vrijdag 16 mei 2008

Krach


“Federale bank verlaagt de rente voor het laatst” staat er. Als ik het artikeltje lees wordt het al “misschien”. Zo te zien hebben de banken het moeilijk hun geld te slijten. Waarschijnlijk is er wat te veel van in omloop, als ze hun prijzen zo moeten verlagen. En dat ze moeten dreigen dat dit toch echt de laatste laatste uitverkoop is. Of draait de economie echt niet hard genoeg? En is de Amerikaanse huizenmarkt aan het instorten? Gaan juist veel te veel mensen failliet, kunnen zij hun bank niet meer betalen, en kunnen de banken zo zelf hun leningen niet meer aflossen?

Het is de Kredietcrisis. Met een grote K. Zulke crises gebeuren om de zoveel jaar, want van alle werkdagen in de week is er wel een zwarte versie. “Black monday”, “black tuesday”, en ga maar door. Als de beurzen in het weekend ook open zouden mogen hadden we vast ook een “black weekend”. En eigenlijk gaat het nog best goed, schijnen veel economen te vinden. In de 19e eeuw gingen elk decennium heel wat banken failliet aan kredietcrises.

Een paar maanden geleden kopten de kranten nog met grote letters: Krach!
Dan ging het nog niet over een echte beurs-krach, hoor. De economen in verschillende artikelen benadrukken dat de kredietcrisis in de VS helemaal geen invloed zal hebben op onze Europese economie. Heus niet. Onze economie is sterk. Geloof ons maar. Zolang je ons gelooft komt het allemaal wel goed. Want economie gaat om consumentenvertrouwen. Als wij nog maar blijven kopen, dan draait die economie wel door. Als mensen nou nog maar die grote uitgave doen in dit kwartaal, en wel die plasma-tv kopen, dan zijn wij behoed voor een beurscrash, zegt eentje [De Pers, januari 2008].

Wacht even. Als ik maar een nieuwe flatscreen televisie koop is onze economie gered? Heeft deze man aandelen in platte beeldschermen of meent hij dat echt? Ik ben bang dat hij het echt meent. Als ik maar een plasma-tv of een soortgelijk duur luxe-artikel aanschaf blijft de economie nog wel door draaien. Dat is het idee.

Maar dan hebben we toch een bizarre economie? Die geweldige groei-economie die er voor moet zorgen dat overal ter wereld welvaart komt, die is er van afhankelijk dat ik persoonlijk een flatscreen koop? Nee, nee, nee. Hoor ik de economen al zeggen. Hij bedoelt dat we allemaal moeten blijven kopen. Dure luxe artikelen wel te verstaan. Flatscreens dus. En dat moeten we dan allemaal blijven doen. Dus toch. Want ik hoor ook bij ons allemaal. Ik moet ook een flatscreen kopen.

Misschien zit er wel iets in. Ze zeggen het vast niet alleen om mij bezig te houden.

Geld moet natuurlijk rollen. Dat weet iedereen. Waarom? Nou ja, als je er even over nadenkt is dat misschien wel logisch. Zolang de bakker broden verkoopt, krijgt hij geld en kan hij dat wat hij nodig heeft van anderen kopen. Zolang de aannemer huizen verkoopt kan hij zijn brood blijven betalen. En zolang mensen luxe artikelen kopen kan de verkoper van luxe artikelen ook betalen voor zijn eten en wonen. Dus zolang het geld rondschuift blijven we voor elkaar doen wat er nodig is.

Maar wat nu als iemand op het geld gaat zitten? Wat als iemand niet meer meeschuift met het doorschuifspel? Wij zouden natuurlijk met zijn allen op ons geld kunnen gaan zitten. Bijvoorbeeld omdat we bang zijn dat de economie niet meer voor ons werkt. Als we werkelijk allemaal geen eten meer kopen, geen huizen meer verbouwen en geen benzine meer tanken, dan hebben heel veel mensen geen inkomsten meer.

Maar ja. Eten kopen, dak repareren en filerijden horen toch tot onze eerste levensbehoeften. Dus daar stoppen we vast niet zo snel mee. Hooguit klagen we harder en kopen we iets anders niet. Zo'n flatscreen misschien. En dat raakt alleen de flatscreenverkopers. Niet de rest.

Of zou het soms zijn dat de banken en andere grootinvesteerders vrezen dat ondernemers en huizenkopers niet meer durven te lenen? Of erger nog, dat deze leners niet meer hun rente kunnen betalen? Dat zou schokkend zijn... dat al die mensen niet meer twee tot vijf keer zoveel geld kunnen ophoesten als ze ooit geleend hebben! Want met een beetje hypotheek betaal je tenminste wel het dubbele van je leensom over de jaren. En hypotheken hebben de lagere rentes. Over consumptiekredieten (zoals voor een nieuw flatscreen) hebben we het dan nog niet eens.

Misschien zijn het juist wel de bankiers die op hun geld dreigen te gaan zitten. Uit angst dat ze niet meer genoeg zullen verdienen. Verhoog die rente dan maar, lijken ze te zeggen, dan betalen die mensen die nog wel kunnen betalen maar iets meer. Maar ja, als je de rente verhoogt dan kunnen juist nog minder mensen betalen. Dat schiet natuurlijk niet op. Dan krijg je juist een crisis.

Dan nog maar een keer de rente verlagen? Dan zou die wel eens naar de nul procent kunnen gaan neigen. Dan krijgen banken alleen nog betaald voor het werk dat ze werkelijk doen. Dat zou wellicht ook te schokkend zijn. Alleen maar een commissie voor het regelen van een hypotheek, en de administratieve kosten. Dan zul je wel verplicht moeten aflossen natuurlijk, want anders leent iedereen zich suf. Dus bijna nul procent rente en geen aflossingsvrije hypotheken meer. Zou dit het alternatief zijn om de economie gaande te houden?

Zouden vooral de centrale banken dit aandurven? Zouden de aandeelhouders van de federale bank aandurven dat hun winst zwaar inkrimpt om daarmee de economie gaande te houden? Zouden ze dat doen? Heel misschien als ze moeten. Maar niet van harte, vermoed ik zo. Liever een crisisje meer voor de wereld dan zelf een paar autos, privejachten en zomerhuisjes minder.

Tja.

Ik denk dat juist die bankiers, investeerders en aandeelhouders van de centrale banken dat extra flatscreen maar moeten kopen. Ter afleiding. Dan kan de rente gewoon zo laag als de markt dat wil, en hoeven zij zich ook geen zorgen te maken. Want zij kijken naar hun nieuwe flatscreen. En natuurlijk niet naar het financiele nieuws, maar gewoon naar een leuke tekenfilm ofzo. Dan helpt zo'n flatscreen misschien wel echt.

woensdag 7 mei 2008

Horizon


“Vind jij ze lelijk?” vraag ik de vriendin.
“Nee, eigenlijk wel mooi”
“En jij?” vraag ik aan de vriend, terwijl we staren naar de wijde horizon. Hij blijft een beetje stil. Ik weet dat hij ze uit principe alleen al mooi vindt.
“Ach, er zijn altijd mensen die zeuren. Iedereen is tegen als het in zijn achtertuin komt.”
Ik drijf het op de spits. “Vinden jullie het horizonvervuiling?”
“Nee, het is juist wel indrukwekkend om te zien.”

Zo scherp was mijn spits bij nader inzien niet. We zijn net in Duitsland, over de grens van Belgie. Golvende heuvels, bosjes groene bomen, boerderijen, kleine weggetjes, hoge rood-wit gekleurde windmolens. Een roofvogel hangt hoog in de lucht bij een van de gevaartes. Veel last ondervindt hij er blijkbaar niet van. Majestueus wieken enkele molens langzaam in het rond. Andere staan stil. Wind is er wel genoeg, zelfs al is het niet veel. Maar misschien is er even niet zoveel energie nodig.

“Of misschien staan ze stil voor onderhoud” zegt de vriend.
“Zoveel tegelijk?” vraag ik. Het zijn er tientallen en tientallen over de wijde horizon verspreid.
We staren een tijdje peinzend. Het is natuurlijk overdag, en er is veel zon, dus wellicht is er inderdaad minder energievraag. We hopen maar dat het niet is omdat een lokale kerncentrale te veel energie over heeft, en dat daarom de molens stil gezet zijn.

Op de Faroer eilanden heb ik wel onder zo'n molen gestaan. Een reus uit Don Quichotte. Stil kon je hem niet noemen, maar een beetje autoweg maakt aanzienlijk meer lawaai. Nu in Duitsland horen we ze helemaal niet. Natuurlijk staan ze ook best ver weg. Maar we blijven er bij. Ze zijn gewoon mooi.

Later lees ik dat bij de Duitse grens, bij Bullingen, juist een handvol molens is geplaatst om de hele directe omgeving van energie te voorzien. Zes molens voorzien in de totale energiebehoefte van zo'n tienduizend woningen. Ik lees het nog een keer. Een handvol molens is genoeg om meer dan 30 miljoen kilowatt-uur duurzame, schone energie te leveren. Geen CO2, geen voortdurende inkoop van gas of olie. Zes molens. Al die andere molens op de grens leveren dus energie voor andere dorpen of nabije steden.

