaanbaar. Oneindig krenkend.

In plaats daarvan schieten we bij woorden als Hitler, Goebbels, nazis en concentratiekamp in een soort paniekreactie. Niet gillend en schreeuwend. Gewoon stil en met een vaag gevoel van walging. Want het is taboe om niet met afschuw te reageren.

Misschien moeten we wel in therapie met z'n allen. Om met afstand te kunnen kijken. Anders zijn al die geschiedenislessen uiteindelijk voor niets.

vrijdag 19 maart 2010

Gek

Als kind begreep ik het nooit. Hoe bepaal je nu wat iets waard is? Heeft het iets met de hoeveelheid werk te maken, die er in gestoken is? Blijkbaar niet, als een Chinees veel meer werkt voor mijn kwartje dan de buurman. Marktwerking en competitie? Ook niet altijd. Want waarom is een iPhone zoveel duurder dan een concurrerend brok elektronica?

“Het is maar wat de gek er voor geeft”, zei mijn moeder, om het te verklaren. Ik vermoedde altijd dat er een bureau ergens was, waar prijzen eerlijk vastgesteld werden. Maar hoewel ik nu begrijp dat er best pogingen gedaan werden om prijzen binnen perken te houden, woonden wij niet echt in de Sovjet Unie.

“Het is maar wat de gek er voor geeft”, zei mijn moeder. En ze stuurde me op weg op koninginnedag. Vraag maar twee kwartjes, zei ze. Kijken of mensen je spel willen spelen. En warempel, mensen wilden dat wel. Zowel het spel om op kaartjes te schieten dat ik ze liet doen, als het spel van de handel. Misschien hadden ze ook wel een gulden willen geven. Daar kwam ik toen niet op.

“Doe eens een keer gek!” zei het leuk uitziende meisje dat me een maandelijks lot probeerde te verkopen. En warempel, dat deed ik. Daar kwam ik een jaar later wel van terug, toen ik zag dat mijn eigenlijke winstkansen nog veel slechter waren dan bij de meeste loterijen. En het meisje zag ik natuurlijk ook nooit meer. Maar inderdaad, ik deed gek, en gaf wat de gek er voor geeft.

Dat is ook de kunst van de handel, en van reclame. Proberen anderen zo gek te krijgen dat ze jou geven wat je vraagt. Want mensen die gek op iets zijn, of gek van iets worden, die zijn bereid om een hogere prijs te betalen. Je kunt anderen in een hoek proberen te dwingen, een wet forceren, een monopolie proberen te krijgen. Dat maakt mensen best gek van machteloosheid. Of je kunt mensen eindeloos bestoken met dezelfde duffe boodschap. Daar worden ze ook gek van.

Of je kunt je publiek een beetje gek proberen te maken van angst over hun veiligheid, of gek van onzekerheid over hun uiterlijk. Maar het beste is als iemand gek is op je product. Desnoods omdat ze het verwarren met de leuke vrouw of vent die het aanprijst. Want toegeven dat we eigenlijk die acteur of dat model wel heel leuk vinden, of sexueel aantrekkelijk, en het product niet, is best lastig.

Alles om de potentiële afnemer maar goed gek te krijgen. Want een goede gek geeft meer. Meer dan iemand die wel goed is, maar niet gek.

Hoe we onze prijzen bepalen is zo best slecht voor onze geestelijke gezondheid.

woensdag 17 maart 2010

Krantje

Daar is ie dan. Tientallen tonnen ijzer denderen langs me en komen tot stilstand. De deuren komen precies voor mij uit. Dat is mooi, want het is beredruk. Op de knop hoef ik niet te drukken, want achter het glas dringt al een menigte. Als levende haringen in een ton. Ze willen er uit. Psssst. Ik doe maar een stapje opzij, voor ze over me heen proberen te lopen.

Dat lukt ze natuurlijk niet, want met zovelen zijn ze ook niet, maar het marcheert stevig door. Mevrouw, mijnheer, mijnheer, mevrouw. Past u even op waar u staat mevrouw? Daar ligt een krantje in de deuropening, juist boven het trappetje. Als het gaat glijden dan mietert u naar benee. Dat ging juist goed. Ze stapte er wel op, maar dit keer bleef het liggen. Mijnheer, raapt u het dan even op? Nee, mijnheer stapt er ook voorzichtig op. Er duwen namelijk nog velen achter hem. Hij moet maar even door. Gelukkig, ook hij flikkerde niet naar beneden.

De volgende dan? Nee natuurlijk. Want we hebben haast met ons allen. Anders wacht iedereen maar op iedereen. Uitstapper na uitstapper neemt het risico dan maar. Elke keer gaat het net goed. Is er dan misschien geen risico, en heb ik het mis? Oei, daar gleed het toch een centimeter. Misschien niet. Maar deze mijnheer is alweer heelhuids beneden. Zijn opvolger laat het krantje rustig liggen, want ook achter hem moeten nog velen er uit.

Het valt wel mee hoor dat risico. En als er een iemand naar beneden klettert dan zien we dan wel weer. U zag het krantje te laat? U stond er al op? Tja. Degene voor u ook al. Net als onze economie. Die te hoge hypotheek heb je zo afgesloten. Want iedereen doet het toch ook? Als de druk maar hoog genoeg is, kunnen we met ons allen best een te hoog risico aan gaan. Collectief.