De marginale kosten van een kilowatt-uur windmolen-energie zijn minder dan een cent. Zo lang je ze niet midden in zee plaatst, tenminste. Dat betekent dat je na de aanschaf en plaatsing nauwelijks meer kosten hebt voor onderhoud en gebruik: minder dan een cent per kilowattuur. Een gemiddeld gezin gebruikt zo'n 3500 kilowatt-uur per jaar, dus dat is minder dan 35 euro per jaar, exclusief belastingen en transportkosten. Dat is dan wel een gezin met wasdrogers, diepvriezers en vaatwassers. Zelf kom ik met mijn gezin niet aan dat bedrag. Misschien nog wel aan 25 marginale euros per jaar.

Natuurlijk moet je een molen wel eerst bouwen. Maar ja, dat moet met een kerncentrale of een kolen- of gascentrale ook. Kolen en gas worden net als olie rap duurder. En uranium vinden we (gelukkig?) ook niet in onze eigen achtertuin, dus daar zijn we ook afhankelijker van de handel. Wind blijft daarentegen vast nog wel even gratis.

Ik mijmer eens over die nieuwe windmolens bij Bullingen. Zij hebben daar vast wel steun gehad van hun overheid, want die houdt wel van schone energie. Schijnbaar in tegenstelling tot de onze. Want bij ons zijn subsidies op het gebied van wind- en zonne-energie liefst ondoorzichtig, experimenteel, tijdelijk en practisch nauwelijks te verkrijgen. En in Duitsland worden de aanzienlijke subsidies op zonnepanelen gedekt door een extra opcent op elke kilowattuur. Hierdoor is het voor de regering kostenneutraal, en hoeft dus niet elk kabinet zich weer over de vraag te buigen. Het hoeft niet eens op de begroting te staan. Duitse daken raken gaandeweg steeds voller met zonnepanelen.

Zou onze gasbel er mee te maken hebben? Dat kan toch haast niet? Natuurlijk heeft de overheid een aardig potje aan inkomsten uit Slochteren, en wellicht verdienen individuele besluitvormers stiekem nog wel een centje extra uit die bel. Maar ook zij hebben toch kinderen en longen? Of zouden ze die haten? En toch lopen juist Groot Brittannie en Nederland trots achteraan als het gaat om schone energie in Europa. En de engelsen hebben Noordzee-olie, en wij hebben Groningsch Gas. De Denen hebben voornamelijk ruimte en wind. Die draaiden in 2007 al voor 20% op wind-energie. Zelfs de Spanjaarden (met heel kleine beetjes eigen olie) lopen ver voor, met maar liefst 30% in 2008. En onze oosterburen hebben absoluut gezien misschien wel de meeste molens en know-how... Ook zij lopen dus ver voor.

Stel nu dat we onze hele overheid voor het gemak eens vergeten. Zou het uit kunnen? In mijn wijk zijn zo'n vierduizend woningen, met grofweg tienduizend bewoners. Dat is minder dan de woningen bij Bullingen. Met twee molens van elk 2,5 megawatt capaciteit zou je er ruim zijn (die levert dan zelfs bij 30% efficientie nog genoeg). Een enkele molen zou je ook kunnen nemen, maar zo kan er nog eens eentje uit staan voor onderhoud. Een moderne molen van 2 a 3 megawatt capaciteit kost ergens tussen één en twee miljoen euro. Dus omgeslagen per bewoner is dat een investering van maximaal... 4.000.000 / 10.000 = 400 euro per persoon. Of 1000 euro per huishouden. Over dertig jaar levensduur zijn dat ongeveer 35 euro per jaar. En de onderhoudskosten zijn net zoiets. Jaarlijks zijn de electra-kosten per gezin dan eigenlijk verwaarloosbaar, zelfs op bijstandsniveau. Hmmm.

Zelfs de energiemaatschappij zou dit interessant kunnen vinden. Een windmolen kan bij wijze van spreken direct op het bestaande transformatorhuisje worden aangesloten. Een onderhoudsmonteur zal misschien wat meer door het land moeten rijden om elke molen op te zoeken. Maar daar staat weer tegenover dat niemand een compleet park van windmolens in zijn achtertuin hoeft te hebben, en dat we daar ook geen heel nieuw eiland voor hoeven op te spuiten. En aangezien de molen een stuk dichterbij de uiteindelijke afnemer staat zijn de transportverliezen ook minimaal. Veel minder dan de pakweg 45% energieverliezen in de lange hoogspanningskabels van nu.

Expres heb ik overigens het huidige gasverbruik buiten beschouwing gelaten. Op termijn zouden we best allemaal op electra kunnen gaan koken, en met electra ons water kunnen opwarmen. Maar dat zou nu voor de meeste huishoudens een extra investering zijn. De combi-ketel zou vervangen moeten worden door een electra-ketel, de bekabeling in huis zou zwaarder moeten, en het gasfornuis zou vervangen moeten worden. Het zou wel kunnen. Het zelfde geldt voor de energievoorziening van ons naburige bedrijventerrein. Dan zet je er nog een paar molens bij. Of je koopt een paar grotere.

Haken en ogen zijn er natuurlijk nog een paar. Zelfs in Nederland is het wel eens absoluut windstil. Dus er blijven wel een paar gewone centrales nodig die stand-by kunnen staan. Het zou mooi zijn als we alle overtollige windenergie ergens veilig op konden slaan. En dan de vergunningen: Gemeentes, Provincie en Rijk moeten een beetje mee gaan. De eerste financiering moet nog ergens vandaan komen. Het afbetalen is geen groter probleem dan de huidige electra-rekening. De expertise moet verspreid worden. In wiens achtertuin komt de molen in de praktijk? En last but not least: zijn er mensen die die molens toch echt lelijker vinden dan hoogspanningsmasten, schoorstenen van huidige centrales, en de mogelijke gevolgen van ons eigen Harrisburg of Chernobyl? En gaan zij er iets van zeggen?

Ik breng mijn dochtertje te logeren bij een vriendin in Amsterdam. Terwijl we wachten op de bus op Sloterdijk zie ik in de verte de rustige wieken wentelen van een lange rij windmolens. Ik zie er meer dan tien. Zou dat betekenen dat ze stroom geven voor meer dan 20,000 huishoudens? Ik weet niet van welk type ze zijn. Het zou zomaar kunnen. De molens waren me nooit echt opgevallen. Ik geloof ook niet dat iemand anders zich er aan stoort.
Misschien is er dan toch nog hoop voor onze horizonvervuiling.

Bronnen o.a.:
en.wikipedia.org/wiki/Wind_power_in_Spain
en.wikipedia.org/wiki/Wind_power_in_Denmark
en.wikipedia.org/wiki/Wind_power
nl.wikipedia.org/wiki/Windenergie
www.enercon.de
www.vestas.com

zondag 23 maart 2008

Berbers


Je hebt barbaren en barbaren. En na het schrijven over de barbaarse uitwerking van het woord “barbaar” op de redelijke gedachtengang kon ik niet laten toch nog iets meer over de “echte” barbaren te lezen. In mijn kast stond nog een recent boek van Terry Jones, ooit lid van het illustere komisch gezelschap Monty Python, en historicus Alan Eirera. Het heet “Barbarians”, en daar gaat het ook over. Of eigenlijk gaat het over hoe archeologen en geschiedkundigen langzaam beginnen uit te vinden dat de barbaren van weleer minstens zo gecultiveerd waren als de Romeinen. En dus eigenlijk helemaal niet zo barbaars.

De Kelten, zoals de Galliers, hadden hun eigen wegen van hout, hadden betere strijdwagens, minstens zulke grote steden en veel meer goud dan de Romeinen. Dat goud was waarschijnlijk ook de aanleiding voor Julius Ceasar, die hier en daar wat enorme schulden had lopen, om zich op te werpen als redder van Gallia. Of eigenlijk meer redder van het goud van Gallia. En passant vermoordde en ontheemde hij even een miljoen Galliers.

Dacia was al minstens zo'n rijk koninkrijk, met indrukwekkende forten en nog veel diepere goudmijnen. Ook daar wilde Romeinse keizer Trajanus wel even het goud komen halen. En om te voorkomen dat de Daciers zouden klagen moordden de Romeinen naar eigen zeggen nu bovendien het hele volk van Dacia uit. Ze onthoofdden gewoon iedereen, en zetten de hoofden op staken. De Dacische goudmijnen lagen overigens in huidig Roemenie, bij Transylvanie, waar Dracula vandaan zou komen. Alle Daciers werden afgeslacht, inclusief vrouwen en kinderen. De veroveraars waren zo grondig “dat slechts veertig man over bleef”. Of dat helemaal waar is valt nog te betwijfelen, want tegelijkertijd neemt de hoeveelheid Dacische gastarbeiders in Rome flink toe. Maar dat Romeinse schrijvers trots waren op wat tegenwoordig genocide genoemd zou worden zegt al genoeg.

Ja. Je krijgt een heel ander zicht op die barbaren, zo. En vooral ook op die gecultiveerde Romeinen, wiens cultuur wij zo graag nabootsen.

Eén volk dat barbaar genoemd wordt kom ik niet specifiek in het boek tegen. Misschien is dat omdat zij zelfs vandaag de dag steeds barbaren worden genoemd. Letterlijk. Nou ja, bijna letterlijk: Berbers.

Zelf noemen ze zich Amazigh, wat zoiets als “vrij mens” betekent. Maar de buitenwacht noemt ze nog steeds Berber. Die naam hebben ze waarschijnlijk gekregen van de Arabieren die hen onderwierpen, en het Romeinse woord “barbaar” hadden overgenomen. “Al barbar”. Maar misschien noemden de Romeinen ze ook al zo. Of heel misschien noemden ze zichzelf eerst ooit zo, en komt daar het woord barbaar vandaan. Maar dat laatste is moeilijk hard te maken.

De Berbers bewoonden ooit het gebied waar de hoogstande beschaving van Carthago was. De Carthagers waren eens de aartsvijand van Rome, nog voor de tijd van Julius Ceasar. Carthago was officieel een Phoenisische nederzetting, en de Phoeniciers kwamen van over zee. Maar het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat de plaatselijke Berbers nog wel een robbertje mee hebben gevochten tegen de Romeinen. Of Carthago ook werkelijk (veel) Berberse invloeden had is niet meer te zien. Als je vlak bij het huidige Tunis op zoek gaat naar sporen van Carthago vind je nog maar heel weinig. Wel staan er grote badhuizen van de Romeinse overwinnaars, over het oude Carthago heen gebouwd.

Veel later, in de achtste eeuw, veroverde een leger van Berbers grote delen van Spanje, onder berber Tarik ib Ziyad. En in Spanje bleven ze toen nog eeuwen lang zitten. Verder gaven Berbers hun naam aan de Barbarijse kusten, waar nu Marokko en Algerije liggen. Vanaf die kusten vielen Barbarijse piraten vijandelijke koopvaarders en oorlogsschepen aan. Waren het piraten of waren ze deel van een oorlogsvloot? Ach, barbaren kun je nauwelijks serieus nemen toch? Zelfs als ze heel georganiseerd zijn.

Na de Arabische veroveraar van het Berber-gebied kwamen de Fransen, en de Spanjaarden en Engelsen. Maar de Berbers bleven, en in de jaren twintig van de vorige eeuw vocht Abd-el-Krim nog een guerilla-oorlog tegen de bezetters. Ook zijn gevecht leverde uiteindelijk geen vrije natie op voor de Berbers. De Berbers die zichzelf Amazigh - of in meervoud Imazighen – noemen, de vrije mensen.

En nadat tienduizenden Berbers mee hadden gevochten in het Franse leger in de tweede wereldoorlog om onder andere de Elzas te bevrijden, werden zij in grote getale aangetrokken als gastarbeiders. Ook in Nederland, al onderscheiden we ze dan zelden van de andere Marokkanen. Berbers hebben nog steeds geen eigen land. Vaak worden Berbers ook niet serieus genomen, of zelfs niet eens gezien als bevolkingsgroep. En toch zijn er over heel Noord Afrika naar schatting 15 tot 25 miljoen Berbers, die ook nog hun eigen varianten van de berber-taal spreken. Uit Algerije komen regelmatig geluiden dat de Berbers als groep worden onderdrukt, en zelfs vermoord. Dat zal toch niet komen omdat ze nog steeds “barbaren” worden genoemd?

Af en toe doen de Amazigh nog massaal pogingen om gehoord te worden, met grote demonstraties. Ook de laatste jaren nog. Maar hun geluid verdrinkt hier natuurlijk tussen alle andere nieuws. Een Egyptenaar in Cairo vertrouwde me ooit toe dat hij geen Arabier was, maar een “berber”. Een barbaar dus. Zoals hij het zei klonk het bijna als een geuzennaam.

Bronnen o.a.:

Terry Jones & Alan Ereira, Terry Jones' Barbarians, 2006
Bode Harenberg, Chronicle of the World, 1989 e.v.
Wikipedia

vrijdag 21 maart 2008

Barbaars


Mijn dochtertje wil graag weten wat piraten eigenlijk precies zijn. Ze heeft natuurlijk wel een idee met televisiehelden als “Piet Piraat”, maar hoe was het nu echt? Trots trek ik een boek van haar moeder uit de kast: “het beste boek over Piraten”, vol met plaatjes en feitjes. Het is speciaal gemaakt voor jonge volwassenen, dus dat slaat vast aan bij mijn vierjarige.

“Dat is een meisjespiraat!” roept ze verrukt als ze de voorkant ziet.
En inderdaad, het zou bijvoorbeeld Mary Reid kunnen zijn of mischien Anne Bonny. Dat waren inderdaad vrouwelijke piraten. En er waren er zo vast veel meer. Dochterlief is er wel mee in haar nopjes. Eindelijk een ander voorbeeld voor wat je kunt zijn dan alleen maar roze, dweperige sprookjesprinsessen.

Uiteindelijk zit ik meer in het boek te lezen dan zij. In de Middellandse zee bij Turkije namen Cilicische piraten ooit de latere Romeinse Keizer Julius Ceasar gevangen. Ze vroegen een gepeperd losgeld voor hem. De Cilicische piraten zouden nog meer dan tien jaar de Middelandse Zee beheersen, voor ze door de Romein Pompeius werden opgerold. Pompeius doodde er zo'n tienduizend, en nam er twintigduizend gevangen.

Zo, dat is nog eens een vette piratenbende! Dat is de hele vloot van een volk! Om de aantallen alleen al kun je het nauwelijks meer piraten noemen. Zouden die Romeinen eigenlijk een oorlog gevoerd hebben tegen de souvereine natie de Ciliciers, en het een “politionele actie” genoemd hebben? In diezelfde jaren bezet Pompeius ook even Syrie en Judea, die daar vlakbij liggen. Woonden daar soms ook piraten?

Er staat dat de Ciliciers de barbaarse gewoonte hadden om gevangenen met hun ruggen aan elkaar te binden en in zee te werpen. Dat is nu echt barbaars. Heel anders dan de gecultiveerde Romeinse gewoonte om hun gevangenen voor de leeuwen te werpen.

Waarom noemen we barbaars eigenlijk barbaars? Blijkbaar heeft het ook te maken met wie het doet. Als de buitenlander of de vijand het doet, dan is het barbaars. Als de binnenlander of de overwinnaar het doet is het gecultiveerd. Nou ja, gecultiveerd noemen we voor de leeuwen werpen nu ook niet echt meer. Maar als ik schrijf: “de Romeinen waren zo barbaars dat ze mensen voor de leeuwen wierpen”, dan klinkt dat toch als een ongewone uitspraak.

Dus misschien is “barbaars” nog steeds een propagandistisch woord, net zoals dat het ooit bij de Romeinen was. Zij gebruikten het namelijk voor iedere, met name vijandelijke buitenlander, en dan met een denigrerende bijklank. De Romeinen hadden het woord ooit overgenomen van de Grieken, die er waarschijnlijk een wat minder negatieve waarde aan hechtten, en eigenlijk alleen doelden op de onverstaanbaarheid van de buitenlander. Een beetje alsof ze alleen maar “barbarbarbar” konden zeggen in plaats van algemeen beschaafd Grieks spreken.

Tegenwoordig hebben met name Amerikaanse schrijvers het nog wel eens over “barbaren voor de poorten”. En dan bedoelen ze vaak een ander, vaak best hoog ontwikkeld volk dat dan toevallig even niet zo aardig wordt gevonden door de schrijver. Sowjet-Russen bijvoorbeeld, of moslims, of Chinezen. Als je het woord barbaar gebruikt vergeet je dan even dat het eigenlijk over mensen gaat. Mensen die ook een relatief rechtvaardige en hoogstaande cultuur kunnen hebben, al is die dan een beetje anders dan de onze. Handig woord: barbaar.

dinsdag 4 maart 2008

Wapen


Ik neem positie zoals ik dat geleerd heb. Met mijn rechterhand ontgrendel ik het mechanisme. Voorzichtig ga ik nog een keer na of ik alle voorzorgen heb genomen. Dan duw ik de hendel naar voren tot ik een klik hoor. Mijn handen leg ik losjes om de handgrepen heen. Ik heb een wapen.

Maar ik heb er ook een licentie voor. Ik heb lang lessen genomen met een ervaren instructeur, en af kunnen kijken bij veel andere ervaren vergunninghouders. En ik weet wat ik doe. Ik ga niet zomaar mensen doodmaken, ben je mal!

Tegenwoordig is het hebben van een wapen best controversieel. Dat komt door terrorisme enzo. En door scholieren die hun medeleerlingen neerschoten in vlagen van verstandsverbijstering. Laten we wapens en vergunningen maar gaan verbieden, gaan stemmen op. Ze zijn ook erg gevaarlijk. Wapens. Als ze gebruikt worden.