De trein is nu leeg. En omdat hij zo weg moet kan de wachtende rij er in. Zou de eerste het krantje op pakken? Nee natuurlijk. Instapper na instapper neemt het zelfde risico als de uitstappers deden. Als ik er dan eindelijk tussen kan schuiven, strek ik me dan toch maar breed uit. Ik blokkeer de rij en pak het krantje. En tot mijn verbazing hoor ik geen kreten van boosheid, en wordt ik niet omver geduwd. De mensen achter me wachten netjes en zeggen niets. Risico verwijderd. Met ons allen stampen we naar binnen. Net alsof er geen verschil is.

maandag 8 februari 2010

Aardbeefhulp

Het adoptie-zusje van ons buurjongetje is vervroegd over komen vliegen, uit Haïti. Vanwege de aardbeving. Zo komt de ramp wel heel dichtbij. De hele buurt leeft een beetje extra mee. Dus natuurlijk geven we ook wat geld, voor het tehuis waar het zusje vandaan komt. Voor Haïti.
Maar ik verbaas me ook. Want waarom helpen we Haïti nu pas echt?

Overal in de wereld doen mensen mee met geld geven, hulp sturen, geld inzamelen. Natuurlijk willen we die arme mensen in Haïti helpen. Nederland alleen al gaf honderd miljoen, zestig van de TV-inzameling, en nog eens ruim veertig van Koenders. Bij elkaar bijna een tientje per volwassen Nederlander. En ons land zamelt heus niet als enige in. Wereldwijd zitten we op vele honderden miljoenen, misschien al over het miljard.

Daar mogen we trots op zijn. Want voor zo'n land als Haïti is een miljard heel veel. Negen miljoen Haïtianen “verdienen” bij elkaar namelijk maar vijf miljard euro in een jaar. Een miljard is ongeveer wat zij meer importeren in een jaar dan dat zij exporteren. En de import voornamelijk aan steeds weer duurdere olie. En de honderd miljoen uit Nederland is al bijna het hele begrotingstekort. Het tientje van de gemiddelde Nederlander is al een week inkomen voor de 80% Haïtianen die leven onder de armoedegrens.

Haïti is blijkbaar gewoon heel erg arm. Dat was het niet altijd. Ooit was het de één van de rijkste kolonies ter wereld. Maar toen ze tijdens Napoleon hun onafhankelijkheid wonnen van Frankrijk ging het mis. Frankrijk stond op herstelbetalingen voor de verloren plantages, of Haïti zou niet toegelaten worden tot de internationale handel. Het was een beetje als de schuldeis die nu boven het hoofd van IJsland hangt.

Haïti bleef gebukt gaan onder de gevolgen van die schuld – en de volgende schulden – tot ver in de afgelopen eeuw. En toen begon dictator Papa Doc en zoon de nationale schuld weer op te drijven om in eigen zak te steken. Nota bene pas vorig jaar is twee derde van de overblijvende internationale schuld kwijtgescholden. En afgelopen weekend is door de G7 toegezegd dat die laatste 800 miljoen aan uitstaande schulden ook maar eens vergeten moet worden.

Waarom was daar eigenlijk een aardbeving voor nodig?

Stel eens dat er geen aardbeving was geweest. Maar dat we al die honderden miljoenen toch bij elkaar hadden gebracht. Stel dat je dat geld goed wist te investeren en besteden. Dan zou je zelfs een straatarm land als Haïti uit het slop kunnen trekken. Dat is niet eenvoudig, dat weet ik. Krijg het geld maar op de goede plek. Er zijn wel meer mensen die zo'n miljard willen hebben, en het graag onderweg inpikken. En nu gaat natuurlijk heel veel op aan wederopbouw.

Maar toch, we zouden een land duurzaam kunnen steunen. Met één enkele wereldwijde inzameling!
Zullen we eens kijken welk ene straatarme land we komend halfjaar een echte kick-start kunnen geven, wereldwijd, met ons allen? Vóór er daar een aardbeving is? Het hoeft nog geen tientje per persoon te kosten.

donderdag 21 januari 2010

Kwestie

Op het spandoek staat in reusachtige letters “JA”. Onwillekeurig moet ik denken aan de herhaalde verkiezingscampagne van Hitler in de jaren dertig. Hij was één van de eersten die de kracht van dat woord zo gebruikte, en de “JA” poster blijft een klassiek voorbeeld voor studenten van reclame en propaganda. Want het werkte. De Nationaal Socialisten kregen die “Ja”-stem in overdonderende meerderheid. Als de stemmers toen geweten hadden welke koers zij daarmee inluidden hadden ze dat waarschijnlijk niet gedaan.

Maar het spandoek is niet toen. Het is nu. Voor de Partij van de Vrijheid. Vrijheid is ook zo'n krachtig woord – zowel te pas als te onpas gebruikt in propaganda. Liberté, Freiheit, Freedom. De mannen en vrouwen die het doek dragen willen graag hun steun betuigen aan Wilders, de leider van de PVV. Hij pleit nu voor zijn vrijheid. Om bijzonder gepeperd zijn mening te uiten, over de Islam. Over de politiek.

Of is het om haat te zaaien, en de vrijheid van anderen te beknotten? Dat is wat degenen die hem aanklagen vinden. Zij beroepen zich op een wet die ook uit de jaren dertig stamt, toen bedacht om de in Nederland wonende Joden af te schermen van haat en anti-Semitisme. Niet dat die wet hen uiteindelijk hielp in de jaren veertig. Maar ik vermoed zo uit het taalgebruik van hen die Wilders vrezen, dat zij hopen dat die wet nu wel zal helpen. Zij zien, zo klinkt het, overeenkomsten met wat gebeurde in de jaren dertig.