Maar gek genoeg wordt zelden aandacht besteed aan mijn type wapen. En dat terwijl er toch aanzienlijk meer slachtoffers mee gemaakt worden dan met het gemiddelde vuurwapen. Per jaar zijn er in Nederland alleen al tussen de achthonderd en de duizend dodelijke slachtoffers. Dat zijn er meer dan vier keer zoveel als bij vuurwapens en steekwapens samen. En toch wordt er lang zo moeilijk niet over gedaan. Mijn wapen is namelijk ook nodig als vervoer. Het is een auto.

Vaak stappen we in de auto zonder er bij stil te staan hoeveel kracht we in handen houden. We hebben de monsters immers goed onder controle. Nog even inhalen, dat kan best, precies er tussen door. En hoe hard je echt rijdt in een moderne auto is nauwelijks te horen of te voelen, zo stil zijn ze, en zo snel reageren de remmen. Niet zo snel als sommige bumperklevers schijnen te denken, maar wel snel.

Natuurlijk rijdt niet iedereen te hard, of gevaarlijk. De meesten rijden bijzonder netjes. Maar net als bij vuurwapens hoeft er maar eentje net te gevaarlijk te doen, en het kan dodelijk aflopen. En toch lees ik nergens dat race-spelletjes op de computer verboden zouden moeten worden omdat ze aanzetten tot gevaarlijk gedrag. Nergens lees ik dat rijbewijzen voortaan alleen aan echte professionals vergeven zouden mogen worden.

Zelfs in de VS, waar vuurwapens net zo vrij verkrijgbaar zijn als auto's is het aantal doden veroorzaakt in het verkeer twee keer zo hoog als bij de pistolen en geweren. In 2004 waren het er 44,000, of ongeveer 15 op de 100,000. Vuurwapens komen daar op 7,7 op de 100,000: ook veel te veel natuurlijk. Auto's maken ook veel meer slachtoffers dan terrorisme. Op Amerikaans grondgebied waren er in 2001 maar liefst 2,997 volgens het laatste dodencijfer van de aanslag op het WTC. Dat betekent op een bevolking van 300,000,000 bijna 1 per 100,000. En in de jaren er op was het aantal terrorismedoden in de VS practisch nul.

Toch lees ik veel meer over terrorisme dan over verkeersdoden. En in naam van het bestrijden van verkeersdoden gaf de VS geen honderden miljarden uit in de laatste jaren. In de naam van terrorismebestrijding wel.

Mijn wapen mag blijkbaar gewoon. Ik denk nog even aan mijn opa. Als hij ging rijden zat hij altijd even rustig achter het stuur en haalde diep adem voor hij weg reed.
“Waarom doe je dat toch” vroeg zijn vrouw, mijn oma.
“Ik bestuur een dodelijk werktuig” zei hij dan,
“en ik moet me concentreren en rustig zijn om dat goed te doen”.

Ik probeer net zo te rijden als mijn opa. Geconcentreerd en rustig laat ik de koppeling opkomen, en nog één keer controleer ik of de weg vrij is. Dan rijd ik weg.

bronnen o.a.:

Centraal Bureau voor de Statistiek
www.cbs.nl

National Center for Health Statistics
www.cdc.gov/nchs/fastats/acc-inj.htm

maandag 18 februari 2008

Koekenpan


Ik heb een nieuwe koekenpan gekocht, om pannenkoeken te bakken. Of eigenlijk om panne-koeken te bakken. Want ik vind het een beetje raar om meer dan één pan te benutten voor een enkele koek. Pannen-koek. Rare nieuwe spelling.

Onze oude koekenpan (mag het ook gewoon koekepan zijn?) is namelijk stuk. De stevige dikke bodem is nog heel, dat is het niet. Die kan nog jaren mee. En zelfs de anti-aanbaklaag doet het eigenlijk nog prima. Niet zo goed als in het begin misschien, maar er zijn ook geen grote hoeveelheden olie nodig om te voorkomen dat pan en gebakken ei een eeuwige verbintenis aan gaan. Neen, veel eenvoudiger: de steel is stuk.

De steel valt namelijk steeds van de pan af. Of eigenlijk: de pan valt met veel geraas van de steel af. En dat is niet alleen jammer van het eten. Het vergt ook de nodige behendigheid om tenen gespaard te laten. Zuinig van inborst en eigenwijs bovendien, heb ik al een aantal malen de steel gerepareerd.

De gebruikte schroef was namelijk een halve centimeter te kort. Dat zal wel flink in de prijs gescheeld hebben. Niet natuurlijk. Elke keer als de pan iets te warm werd schoot de schroef los. En pannen zijn er nu eenmaal om warm te worden. Dus, een nieuwe schroef er in, en de pan was weer een half jaar als nieuw.

Een half jaar, want gaandeweg wiebelde de steel zich bij elke verhitting zo los dat de schroefdraad van de pan het ook begaf. Nu draait de steel met gemak 180 graden. Dat bakt toch niet prettig.

Nu nam ik me voor om een duurdere, betere koekepan te halen. Vooral eentje waar de steel anders op gemonteerd is. Vast gelast, in één stuk gesmeed en met klinkbouten of anderszins voor eeuwig vastgenageld. Maar waar mijn vorige pan drie tientjes kost, kost eentje met een beter vergrendelde steel tien tientjes.

En dat verschil was me nu even te veel. Vertwijfeld zocht ik er dus maar naar eentje met een betere steel en dan zonder anti-aanbaklaag, maar wel met dikke bodem. Dat zou vast goedkoper zijn? Nee, vijftien tientjes. In de anti-aanbaklaag zit het prijsverschil dus niet. Integendeel.

Op de twijfelachtig bevestigde steel van de goedkope pan lees ik “Made in Italy”. De dure pannen komen natuurlijk uit Duitsland en de VS. Het is al net als met wasmachines. Iets verder op de steel staat “Nicht uberhitzen”. Het is een meertalige pan.

Maar hoe weet je nu of je een koekepan oververhit? Als het te laat is? In de bijgevoegde nederlandstalige handleiding staat het ook. “Kook nooit met oververhitting, verhit de pan nooit zonder inhoud.” De waarschuwingen zijn allemaal om de anti-aanbaklaag intakt te houden: ook niet krassen en schuren dus. Maar over de steel wordt niet gerept. En juist die steel heb ik leren kennen als zwakker punt bij deze zware koekepannen.

Dilemma. Om goed te bakken moet je juist de pan wel vooraf goed heet maken. Dan bakt het sowieso minder aan, en de pannekoeken worden mooier en lekkerder. Maar dan is er dus de kans dat je oververhit. Eigenlijk staat er dus een beetje: “niet gebruiken, want dan gaat ie stuk”.

Je kunt ook besluiten niet te leven, want daar kun je dood van gaan. Ik waag het er dus maar op.

Ondertussen vraag ik me af of de duurdere pan het langer zou uithouden. Om zijn prijs goed te maken zou hij minstens drie keer zo lang goed moeten blijven, want hij is ruim drie keer zo duur. De steel redt dat wel. Maar voor de anti-aanbaklaag weet ik het niet. Als je er mee kunt omgaan is de zware pan zonder laagje waarschijnlijk het meest duurzaam. Die koop je dus maar één keer. En dus kun je daar ook maar één keer je winst op maken. Misschien is hij daarom vijftien tientjes.

De goedkope pan gaat over een paar jaar wel weer stuk. Daar koop ik er vast nog wel meer dan vijf van in mijn leven. Tenzij hij natuurlijk een betere steel had gehad. Want dan bleef hij wel langer goed. In productiekosten zou dat misschien niet eens zoveel schelen. Ik zou er dan alleen vier pannen minder om kopen.

Treinstel


“Goedenavond!”
De alcoholdampen komen mij tegemoet. Maar het is duidelijk vriendelijk bedoeld.
Eerst dacht ik dat de conducteur er aan kwam, maar het zijn twee beschonken heren. Zij wensen iedereen in het treinstel een goede avond. Iedereen in de laatste trein naar huis op vrijdag.

Op de bankjes achter me vervolgen ze hun conversatie. Of ze elkaar echt kennen wordt me niet duidelijk. Maar ze wisselen hun hele levensloop uit. Zo te horen komen ze gewoon uit het volk. Eenvoudig, maar niet dom. Niet hoog opgeleid, maar wel goed opgevoed. En met een stevig accent, natuurlijk.

Op een gegeven moment vertelt de jongste van de twee hoe hij zijn huis ooit kocht voor zestigduizend gulden. En hoe hij het kort geleden verkocht voor twee-en-halve ton in euro's. Dan steek je samen met je partner toch elk een ton winst in je zak. Een ton euro's per persoon wel te verstaan. Ik klapper even met mijn oren.