In hoeverre zouden de stemmers en sympathisanten van Wilders ook parallellen zien met wat toen gebeurde? Zien zij hun "krachtige politieke leider" in hem? Misschien. Hopen ze dat hij verandering brengt? Waarschijnlijk. Denken zij dat hij aanstuurt op rassenrellen, op geweld? Of erger? Willen ze dat? Ik mag hopen van niet. En is zo een Islam-kwestie voor hen werkelijk zo centraal? Of gaat het om iets anders? Misschien dat de politiek hen in het algemeen niet serieus genoeg lijkt te nemen?

En wat zou Geert Wilders echt zelf willen? Zou hij echt willen riskeren dat op een dag overijverige volgelingen een eindoplossing voor zijn Islamitische kwestie gaan verzinnen? Wil hij zo de geschiedenis in? Dat lijkt me bijzonder onprettig.

Heeft iemand hem dat al eens - gewoon rechtstreeks - durven vragen?

woensdag 6 januari 2010

IJsbeulen

Stel je voor. Twee heel grote mijnheren intimideren een klein meisje. Ze willen namelijk dat zij tien euro terug betaalt. De tien euro die de heren ergens in haar jasje hadden verstopt. Nu is het kwijt – uit haar jasje gevallen. Zij wil en kan het tientje niet terug geven. Maar de heren willen niet buigen. Ze staan dapper op hun stuk.

Grof? Blijkbaar denken we er niet zo over als de IJslandse president toch ook niet terug wil betalen. Terug betalen wat niet hij, of zijn kiezers, maar enkele op zijn gebied opererende bankiers hebben kwijt gemaakt. Bij elkaar 3,8 miljard euro. Waarvan twee derde van Groot Brittanië, en de rest van Nederland. Beide laatste landen staan nu dapper op hun stuk, en willen het geld echt terug.

Maar IJsland heeft maar driehonderdtwintigduizend inwoners. Als zij elk moeten betalen, kost hen dat 11857 euro per persoon, plus rente. Dat is per gezin al snel meer dan 50.000 euro, te betalen over vijftien jaar. Ik snap wel dat meer dan zestigduizend IJslanders een petitie tekenen dat ze dát heel oneerlijk vinden.

Nederland heeft zestien en een half miljoen inwoners. Als IJsland niet terug betaalt kost ons dat per persoon maar liefst 78 euro 52 aan belasting. Voor ons deel dan. Tweeënzestig miljoen Britten lopen wel bijna 41 euro per persoon mis. Vergeleken met meer dan tienduizend euro voor de IJslander? Peanuts.

Heel trots ben ik zo niet op onze ministers, dat ze hun vuist op tafel slaan. Wel trots ben ik op de weigerende Ijslandse president Grimson. Want zijn volk is net zo onschuldig aan het kwijtraken van de 3,8 miljard euro als wij.

Wat mij betreft kunnen we de schuld het beste delen over de drie betrokken landen. Lijkt me het minst oneerlijk. Dan wordt het iets minder dan vijftig euro de man. En als we dat in één keer betalen, scheelt dat ook nog eens 1,6 miljard aan rente, die dan niet door een bank wordt gevangen.

woensdag 23 december 2009

Sinterklaasscepticus

Beste Scepticus,

Recent kwam mij ter ore hoe teleurgesteld u was in Sinterklaas. Jaren lang hadden uw ouders u verteld hoe hij cadeautjes in uw schoen zou werpen. En toen vertelden zij u dat Hij niet bestaat! Sinterklaas was niet meer dan een verzinsel, vertelden zij. Niet een echte kindervriend.

Vaak moet u voorheen gedacht hebben, net als ik, hoe wonderlijk het was dat er zoveel Sinterklazen tegelijkertijd door winkelcentra in heel het land paradeerden. U zult zich ook afgevraagd hebben hoe Zwarte Piet toch die cadeautjes binnen smokkelde, zonder een raam te forceren. Wij hadden thuis een gaskachel, geen open haard. Dus door de schoorsteen komen kon hij niet. En nu, met al die centrale verwarmingen, zou hij nog steeds overal insluipen? En uw ouders schoten niet eens in paniek, dat iemand had ingebroken? U had waarschijnlijk net als ik het gevoel dat u dat had moeten weten.

Grote mensen zijn niet te vertrouwen. Of ze spelen domme spelletjes met kinderen. En dan vertellen zij dat fantasie geen werkelijkheid is. Zij leggen uit dat Sinterklaas helemaal geen Gestapo heeft die in de gaten houdt of je stout bent geweest of juist zoet. Want Sinterklaas bestaat niet. Dus het heeft ook geen zin om zoet te zijn. Of stout. Aandacht krijgen van iemand die niet bestaat kan immers niet.

Ook ik was teleurgesteld. Ook ik was dolende. Het leek een zinloos feest. Een commerciele charade. Bestaat er dan heus geen magie meer? Alleen charlatans die mij willen misleiden? Eigenlijk had ik zo graag willen geloven. Maar dat geloof was me ontnomen.

En toch. Achteraf blijkt dat een denkfout. Want zelfs al zijn er veel onechte Sinterklazen, en zelfs al heb ik de echte echte Sinterklaas nooit met zekerheid gezien, ik kan niet zeggen dat Sinterklaas niet bestaat. Ik hoef maar één echte Sinterklaas te vinden om te kunnen zeggen dat hij wel bestaat. Maar zelfs als ik alle nep-Sinterklazen uit de weg ruim, kan ik nog niet met zekerheid zeggen dat de echte Sinterklaas zich toch niet ergens verstopt. Misschien op een dak, misschien in een schoorsteen, misschien in een bunker in Iraq. Logischerwijs kan ik niet praktisch bewijzen dat hij niet bestaat.