Natuurlijk, die belachelijke stijging van de huizenprijzen was niet nieuw voor me. Het huis dat wij enkele jaren terug kochten was in dertig jaar twintig keer zo veel waard geworden. En de eigenaar had er echt niet zoveel aan gedaan om het te verbeteren. Huizen lijken wel het enige bezit dat meer waard wordt naarmate het aftakelt en gebruikt wordt. Oud land en oude huizen zijn duur.

Nee, dat verraste me niet. Wel dat zulke “gewone” mensen ook huizen kopen. En dat ze vervolgens de winst in hun zak steken. Natuurlijk doen ze dat. Maar een ton klinkt in mijn oren toch als veel geld. En veel geld associeer ik niet met volks.

“Verkopen moest wel” gaat hij verder, want ze gingen scheiden. Nu huurt hij een flatje, en dat vindt hij wel best. Wat wel rot was dat ze kinderen hadden. “Hoe bedoel je?” vraagt de ander “wilde je geen kinderen?”. Nee, dat was het niet. Natuurlijk zijn zijn dochters te gek. “Nee, scheiden en kinderen, dat is gewoon... gewoon klote.”

Gelukkig. Hij huurt. Dat ken ik wel van volks. Maar wat doet hij dan met de ton winst? Geen huis kopen in elk geval, want de andere huizen zijn natuurlijk ook in prijs mee gestegen. Dus zoveel winst is die ton dan ineens ook niet meer.

De oudere man vertelt hoe hij zijn huis van zijn ouders kocht. Hij werd voor gek versleten door zijn familie, want het was een bouwval. Maar vijftien jaar later was iedereen jaloers op hem toen hij het verkocht. Hij had er al die jaren in geklust natuurlijk, dus hij verdiende het wel, vond hij zelf. Ook hij had erg veel winst gemaakt. Hij had er een huisje in Frankrijk van gekocht.

Ja, zeker als je kunt klussen is een huisje in Frankrijk een leuke optie. Of naar Belgie verhuizen in een groter huis. Of een camper kopen en de wereld rond gaan rijden. Als je maar niet in dezelfde huizenmarkt blijft als het huis dat je verkoopt. Natuurlijk. Maar het blijft bizar, zo'n spaarpothuis.

De jongere man woont niet zo ver weg. Hij is in de buurt gebleven voor zijn kinderen. Dat is wel prima. En hij werkt ook nog gewoon en dan niet in een te moeilijke baan. Promotie heeft hij afgeslagen, want zo houdt hij meer tijd over voor zijn dochters. Voorlopig moet het maar even zo. Over een paar jaar gaat hij wel aan zichzelf denken.

We rijden het station van hun bestemming binnen. Het is bijna een uur 's nachts.
“Zullen we nog even de kroeg in duiken?” vraagt de oudere.
“Nee... ik moet morgen vroeg op.”
“Hoe vroeg dan?”
“Ach, negen uur ofzo. Mijn dochters komen langs.”

zondag 17 februari 2008

Drakentanden


Het is prachtig zonnig weer, bijna alsof het lente is in februari. We rijden in een klein roze autootje door de oostelijke Ardennen naar de Eifel. Ik ben met een paar vrienden op zoek naar drakentanden.

Die tanden moeten er zijn volgens mijn boekje. Het staat er echt. Op wat eens de grens tussen Belgie en Duitsland was moet het wemelen van de drakentanden. Ze liggen in kilometers lange rijen als getuigen van een ver verleden. Mijn vrienden geloven het niet.

Maar ze rijden wel met me mee.
“Hoe zien ze er dan uit?” vragen ze.
“Als drakentanden” zeg ik. Ze staren me aan in ongeloof.
Nou goed, als kleine piramides dan. Of als Toblerones. Maar dan van gewapend beton. Ze zijn ongeveer een meter hoog, en staan in blokken langs de grens. Het zijn anti-tank versperringen.

De Duitsers legden ze aan voor en tijdens de tweede wereldoorlog, om een eventuele vijand tegen te houden. De drakentanden werden afgewisseld door prikkeldraad en bunkers. Ze noemden het de Westwall. De geallieerden noemden het de Siegfried-linie. Van Nederlands Limburg tot Zwitserland lag een muur van verdedigingswerken die het hart van Duitsland moesten beschermen.

We doorkruisen meer dan eens de vroegere linies. We kijken links en we kijken rechts. Maar we zien niets. Niets behalve glooiende heuvels, groepjes en rijen bomen, kleine stukjes bos, boerderijen, dorpjes, weggetjes. Heb ik verkeerd gelezen? Nee. De kaart klopt echt. Zouden de drakentanden weg gehaald zijn? Zwaar gewapend beton haal je niet zomaar weg.

Mijn vrienden beginnen openlijk te twijfelen of ze er ooit wel geweest zijn, die drakentanden. Ze stellen dat die gevechten om de Siegfriedlinie misschien niet eens hebben plaatsgevonden. Het is natuurlijk scherts. “We ontkennen gewoon het gebeuren van de hele tweede wereldoorlog” lachen ze. Maar we zien nog steeds niets. Stel je voor dat ze gelijk zouden hebben met hun grap.

Volgens hetzelfde boekje moet er in dit gebied een enorme strijd gewoed hebben. Het geallieerde front liep hier in de herfst van 1944 helemaal vast. Engelse Maarschalk Montgomery had geprobeerd de brug bij Arnhem in te nemen om zo via een omweg Duitsland in te kunnen. Dat was jammerlijk mislukt. En nu was de beurt aan de Amerikanen. Die probeerden het in dit gebied. Duizenden soldaten wandelden tussen Aken en Luxemburg het bos in, om finaal afgeschoten en opgeblazen te worden. De Duitsers hadden niet alleen overal bunkers en drakentanden neergezet, maar ze hadden het ook volgepropt met mijnen. En ze kenden het gebied als hun broekzak, want ze hielden er vaak militaire oefeningen. Vijftigduizend Amerikanen sneuvelden of raakten zwaargewond binnen vier maanden. Dat zijn er ongeveer net zoveel als in de hele Vietnam oorlog. Vijftigduizend. En de meeste geschiedenisboeken noemen deze mislukte campagne niet eens.

Een bunker die een van ons zag blijkt een betonnen duiker te zijn. Geen bunker dus. Als er hier zoveel geknokt is, waarom zien we er dan niets meer van? Hebben ze overal zand er over gedaan, letterlijk? Wilden sommige mensen vergeten wat hier gebeurd was? Wilden sommigen het zo hard vergeten dat ze het uit de geschiedschrijving hebben geprobeerd te houden?

Of was het echt niet echt? Zijn die vijftigduizend Amerikaanse slachtoffers verzonnen? En de duizenden gesneuvelde Duitse soldaten en gedode burgers ook?

Ik kijk nog eens heel goed naar de routebeschrijving. We moeten ze in elk geval kunnen zien op de weg langs Losheimergraben en Losheim. We rijden er naar toe. Skeptisch.

Ten noorden van de weg liggen ze. Op vijftig meter afstand ongeveer. Eerst een verborgen klustertje. Dan nog een. En nog een. Dan zijn er eindeloze rijen verhuld tussen parallel geplante bomen. Drakentanden. Ze bestaan wel.

Verderop, niet ver van een parkeerplaats waar we al eerder hadden gestaan vinden we de Westwall-wandelroute. Op de heuvelrug van de Schnee-Eifel, bij Schwartze Mann is een van de wandelroutes specifiek langs de vele bunkers die er nog liggen. Als we er naar toe lopen zien we eigenlijk niets. Alleen een groen hek. Een groen hek, waarvoor eigenlijk? Het hek staat om een bunker heen. Het ingestorte dak ervan is meer dan een meter dik. We waren er zo voorbij gelopen. Zo onopvallend zijn die bunkers dus. Nu ze overgroeid zijn zeker. Een paar honderd meter verder is er weer eentje, ook met een hek er omheen. Zo gaat het nog kilometers door.

In het plaatsje Auw zien we de graven van bijna tweehonderd Duitse soldaten, allemaal gesneuveld tijdens hun tegenoffensief rond kerst 1944. In die tijd waren er in Auw misschien niet eens zoveel inwoners. En dat is de begraafplaats van een enkel dorpje.

Nog jaarlijks worden er in dit gebied rond een half miljoen stuks verdacht materiaal gevonden. Roestige, soms nog niet ontplofte bommen, granaten en mijnen. In Belgie zijn er zelfs ophaalpunten waar wekelijks gevaarlijke spullen worden opgepikt. Een soort chemokar, maar dan anders. Het ligt nog vol. En dat is van meer dan zestig jaar geleden. Gewoon in de Ardennen.

Bronnen o.a.:

The battle for the German frontier, 2000, Charles Whiting
A dark and bloody ground, the Hurtgen forest and the Roer river dams 1944-1945, 1995, Edward G. Miller

woensdag 6 februari 2008

Rijk


Het regent buiten. Harde, koude regen hamert op het pannendak. Ik ben lekker binnen. Ik voel me rijk.

Dan bedoel ik niet in financiele zin rijk. Hoewel dat natuurlijk ook belangrijk is, want er zijn net wat betalingen binnen, dus de accute geldnood is even over. Die financiele adem is ook heel fijn. Dat geeft vooral tijd om te genieten, en tijd is een nog veel belangrijker goed.