Ik kan zelfs niet aannemelijk maken dat hij niet bestaat. Want er is er maar één echte, schijnt. Dus hoe weet ik zeker dat tussen al die verklede oude mannen niet die ene echte Sinterklaas schuil gaat? Dat weet ik niet.

Goed, ik weet vrijwel zeker dat de cadeautjes die ik kreeg als kind niet door die ene echte Sinterklaas waren gegeven. Mijn ouders hebben voor de meeste schoencadeautjes toegegeven dat zij die gaven. En de cadeautjes voor mijn kinderen komen voornamelijk van mijn vrouw, en een beetje van mij. Ook daar was het niet de “echte” Sinterklaas. Maar de cadeautjes zijn wel gegeven in de geest van Sinterklaas. In zekere zin zijn mijn ouders en mijn vrouw hulp-Sinterklazen.

En op dezelfde manier zijn heel veel kinderen, pubers en volwassenen hulp-Zwarte Pieten. Iedereen die schoenen vult, surprises maakt of pepernoten strooit, alle als Piet of Klaas geschminkte gepensioneerden en studenten, allemaal dragen ze bij aan het wezen van Sinterklaas. Daar kan geen commercie tegenop.

Sinterklaas leeft in ons allemaal. Ook in U.

maandag 7 december 2009

Geldtekort

Ik word er een beetje moe van. Als ik zo de kranten bekijk lijkt het nog niet echt doorgedrongen. In elk geval niet tot de mainstream journalistiek. En ik vrees ook niet bij de politiek. De banken raakten in crisis, dat had iedereen door. En daarom is er geldtekort. En dat heeft ook iedereen door. Maar echt oplossen? Ho maar.

Moet ik het uitspellen? Er is Geld-te-kort. Geld te kort. GELD TE KORT!

Heel netjes vulden onze regeringen, zowel in Nederland als elders in de westerse wereld, het tekort van de banken aan. Maar de banken lenen het niet verder uit. Niet echt echt. Dus er is nog steeds geld tekort voor veel bedrijven. En geld tekort voor een mogelijk toenemend aantal werknemers en potentieel ex-werknemers. Dat is probleem één. Het geld is niet per se op de plek waar het praktisch gezien nodig is.

Probleem twee is dat nog niet besloten is wáár precies het geld dat nu is toegezegd om banken te redden vandaan moet komen. Moet het uit de AOW pot komen? Moet we cultuur kaasschaven tot er niets over is? Toch maar extra gaan cashen op vervoer? Hypotheekrenteaftrek opheffen? Ja, misschien maken we daarmee wel een deel van de aan banken uitgegeven miljarden goed. Dan klopt het bankboekje van de overheid alweer bijna. Poeh poeh. Nog maar een paar triljard te gaan. Wereldwijd.

Halloo! Wakker worden! Er is geldtekort! Dit gaat niet werken! Geld tekort! En dan niet alleen op een bankboekje. Er zit te weinig geld in het systeem. Dat is niet hetzelfde. Als er te weinig olie in je motor zit, dan vul je de motor gewoon bij. Je gaat dan niet mekkeren waar die olie vandaan moet komen.

En je gaat niet aan de onderkant de olie weer aftappen om je nu lege jerrycan weer op te vullen.
Dat is zot.

Als de banken systematisch geld tekort hebben, terwijl ze praktisch alle geld in beheer hebben, is het geldtekort ook systematisch. Dan moet er systematisch geld bij. Of de vuldop van het systeem dan idealiter bij de banken ligt betwijfel ik. Maar geld moet er wel bij. En als je dat dan toegevoegd hebt, dan ga je het dus niet aftappen uit het systeem. Je gaat het zeker niet proberen bij de belastingbetaler te halen. Dat is in dit geval net als het aftappen van olie uit de net iets bijgevulde motor.

Tussen 1971 en 1999 zijn er bijna honderd bank-crashes geweest. De afgelopen tien jaar werd het niet beter. Hetzelfde geldt voor hele landen. Mexico in 1994, Japan 1995, Thailand in 1997. Rusland 1998. Brazilië 1999. Argentinië 2000. De VS in 2007-2008. Twintig jaar na de Savings & Loans crisis van 1988-1995, waarin de overheid ook al moest bijspringen. IJsland 2008. De hele wereld 2008 en verder. In 2008-2009 zijn er in de VS alweer honderd bankjes om. Als dat niet wijst op een systematisch probleem, dan weet ik niet wat dat wel zou moeten doen.

In al die gevallen is geld bijgevuld. Door de overheid, of eigenlijk de belastingbetaler. En de banken haalden ook veel van hun uitstaande leningen terug. Dus het geld is ook weer afgetapt. Van de belastingbetaler. En de huiseigenaar. En de lener. Heel suf.

Zouden we niet de olie eens in de motor laten zitten? Of het geld in het systeem?

En als we dan toch moeten constateren dat hij nog steeds olie, of in dit geval geld vreet? Dan moet die motor maar eens goed nagekeken worden. Want deze doet het niet meer zo goed.

maandag 23 november 2009

Hypotheekrentediefstal

Als ik de titel zo heb opgeschreven klinkt het toch wel hard. Maar eigenlijk vind ik wel dat dat is wat er aan de hand is. En dan heb ik het niet per se over de uitspraak van onze minister Bos dat “de hypotheekrenteaftrek een volgend kabinet niet zal overleven” [De Pers 20 nov 2009]

Zelf betaal ik op dit moment tegen de tien mille aan hypotheekrente per jaar. Die gaat dus niet voor pakweg de helft naar de belasting, maar helemaal naar de uitlenende bank.

Natuurlijk lijkt het ook alsof ik daarbij voordeel heb, en op korte termijn is dat ook zo, omdat ik niet én belasting én rente hoef te betalen. Ik zou dat duurdere huis nooit gekocht hebben als die aftrek er niet was. Dan was ik goedkoper blijven wonen, en was de huizenmarkt vast al eerder vastgelopen. Of in elk geval waren de huizenprijzen niet zo snel gestegen. En dan woonde ik misschien wel in dit huis, maar dan had ik er ook minder voor betaald. Dan was mijn maandelijkse hypotheek ook minder geweest.

Dus het belastingvoordeel voor mij is niet een echt belastingvoordeel – als je het breed ziet. Het is zelfs geen belastingvoordeel voor de belasting, want die vangt al helemaal niets. De hypotheekrenteaftrek is dus vooral een belastingvoordeel voor de uitlenende bank.

Die bank krijgt nu een hoger rentebedrag. Omdat hogere huizenprijzen extra zijn gestimuleerd, door de hypotheekrenteaftrek. En de bank mag die hele rente houden. Voor de aandeelhouders.

En dat komt bovenop de aflossing van het geleende bedrag. Over mijn dertig jaren hypotheek, met de huidige rente, betaal ik even veel of meer aan rente, als ik aan aflossing neer moet tellen. Dat is eigenlijk een waanzinnig groot bedrag, voor geldbemiddeling.

Reken maar uit. Voor wat ik maandelijks aan rente betaal heb je al een klein inkomen. Als de hypotheken-verkoper van de bank vijf van dat soort klantjes heeft geregeld is hij voor de duur van de hypotheken binnen. Hoeft hij niets meer voor te doen. Kan letterlijk gaan rentenieren. Vijf keer tienduizend per jaar is al een riant inkomen. Natuurlijk ligt het in de praktijk iets ingewikkelder, en krijgt mijn hypotheekverkoper dat geld waarschijnlijk niet zelf. Maar ik betáál het wel.

Nee, ik wil mijn belastingaftrek liever niet kwijt. Maar zo als het nu geregeld is wordt de hypotheekrenteaftrek eigenlijk gewoon gestolen.

Bedenk maar iets anders om eigen woningbezit te stimuleren. Hypotheek-aflossings-aftrek bijvoorbeeld. Dan wordt niet alleen de bank, maar ook ik er echt beter van. Dan los ik mijn schulden ook liever af.

donderdag 19 november 2009

Dankjewelgeld

Voor me staat een zwetende, overcorpulente Engelsman. Enthousiast vertelt hij mij, en de rest van zijn publiek hoe hij een enorm vrijwilligersproject van de grond kreeg. Iedereen werkte met liefde mee, en duizenden gaven hun bijdrage in tijd, meedenken en moeite. Met een mysterieuze grijns stopt hij even, en kijkt ons aan. “En weet je nu waarom het werkte? Hoe we dat voor elkaar kregen?”

Onze spreker wacht nog even, en onthult dan zijn geheim: “We zeiden tegen iedereen dankjewel.”
En ze zeiden niet zomaar dankjewel, maar ze spraken iedereen achteraf nog eens persoonlijk aan om te bedanken. Iedereen kreeg credits in de film van het project. Iedereen stond persoonlijk op de titelrol. Die duurde dan wel een kwartier, maar dat geeft niet. Want iedereen zag zijn eigen naam.

Wow. Ik heb inderdaad wel meer van dat soort projecten gezien. Projecten met onbezoldigde vrijwilligers, die vaak niet meer dan een broodje of misschien een paar onkosten vergoed krijgen. Blije, trotse vrijwilligers waar de meeste werkgevers jaloers op zouden zijn. En zelf doe ik ook verdacht veel voor iemand die enthousiast dankjewel zegt, en het naar mijn gevoel meent. Mooie ogen en een prachtige lach helpen daar wel bij. Maar dat hoeft niet eens. Wat een kracht heeft zo'n dankjewel. Ongelooflijk.

Natuurlijk, zonder geld kun je niet leven. Zo werkt onze economie nu nog. Maar geld voelt zelden zo fijn als een gemeende dankjewel. Misschien kunnen bonussen daarom ook nooit groot genoeg zijn. Als er geen dankbaarheid en liefde aan zit. Geen medemenselijkheid.

Terwijl geld eigenlijk ook een soort geïnstitutionaliseerde manier is om dankjewel te zeggen. Het is een ruilmiddel. Maar het is ook een manier om iemand te bedanken voor wat hij of zij jou geeft. Misschien zouden we het er ook op moeten schrijven. Net als op de kassabonnetjes. “Thank you for your shopping”. Maar dan “Thank you for what you gave me. It's appreciated very much!”

En voor de hard core Nederlanders en oudere inheemse inwoners schrijf je op de achterkant van het bankbiljet: “Dank U voor wat u mij gaf. Ik waardeer het zeer!”. Heel veel briefjes geld met een beetje “Dankjewel” kracht. Briefjes van echt waarderingsgeld. Elke keer als je zo een transactie doet, wordt je ook herinnerd aan waarom je eigenlijk dingen doet. Niet alleen om te overleven. Maar ook voor elkaar. Voor waardering. Een beetje liefde in het klein.

Op grotere coupures zet je dan “Dank U voor uw bijdrage aan het geldverkeer”, of “Heeft u al iemand blij gemaakt door mij uit te geven?”. En misschien moeten de kleine briefjes juist grotere giften van dankjewel dragen. Misschien met “Knuffel!” of “Kusjes”. Of zou dat te ver gaan?

woensdag 18 november 2009

Ambassadeur

Zou hij al komen? We kijken reikhalzend uit over de menigte. Ik heb het gevoel dat ik terug ben in de tijd. In de zeventiende eeuw. Langzaam varen de zeilboten binnen in ons kleine haventje. Donkere mannen in wijde Spaanse broeken zijn druk bezig op de dekken. Kinderen zitten op de schouders van hun vaders en moeders. Een enthousiaste omroeper vuurt ons aan om nog eens goed te kijken naar alle pracht en praal. De burgemeester staat naast hem, en is niet minder opgewonden. Ze zwaaien naar ons!