Als ik om me heen kijk zie een grote zolder, vol met spulletjes die ik leuk vind. Bijna te vol. Het is een overvloed. Beneden is een bibliotheek met honderden boeken, vol met kennis: heerlijk! Een keuken vol met fijn eten, een groot simpel fornuis, een ruim aanrecht. Zelfs als het niet opgeruimd is, is er ruimte om meer eten of servies neer te zetten. Binnen zekere grenzen dan.

Onze kleuter- en peuter-dochter hebben samen al meer speelgoed, spulletjes, roze kleertjes, knuffels, boeken en speelfilms dan ik in de eerste tien of vijftien jaar van mijn leven. Zo voelt het in elk geval, maar dat kan ook komen omdat ze het zo snel en efficient door het hele huis weten te verspreiden.

Bizarre overvloed. Een eettafel om vrienden aan te ontvangen, met plaats voor een dozijn als het moet. Vrienden die ook werkelijk langskomen om te genieten van de goddelijke maaltijden die mijn vrouw (mijn vrouw?) bijna elke zaterdag kookt.

En ons bed: groot en comfortabel. Wat slaapt dat fijn, zelfs als onze slaap vaak wordt onderbroken door onze geweldige maar soms wat slapeloze dochters. Een goed matras doet wonderen, vooral dat dure maar duurzame dekmatras. En dan nog wakker worden naast iemand die je leuk vindt ook!

Te mooi? Ik geniet in elk geval. Waar ik het meest van geniet is misschien nog wel de ruimte. Ruimte en de rust om daar van te kunnen genieten. We hebben bij elkaar een tuin van 150 vierkante meter, en een woonruimte van 120 vierkante meter. Een beetje Amerikaan lacht me natuurlijk uit, althans als hij buiten de stad woont. Dan is zijn tuin minstens honderd meter diep en dertig breed, en dat is dan klein. Maar voor onze dichtbevolkte randstad is het groot.

Zeker voor iemand die jaren lang op 26 vierkante meter woonde, zonder buitenruimte. Hartje Amsterdam, dat wel. Vaart der volkeren enzo. Maar ruimte is toch wel erg fijn. Heel erg fijn. Want ruimte hebben we in Nederland niet.

Reken maar na. Nederland bestaat 41,528 vierkante kilometer. Als je het water niet meerekent blijft er 35,054 vierkante kilometer over. En daar moeten dan wegen af, bedrijven, natuurgebieden. Wegen nemen zo'n 2% van het geheel, en de rest? Laten we zeggen dat het de helft is die we overhouden om te kunnen verdelen.

Dan blijft er dus zo'n 17,000 vierkante kilometer over voor zeventien miljoen mensen. Een vierkante kilometer is duizend maal duizend vierkante meter, dus dan is er voor elk van ons als we eerlijk delen: 17,000,000,000,000 gedeeld door 17,000,000,000. Dat is dan maar 1,000 vierkante meter per persoon. He?!?

Duizend vierkante meter? En dan reken ik bouwen in de hoogte nog niet eens mee. Duizend vierkante meter per persoon, dat is vierduizend vierkante meter voor een gezin van vier! Dat is bijna een halve hectare. We zitten nu op een twintigste daarvan, en dat voelt al als bizar rijk.

Reken ik verkeerd? Hmm. Nee. Waar gaat al die ruimte dan heen? Braakliggend terrein rondom Almere? Lege ruimte in de achterhoek? Vliegvelden? Sportvelden? Ik had de helft van ons areaal al gereserveerd voor dat soort zaken. Naar de kippen, varkens en koeien gaat het in elk geval niet, want die hebben vaak nog minder ruimte per individu dan wij. Dus waar is die ruimte?

Stel je voor dat we zouden ontdekken waar al die ruimte is gebleven! Dan zouden we het eerlijk kunnen verdelen. Dan waren we nog rijker!

maandag 4 februari 2008

Detox


Het is roze en het staart me aan. Dit keer is het niet mijn oudste dochtertje, wiens eerste volzin was “papa, ik vind roze mooi”. Het is een knalroze bericht. “Heel Nederland is aan het Detoxen”. Dat moet nu net mij overkomen. Heel Nederland is aan het Detoxen, en ik heb het gemist.

Het zal wel komen omdat ik niet genoeg televisie heb gekeken. Dan weet je niet meer wat er gebeurt. BN-ers schijnen ook mee te doen. Dat moeten ze dan wel allemaal zijn, want bekende Nederlanders horen natuurlijk ook bij heel Nederland. Ze houden zelfs een weblog bij, een electronisch dagboek op het internet. En ze zijn al begonnen! Zonder mij!

Hoe weten ze nu dat heel Nederland aan het Detoxen is? Zouden ze een steekproef hebben genomen? Of een volks-telling? Mij en mijn huisgenoten is niets gevraagd. En mijn buren, vrienden en kennissen voor zover ik weet ook niet. Misschien bedoelen ze wel bijna heel Nederland. Ja, dat zou kunnen. Bijna. Iedereen behalve de mensen die ik ken.

Dat gebeurt me op zich wel vaker. Toen er gestemd moest gaan worden voor of tegen een Europese Grondwet was dat ook zo. Nog voordat iemand mij kon vertellen wat die Europese Grondwet dan in zou houden, of uberhaupt dat er voor gestemd moest gaan worden, kon ik al in de krant lezen wat bijna iedereen er van dacht. Iedereen was tegen namelijk. Bijna iedereen dan, bedoel ik. De knappe opinieonderzoekers hadden al geconstateerd dat iedereen tegen zou stemmen, nog voor er ergens uitgelegd was waarop zij dan zouden stemmen, of zelfs dat zij zouden stemmen.

Ik heb toen vast de uitleg in een voorgaande krant gemist, denk ik dan maar. Die uitleg hebben alle andere mensen vast al gelezen. Iedereen behalve de mensen die ik ken.

Wat is Detoxen eigenlijk? Water drinken, lees ik. Anderhalf liter bronwater per dag, en dan wel van een specifiek merk uit de Franse Alpen. Als ik dat zes weken doe, is al het water in mijn lijf vervangen en ben ik ge-detoxed. Dan bestaat mijn lijf voor meer dan 70% uit zuiver bronwater. En dat is heel gezond voor me geloof ik.

En ik maar denken dat “detox” staat voor ontgiften. En dat je kunt ontgiften met gezonde biologisch dynamisch gekweekte groenten, noten en fruit en natuurlijk met water. Geen chemische troep eten enzo. Maar je moet dus bronwater drinken, staat hier. En dan wel van een bepaald merk uit de Franse Alpen. Of zou Utrechts leidingwater ook werken? Dat komt uit dezelfde bron als verschillende gebottelde bronwaters. Ja echt! Het is net aan de andere kant van de snelweg, maar het is dezelfde waterlaag, ruim tweehonderd meter diep. En het kost maar een fractie van een cent per liter, want het wordt geleverd tegen kostprijs.

Oh, wacht even. Het is een advertentie! Als inderdaad heel Nederland anderhalve liter bronwater per dag drinkt, zes weken lang dan levert dat aardig wat omzet op. Stel dat een fles een euro kost in de winkel, dan is dat toch al zes maal zeven dagen maal zestien miljoen euro. Zelfs als je er van uitgaat dat kinderen wat minder drinken is dat meer dan een half miljard! Dat is nog eens lucratief detoxen!

Ik begin te vermoeden dat de schrijvers van de campagne vooral graag zouden willen dat heel Nederland mee doet. Of in elk geval zou het mooi zijn als hun opdrachtgever (de Franse bronwater-bottelaar) gelooft dat heeeel Nederland hun water zal drinken. De wens is de vader van de opiniepeiling.

Misschien was het met het referendum voor de Europese grondwet al niet heel anders. Informatie over de grondwet kwam pas na de berichten dat er massaal “nee” gestemd zou worden. En zelfs als ik niet goed had opgelet kwam de echt begrijpelijke informatie pas heel laat, en ver na de slecht leesbare informatie die werd verspreid vanuit de overheid. Dus ik vraag me af hoe weloverwogen de keus van de meeste stemmers heeft kunnen zijn. Als ik het vrienden vraag die tegen stemden, verklaarden ze het meestal met “ik ben gewoon tegen”.

Nederland stemde toen overigens met 61% “massaal” tegen. Op een ja-nee vraag is dat eigenlijk een krappe meerderheid (50% is de helft!). In Frankrijk werd volgens de media kort daarvoor ook “massaal” nee gestemd, en hier was de meerderheid nog krapper met 55%. En een paar maanden daarvoor had Spanje met 77% juist voor gestemd, net als Litouwen dat ook voor was.