Op wie wachten we eigenlijk? De ambassadeur van Spanje geloof ik. Maar hij komt wel uit Turkije. Uit Smyrna, schijnt. Hij is een zeer vroom man, en hij draagt de kleding van een Kardinaal. Dus hij zou ook wel eens Pauselijk ambassadeur kunnen zijn. Ik denk dat het een Hapsburger is. Die familie had toch de halve wereld in bezit? Spanje, delen van Duitsland, de Pauselijke zetel, de Nederlanden, inclusief Belgie. Het is een heel rijke familie.

Ik denk dat de ambassadeur ook Katholiek is. Net als de Spaanse koning. Die is ook heel vroom. Daarom komen ze natuurlijk naar onze Protestantse stad. Om het bestand te vieren, na die tachtigjarige oorlog. En misschien hebben ze wel handelswaar, of zelfs cadeautjes. Om het een beetje goed te maken, al die haat en nijd over en weer. Zand er over, en genieten van het einde van een goed jaar dat we hebben volbracht.

Terwijl hij van het schip klimt, zijn staf in de hand, schiet een nare gedachte door mij heen. Hij zal toch niet van de inquisitie zijn? Een opvolger van die enge Graaf Alva. Dan komt hij vast kijken of we wel brave Katholieken zijn geweest. Of tenminste netjes onze belasting aan de kroon in Spanje hebben betaald. En zo niet, dan krijgen we klop. Dan worden we in zo'n zak gestopt. Niet echt eerlijk, want ik zou niet eens weten waar hun belastingkantoor is.

Nee. Het valt wel mee geloof ik. De man heeft ook zo lang gereisd. Hij heeft er inmiddels een lange witte baard van gekregen. Zijn adjudanten delen kruidig gebak uit, met specerijen uit de Orient. En kinderen hebben tekeningen en brieven voor hem gemaakt. Ik denk dat die vrede met Spanje toch wel goed zit.

Wel mooi dat er in de handel blijkbaar een religieuze verzoening mogelijk is. En fijn dat zo'n goed heilig man elk jaar blijft komen. Al die honderden jaren. Een echte socialistisch, humanistisch, protestantse Heilige ambassadeur uit Spanje.

Mijn dochter glijdt van mijn schouders af. Het was genoeg spanning en indrukken voor vandaag.
Ze heeft Sinterklaas nu wel gezien.

donderdag 12 november 2009

Opgewarmd

Het is koud in November. Koud en mistig. Vooral 's ochtends, als de winkels nog niet open zijn, en je met kleine dochter door het stadscentrum zwerft. Misschien zijn we niet alleen op de wereld, maar met onze net iets te dunne jassen kan ik me ineens goed voorstellen hoe zwervertje Remi zich gevoeld moet hebben. Of andere zwervers ook, trouwens. Als je nergens naar binnen kunt. Want binnen is het warm.

Maar we hebben toch geluk. We vinden een warm plekje bij een huishoud- en speelgoed winkel, die weliswaar nog niet open is, maar wel het warmtegordijn al heeft aan gezet. Zo'n blazende kachel die in het plafond van de ingang is verwerkt, en die continu de lucht daar opwarmt. Zo blijft het binnen warmer, en kan de deur toch wijd open blijven en klanten trekken. Klanten, of zwervers. Of koude papa's en dochters. Want bij deze winkel is het buiten ook warm.

Mijn dochter voert een duif, die ook de warmte heeft opgezocht. En ik vraag me toch wel iets af. Hoeveel energie zou dit gordijn kosten? Dat kan toch niet zomaar in deze tijd van klimaatbewustheid? Wie weet hoeveel CO2 dit gordijn op zijn geweten heeft! Daar komen alleen overstromingen van, en regenzomers, en droogtes op de verkeerde plaatsen, toch?

Of erger nog, hoeveel warmt dit apparaat niet nodeloos onze aarde direct op?

Want als elk beetje CO2 van de atmosfeer een beetje meer een broeikas kan maken... Waarom kan dan niet elk kacheltje dat we buiten zetten de aarde ook een beetje opwarmen? Ja, de warmte vervliegt. Maar dat doet de CO2 ook.

Als ik er over nadenk, zijn er tegenwoordig best veel buitenkachels. Warmtegordijnen. Terraskachels. Electrische barbeques, kachels in de hal, de schuur, het toilet, de auto. En met onze moderne thermostaten probeert de CV het overal 21 graden te krijgen. Ook buiten, als onze isolatie tekort schiet.

Eigenlijk maakt ook elk apparaat dat wij aanzetten vooral warmte. Gloeilampen genereren meer dan 90% warmte, en maar een beetje licht. Spaarlampen doen het al beter, maar worden ook warm. Koelkasten en vriezers worden van binnen koud, maar van buiten warm. Voel maar eens aan de achterkant. Auto's hebben een rendement van minder dan 20%. Dat is wat je gebruikt van je benzine om echt te bewegen. De rest wordt afgevoerd als... overtollige warmte.