Een stem tegen werd hier in Nederland vaak gezien als een stem tegen Balkenende. We konden welliswaar niet stemmen voor een nieuw kabinet, maar we konden tenminste ergens op stemmen. Het leek dat Balkenende voor de Europese grondwet was, dus Nederland stemde “massaal” tegen om hem te stangen. Helaas hadden zij vast niet gelezen dat de nieuwe grondwet voorzag in het recht op goed, deugdelijk en rechtvaardig bestuur voor elk deelnemend land. Dus op basis van een aangenomen Europese grondwet waren ze Balkenende misschien wel eerder kwijt geweest.

Ik vraag me even af of Balkenende eigenlijk wel voor de Europese grondwet was. Misschien zou hij nog meer bemoeienis vanuit Brussel wel helemaal niet zo op prijs hebben gesteld. En misschien de mensen die hem steunden in de regering en in de media ook niet. Voor er gestemd was kopten kranten al kreten als “Nederland zegt Nee”. Zou ook daar de wens de vader van de opiniepeiling zijn geweest?

Het roze staart me nog steeds aan. “Heel Nederland is aan het detoxen”. “Heel Nederland?” denk ik, “Nee. Een kleine minderheid van 99% van de bevolking biedt dapper weerstand. Zij weten nog van niets. En met een beetje geluk zien ze deze roze boodschap nooit.”


bronnen o.a.:

Keuringsdienst van Waarde, 2003, aflevering Water
www.parlement.com

zaterdag 2 februari 2008

Raket


Hoera! Er is weer een terrorist dood. Dit keer is het Abu Laith al'Libi, tweede man van Osama bin Laden. Of was dat iemand anders? Nou ja, als de vorige tweede man al opgepakt of doodgeschoten is, dan is er natuurlijk een volgende tweede man. Dus er kunnen heel wat tweede mannen neergeschoten en opgepakt worden. Er staat een fotootje bij van een man met een baard en een doek om zijn hoofd. Daaraan herken je ze natuurlijk, die terroristen, want zonder deze kenmerken had hij er zeer westers uit gezien.

Hoe hebben ze hem eigenlijk te pakken gekregen? Dat was vast een staaltje stoer spionagewerk en stevige James Bond actie. Nee. Toch niet. Het was een raket. Een raket? Dat klinkt toch een tikje overdreven. Dan was het vast een heel gevaarlijke terrorist.

En het is ook niet de eerste, want terroristen worden tegenwoordig wel vaker met raketten uit hun grot of andere geimproviseerde schuilplaats geschoten. Waren er vorig jaar niet nog Nederlandse militairen betrokken bij een vuurgevecht waarbij enkele terroristen toen met een door een helicopter afgevuurde raket werden uitgeschakeld? Of waren dat drugsdealers? En ook in Iraq en Libanon worden er regelmatig gevaarlijke personen geraakt door die raketten. Het gebeurt al bijna elke dag. Een beetje terrorist schiet je neer met een raket. Op afstand. Het is ongetwijfeld een bijzonder effectieve manier om iemand naar de andere wereld te blazen. Je kunt ook weg hollen wat je wil, zo'n raket achterhaalt je toch wel. Die gaan zo snel, daar is geen ontsnappen aan.

Maar hoe weet je dan eigenlijk achteraf wie je geraakt hebt? Een beetje explosieve raket laat natuurlijk weinig van zijn slachtoffer over. Laat staan van diens paspoort. Dat wordt dan puzzelen. En hoe weet je zeker dat je niet de verkeerde raakt? Voor hetzelfde geld raak je andere burgers, al dan niet onschuldig. Ik begin me een beetje zorgen te maken. Stel je voor dat in een Duitse krant in 1945 had gestaan: “Tweede man van Churchill uitgeschakeld met V1 Raket”. “Jammer genoeg waren er ook wat onschuldige Londenaren geraakt, want de ontploffing was wat groot. Maar ja, so ist das Leben.”

Collateral damage noemen ze dat in militair jargon: bijkomende schade. En dat is nu eenmaal moeilijk te voorkomen, zeker met ontploffende raketten. Ik probeer mezelf gerust te stellen dat dat tegenwoordig wel anders is. Tegenwoordig hebben we precisie bombardementen, en intelligente raketten. Onnodige schade wordt zoveel mogelijk beperkt, toch? Maar misschien ook wel niet. Het is maar enkele weken geleden dat Nederlandse militairen in Uruzgan op elkaar bleken te schieten, in plaats van op de vijand. En nu was het pikkedonker en werd er van alle kanten geschoten, dus ik snap het wel, maar toch. Burgers en eigen troepen expliciet niet raken is gewoon moeilijk. Met een geweer al. Of je moet helemaal niet schieten.

Wat voor raket werd eigenlijk gebruikt op die tweede, derde of vijfde man van Osama? Volgens het persbericht werd de raket afgevuurd door een “drone”, een robotvliegtuig. Dat moet dan waarschijnlijk een Predator geweest zijn, een “Roofdier” dus. Predators zijn op afstand bestuurde vliegtuigjes zonder piloot of inzittenden. De piloot is er natuurlijk wel, maar die zit dan achter de afstandsbediening te kijken naar een televisiescherm. Die speelt dan als het ware een computerspel.

Predators worden over het algemeen uitgerust met “Hellfire” raketten. Hellevuur, dat klinkt heel heftig. Zoiets wens je hooguit je vijanden toe. Het staat ook voor HELicopter Launched FIRE-and-forget missile (raket die je vanaf een helicopter wegschiet en die dan zelf verder zijn doel zoekt). Iemand zal flink op die naam gepuzzeld hebben. Hellevuur raketten zijn een meter drieenzestig lang, rechtop komen ze tot aan de schouder van een volwassen man. Ze hebben kleine vleugeltjes, en zijn ongeveer achttien centimeter dik. Het gewicht is vijftig kilo, zo licht als een te mager fotomodel. Met een trosje hangen ze onder de helicopter of Predator. Ze vliegen sneller dan het geluid, en kunnen worden voorzien van allerlei soorten explosief tuig.

De Hellfire was al in de jaren zeventig ontwikkeld om tanks kapot te schieten, maar dat werkte na verloop van tijd niet meer. Daarom werd hij in de jaren negentig verbeterd met allerlei laser- en radar-systemen om beter de nieuwe vijanden te kunnen raken: terroristen dus. Hij werd ook wat duurder. Het instapmodel kost nu rond de 60,000 dollar, en de echt slimme raketten doen zo'n 150,000 dollar per stuk. Wat, minstens 60,000 dollar? Dat is best prijzig om een beetje terrorist neer te schieten. Hallo! Het radiografisch bestuurbare vliegtuigje, de Predator, kost overigens vier-en-half miljoen dollar. En dan hebben we het arbeidsloon van de piloot nog niet gerekend.

Maar je krijgt dan ook echt waar voor je geld. De loods waarin al'Libi zat, op enkele kilometers van een Pakistani luchtmachtbasis, was helemaal aan flarden geschoten. Volgens ooggetuigen was er geen overlevende meer te bekennen. Al'Libi moet dus wel dood zijn. Dat zegt de informant. Tja.

En toch, 60,000 dollar plus arbeidsloon, plus overhead, plus vliegtuigje. En daarbij neem ik dan nog aan dat ze in een keer raak schoten, want als je een keer mis schiet is de prijs alweer 60,000 hoger. Was het niet goedkoper geweest om de man op te pakken en te berechten in een eerlijk proces? De agenten hadden vanaf de luchtmachtbasis kunnen lopen om hem op te halen.

Wie strijkt die 60,000 dollar per raket eigenlijk op? Hellfires worden gemaakt door Lockheed. Diezelfde Lockheed die onze Prins Bernhard ooit in verlegenheid bracht. Die Lockheed. Inmiddels zijn ze gefuseerd, en heten ze Lockheed Martin. Wereldwijd werken er zo'n 140,000 mensen voor de vliegtuigen- en raketten-bouwer. En rond 95% van hun inkomsten komen uit militaire aankopen. Ze zijn dan ook de grootste aannemer van het Amerikaanse ministerie van defensie. Lockheed heeft in elke staat van de VS wel een fabriekje staan waar onderdelen worden gemaakt. Dat is erg handig. Zo kun je eventueel je plaatselijke congreslid er van overtuigen dat ze voor een prijzig defensie-contract moeten stemmen: dat levert namelijk werkgelegenheid op. En werkgelegenheid levert weer stemmers op voor het congreslid.

Misschien ging dat wat snel, maar als ik het goed begrijp is die dure Hellfire raket dus ook nog goed voor de werkgelegenheid. Hmmm. Dat maakt het wel lastig. Hoeveel banen zou zo een raket opleveren? En als je ze niet afschiet worden ze natuurlijk ook niet meer verkocht. Misschien is het dan nog niet eens zo erg om er mee op terroristen te schieten. Dan draait die rare Amerikaanse economie tenminste door.

En toch knaagt het. Stel nu dat je helemaal geen terrorist geraakt hebt, maar iemand anders? Of wel de terrorist en ook iemand anders die niets gedaan heeft? Of wat als je wel de terrorist hebt geraakt, maar dat bij een eerlijk proces gebleken zou zijn dat het alleen om een kleine drugscrimineel ging, of om een bona fide vrijheidstrijder? Als zo'n raket eenmaal ontploft is blijft er weinig over van de mensen die je raakt. Je zult het dan nooit weten.