Energiecentrales hebben ook heel veel restwarmte. Die hebben niet voor niets zoveel water nodig om te koelen. Als een kolenveld in China per ongeluk in de fik gaat, dan levert dat flink wat warmte op. Als de helft van het Indonesische oerwoud wordt afgebrand om wat plaats voor palmolie-palmen te maken, dan levert dat... flink wat warmte op. Als de olievelden van Kuwait om politieke of militaire redenen worden aangestoken, dan krijg je daar niet alleen vieze rook van die ook een aardige broeikas maakt, maar alweer een hele hoop warmte!

Vind je het logisch zo, dat de wereld opwarmt? Ik ineens wel. Daar is niet eens een te veel aan CO2 voor nodig. Ik dacht altijd dat ik een grapje maakte, als ik naar mijn dochters roep: “doe de deur dicht, je hoeft buiten niet op te warmen!”. Misschien is het wel waar.

woensdag 11 november 2009

Kerkstaat

Marcouch mag misschien geen lijsttrekker worden voor de PvdA in Amsterdam West. Lekker belangrijk, Amsterdam West. Behalve als je er woont, natuurlijk. En dat heb ik wel gedaan. Marcouch zou kunnen afvallen omdat hij de “Scheiding van Kerk en Staat” niet respecteert.

Hoezo scheiding tussen Kerk en Staat? Hij betrekt de Islam bij het jongerenprobleem in Slotervaart. Niet vreemd, want de meerderheid van jongeren daar heeft een Islamitische achtergrond. Dat betekent niet dat ze per se vroom zijn, maar wel dat het een rol speelt in hun dagelijks bestaan en hun moraal. Lijkt me practisch, al is het de vraag hoe zijn achterban nu tegenover zijn politiek staat. Marcouch balanceert namelijk. Tussen heel westers roepen dat je niet te radicaal Islamiet moet zijn, maar je moet aanpassen. En anderzijds de Islamitische achtergrond respecteren een misschien daarmee ook het idee van Sharia: leven volgens de wet van God – of Allah dan, in dit geval.

Maar... daarmee respecteert hij het idee van Scheiding van Kerk en Staat niet. Schijnt. Tja. Vrijheid van Godsdienst betekent natuurlijk wel dat we niet verplicht willen worden om onder Sharia te leven. We willen wel zelf kunnen kiezen. Scheiding van Kerk en Staat hoort daar een beetje bij. Ooit onder Napoleon ingevoerd. Die was heel voorzienig.

Maar hoe zit het dan met de SGP? Die willen volgens hun statuten vrouwen bijna alleen achter het aanrecht. Oh ja, SGP is geen PvdA. Marcouch wel. En hoe zit het dan met het CDA? Jan Peter Balkenende, onze premier, komt uit een gereformeerd gezin. En van een gereformeerde Universiteit. En hij is van een Christelijke partij.

Voormalig premier Ruud Lubbers studeerde bij de Jezuieten, en is Katholiek. Of hij belijdt weet ik niet, maar ook hij hoorde bij CDA. Zijn voorganger Van Agt ook Katholiek. Verder terug wordt het pas goed vreemd bij Colijn. Vijf kabinetten lang. In bange dagen voor en tijdens de tweede wereldoorlog. Colijn was gereformeerd. Hij was lijsttrekker van een confessionele partij (de Anti Revolutionaire Partij, voorloper van het CDA). Met een heel speciale plek binnen de Gereformeerde gemeenschap. En toevallig was hij ook ooit KNIL militair betrokken bij wreedheden (maar dan vóór de eerste wereldoorlog), was hij ook minister van oorlog, minister van marine, hoofdredacteur van dagblad de Standaard, en maakte hij miljoenendeals in de olie. In de tijd dat een miljoen echt nog veel waard was.

Maar daar ging het me even niet om. Abraham Kuyper, voorganger van Colijn, was zelfs gereformeerd predikant. Alweer gereformeerd. Niet dat daar iets mee mis is, dat waren mijn ouders ook. Maar toch. Hij richtte ook de Vrije Universiteit op, waar Balkenende later weer studeerde.

Christelijke politiek mag al heel lang. Dat kun je terugvinden in standpunten over medemenselijkheid, maar ook over abortus, vinger op de knip houden en vlijtig en braaf zijn. Christelijke religie, en blijkbaar vooral de gereformeerde, is sterk vertegenwoordigd in onze kabinetten. Dus in onze Staat.

Scheiding tussen Kerk en Staat klinkt zo wel leuk, maar ook een beetje hypocriet. Natuurlijk kun je wel zeggen dat Kerk zich niet met Staat mag bemoeien, en omgekeerd. Maar echt los zijn ze blijkbaar niet. Misschien ging het daar ook niet om. Misschien ging het wel om de scheiding tussen elke willekeurige Kerk, en de natuurlijk Christelijk (en liefst) Gereformeerde Staat.

donderdag 22 oktober 2009

IJsschuld

IJsland gaat terug betalen! Hoera! Deze week wordt een akkoord getekend door de IJslandse regering. De vier miljard euro die van de Nederlandse en Britse overheid is geleend om de gedupeerde spaarders van Icesave uit te betalen, komt nu terug uit de zakken van de IJslanders. Wat fijn! Of niet?

Ik denk van niet. Er zijn namelijk driehonderdduizend IJslanders. Die moeten nu... vier miljard gedeeld door driehonderdduizend... dat is hoofdelijk dertien en een half duizend euro betalen. Of per gezin iets van veertigduizend euro gaan ophoesten. Dat is niet mis. Zeker omdat er eigenlijk nog veel meer schulden boven hun hoofd hangen.

De hoog opgeleide IJslanders die geen zin hebben om mee te betalen zijn al aan het emigreren. Begrijpelijk. Maar dat betekent ook dat de Ijslanders die het niet kunnen betalen nu nog meer geld moeten schrapen. Ik vraag me dan af hoeveel er echt afgelost kan gaan worden, zonder Ijsland letterlijk te verkopen aan bijvoorbeeld de Russen of grootbank J.P. Morgan.

Het meest wrange is misschien wel dat de schuld die terug betaald moet worden eigenlijk nooit door de Ijslanders die nu moeten betalen was toegezegd. Misschien hadden sommigen wel een te hoge lening voor hun huis of hun auto afgesloten, en misschien hadden sommigen wel boven hun stand geleefd. Maar de leningen die ze daarvoor sloten moeten ze ook nog betalen, bovenop die veertigduizend per gezin. En op beide komt ook nog rente. Eigenlijk hoef ik er niet eens over na te denken of dat kan. Met de huidige wisselkoersen en stand van de economie kan dat gewoon niet.

IJsland moet de schuld over vijftien jaar gespreid terugbetalen, met rente. Te beginnen in 2016. Bij een rente van vijf procent moet er dus nog eens 50 tot 100% meer opgebracht worden. Tussen zes en acht miljard totaal, zestigduizend tot tachtigduizend per IJslands gezin. Dat is een half huis.

Eigenlijk zijn de meeste IJslanders net zo schuldig aan het verlies van de Icesavespaarders als wij in Nederland, Engeland of de rest van Europa. Namelijk niet.

We zouden het verlies ook kunnen delen. Als we de bewoners van het Verenigd Koninkrijk en Nederland bij de IJslanders optellen zijn we met tachtig miljoen mensen. Vier miljard gedeeld door tachtig miljoen is... vijftig euro per persoon. Laten we zeggen honderdvijftig euro per gezin.

Als we dat over drie jaar gespreid terug betalen, met vijf procent rente, dan kost ons dat... nog geen vijf euro per gezin per maand. Minder dan de staatsloterij of een telefoonverzekering. Vier komma zes miljard brengen we dan samen op. Het geld is dan afbetaald. In drie jaar. En we hoeven samen nog eens tussen twee en vier miljard minder te betalen aan de uitlenende banken ook. Worden die tenminste niet nog eens extra rijk aan de misère die ze zelf hebben helpen veroorzaken.

Als we de kosten over heel Europa omslaan wordt het terug te betalen bedrag helemaal een grap. Dan is het vier miljard gedeeld door vierhonderdzestig miljoen inwoners. Dat is minder dan een tientje per persoon. Dertig euro per gezin.

En als tegenprestatie eisen we dan van IJsland dat ze bij de Europese Unie komen, en gewoon euros gaan gebruiken in hun betalingsverkeer. Dat is goed voor handel onderling. En we hebben er een enorm natuurreservaat bij, als Europa. In de vorm van IJsland. En heel veel duurzame energie, in de vorm van warmte uit de grond en electra van watervallen. Die hebben ze daar heel veel.

vrijdag 16 oktober 2009

Ötzi

Enkele jaren terug stond ik oog in oog met de oudste bekende mens op deze aardbol. Ik denk niet dat hij mij ook ontwaarde, want hij is al meer dan vijfduizend jaar dood. Maar voor mij was het een verrassende, bijna ontluisterende ervaring.

Otzi was namelijk allesbehalve achterlijk. Hij was misschien wat kort van stuk, maar hij had een soort broek, of eigenlijk kousen van leer. En gevoerde schoenen. Een leren jas. En een regenjas van bladeren die waarschijnlijk niet zou onderdoen voor onze moderne gore-tex. In zijn buidel had hij paddo's. Een vuurstenen zakmes. En als klap op de vuurpijl had hij een bronzen bijl. Een bronzen bijl die waarschijnlijk uit Groot Brittannië kwam. Van heel ver, want Ötzi zelf lag in een gletsjer op de huidige grens van Italie en Oostenrijk.

Hoe kwam Ötzi aan die bijl? Die moet hij door handel verkregen hebben. Of misschien had hij hem wel zelf gehaald. In elk geval was er dus uitwisseling over enorme afstanden, al meer dan drieduizend jaar voor Christus. Wie weet, waren er wel handelsroutes over het hele continent.

In zijn rug zat een pijl. Waarschijnlijk geschoten van een afstand van een meter of zestig van onder af. Dat betekent dat zijn aanvaller een erg goede boog had. Wat een technologie voor die tijd!

Ik mijmer en vermoed dat Ötzi vermoord is om een vrouw. Daar gaat het toch altijd om? Een crime passionnel. En dat terwijl hij juist had besloten om weer verder te reizen. Want hij had gezien dat hij te veel was. Hij trok de bergen in, op zoek naar verre horizonten, en liet zijn geliefde bij zijn rivaal achter. Maar die laatste was te jaloers, en schoot hem in woede in de rug. Dramatisch en heftig.

Of zou het om geld geweest zijn? Ik denk het niet. Geld was misschien nog niet eens uitgevonden. En dan was zijn bijl ook wel gejat, want die moet flink wat waard zijn geweest.

Of hij was naar beneden gevallen en in de koude rivier gedonderd. En daar waren zijn aanvallers hem kwijtgeraakt. Misschien hebben ze zijn bijl daarom niet afgepakt en omgesmolten. Ötzi bevroor, en werd bewaard voor het nageslacht.

Nu kijk ik naar hem. Ongelooflijk hoe ver we toen al waren. Voor alle geschreven woord. Drieënvijftighonderd jaar geleden. Wat een vent, die Ötzi.

Ik vraag me af of zijn auto ook nog ergens staat.


Bronnen o.a.: http://nl.wikipedia.org/wiki/Ötzi