Hellfires zijn erg populair. Ze worden onder andere ingezet in Iraq, Afghanistan, Pakistan, Panama, en rond Israel, en meestal door de Amerikanen en hun bondgenoten, of door de Israeli's. Het meest notoire slachtoffer van een Hellfire raket was Ahmed Yassin, medestichter van de palestijnse vrijheidspartij Hamas. Hij werd in maart 2004 gedood toen hij een moskee uit kwam. Een Israelische helicopter schoot drie Hellfires af. Yassin had geen schijn van kans, want hij zat in een rolstoel, en dan leg je het zeker af tegen een supersonische raket. Er waren tien doden, inclusief Yassin, en vijftien gewonden.

Ja. Misschien levert zo'n raket wel veel werkgelegenheid op. Misschien worden er ook echte misdadigers mee neergeschoten. Maar erg stoer vind ik het niet.


Bronnen, o.a:

en.wikipedia.org/wiki/AGM-114_Hellfire
en.wikipedia.org/wiki/MQ-1_Predator
en.wikipedia.org/wiki/Ahmed_Yassin
www.nationaldefensemagazine.org/issues/2003/May/Army-Navy.htm
Why we fight, 2005, Eugene Jarecki
http://shock.military.com/Shock/videos.do?displayContent=200139&ESRC=dod.nl

foto: Wikipedia, door Looper5920

dinsdag 29 januari 2008

Beeldenstorm


Naast de foto staat in nette zwarte drukletters wat er gebeurt. Een woedende menigte gooit stenen naar het pand van “De Waarheid”, de aan de CPN gelieerde krant, nadat Sowjet troepen Tsjechoslowakije zijn binnengerold. Het is het jaar 1956, en het is op een van de Amsterdamse grachten. De Communistische Partij Nederland had voor zover ik me herinner in die tijd inderdaad nog niet duidelijk afstand gedaan van het toch nog wel Stalinistische Rusland. Dus enige irritatie over machtspolitiek, zoals de VS en USSR decennia lang zouden bedrijven kan ik me wel voorstellen.
Woedende menigte. Natuurlijk, dat gebeurt toch dagelijks als je zo de krant leest?

Maar wacht eens even. Als ik echt naar de foto kijk, zie ik vooral lachende studenten. Nette jasjes. Studenten Corps? En de meesten onder hen gooien niet eens, maar staan alleen te kijken wat er gebeurt. Voor een woedende menigte ziet het er wel een beetje mak, eigenlijk zelfs vrolijk uit. Toch geen woedende menigte? Studentenopstootje. Als dat naast de foto had gestaan had het heel anders geklonken. Typisch.

Hoeveel mensen maken eigenlijk een woedende menigte? En wat is woedend? Bij menigte stel ik me toch een veel grotere groep voor dan wat ik op de foto zie. Ik betrap mezelf er op dat ik bij menigte ook al snel denk aan meerderheid. Maar hopelijk is dat een vergissing die alleen ik maak. Als het gedrag van “de menigte” wordt gedoogd (door politie of door staat) dan zal het wel om een mening van “de meerderheid” gaan, toch? En wie ben ik dan als eenling om daar iets anders van te vinden? Als een menigte een zo heftige mening heeft, dan zal het wel waar zijn, toch?

Ik hoop maar dat ik alleen zo makkelijk denk. Andere mensen zijn vast slimmer. Stel je voor, anders zou een groepje waarschijnlijk toch al conservatief georienteerde studenten zomaar geschiedenis kunnen schrijven als “stem van het volk”. Dat zou toch wel erg zijn.

Maar ja. Op deze foto staan toch echt die studenten, en het bijschrift ziet er erg gedrukt uit. Iemand anders heeft het ook voor waarheid aangenomen, of in elk geval opgeschreven: “woedende menigte”. Ja ja.

De foto staat in een serie tijdschriften over de geschiedenis van Amsterdam (“De Dag van Amsterdam”). Al lezend raak ik steeds meer in de sferen van de gouden eeuw en de tachtigjarige oorlog en de aanloop daarvan. Hoe ging dat eigenlijk? Wat een spannende tijden moeten dat ook zijn geweest, met al die konkelende handelsfamilies. Eigenlijk is het net een soort soap. En dan die reformatie, met het protestantse verzet tegen de Spaanse onderdrukker. Hoe zat dat ook alweer? Ik surf het internet op en pak er andere boeken bij om een en ander uit te vinden.

Beeldenstorm. Daar begon de ellende mee. Waarom werden al die menigten toen eigenlijk zo woedend dat ze hele kerken begonnen te slopen? Dat waren nog eens woedende menigtes. Toen had je ze nog echt. Toen hadden mensen duidelijk een mening. Of wacht eens even...

De beeldenstorm begon in 1566 bij Steenvoorde toen hoedenmaker Sebastiaan Matte een inspirerende preek hield, en daarop twintig van zijn toehoorders het Klooster van Sint Laurens gingen slopen. Twintig. Dat klinkt ook niet echt als een woedende menigte. Maar goed. De beeldenstorm breidt zich uit, en collega preker Jacob de Buyzere pakt met wat anderen het volgende klooster aan. En zo gaat vanaf 10 augustus 1566 een groep rondtrekkende slopers heel huidig Frans Vlaanderen rond. En ze slopen niet alleen de beelden, maar ze nemen en passant ook de kerkschatten mee.

Hee, kerkschatten mee nemen? Dat klinkt mij al iets meer als plunderaars in de oren. Ik begin Alva een beetje te begrijpen. Stelletje schorem. Nu was er het jaar tevoren een hele slechte oogst geweest, en bovendien was er gespeculeerd met de graanprijs, dus er was wel honger in het vooruitzicht en reden tot ontevredenheid. En natuurlijk was er dan dat kleine geschil of je wel of niet andersdenkend mocht zijn – Margaretha van Parma vond dat je gewoon katholiek moest blijven, en de opkomende protestanten vonden van niet.

Mijn geschiedenisleraar was wel meer vergeten te vertellen. Sebastiaan Matte, de predikant en hoedemaker met zijn slopende toehoorders, was namelijk net terug uit Engeland. En hij had tweeduizend gewapende mannen mee genomen. Jawel, tweeduizend. Gewapende mannen. Dat klinkt mij al meer in de oren als een leger. Een week voor het begin van zijn beeldenstorm had hij nog geprobeerd de stad Veurne in te nemen, maar dat was niet gelukt. Eigenlijk klinkt dat nog meer als een leger. En diezelfde groep trok vervolgens, georganiseerd en wel allerlei plaatsen in Vlaanderen rond om daar verder te slopen en te plunderen. Georganiseerd als een geoefend leger, lijkt het wel.

Dat klopt waarschijnlijk, want enkele maanden tevoren maken verschillende Katholieke veldheren zich al ernstig zorgen. Alle hagepreken worden al geescorteerd door gewapend gezelschap, en vinden meestal plaats juist buiten de stadspoorten. Zijn die gewapende escortes er om de toehoorders te beschermen, of om de stadhouders te intimideren? Bij Doornik blijkt een groep protestantse “gelovigen” van 1200 a 1400 man uitstekend in staat met militaire discipline rond te paraderen. De Spanjaard Castillo schat de in de Nederlanden aanwezige vijandig gezinde militaire troepenmacht op een gegeven moment rond de 40,000. ‘De godsdienst is slechts een masker. Niet de godsdienst, doch iets anders en niet minder gevaarlijks schenkt ons deze tragedie!’ roept een ander. Hmmm. Een militair uitgevoerde revolutie? Op zich is dat natuurlijk niet zo vreemd.

Sebastiaan Matte was naar Engeland gevlucht, en leefde daar in ballingschap tot hij zijn kans schoon zag. Hij keerde terug in 1566 en had in juni al minstens 300 troepen bij zich. Tegen augustus had hij er al 2000. Hoeveel zou hij er mee genomen hebben uit Engeland? Zo'n overtocht kost natuurlijk niet niets. Tweeduizend soldaten trouwens ook niet. En die soldaten kun je ongetwijfeld betalen uit geplunderde kerkschatten, maar je zult ook moeten voorschieten. Waar haalde hij dat geld vandaan? Zou het hoedenmaken hem geen windeieren hebben gelegd?

En hoe zit dat trouwens met die 40,000 man die Castillo rapporteert? Die moeten hun soldij ook van iemand krijgen. En dat is dan iemand die meer geld heeft dan de Spanjaarden op dat moment, want hun schatkist schijnt leeg te zijn (of die van de aan hen gelieerde Hertog van Aerschot dan, in elk geval). Aan het einde van veel (protestantse!) hagepreken worden aalmoezen ingezameld en direct verdeeld onder de armen. Ja, zo wordt je aanhang natuurlijk wel groter. Waar komt dat geld vandaan?

Ik weet het nog niet. Maar Engeland wordt op dat moment bestierd door de onstuimige roodharige Elizabeth. Zij is soort van protestants, en zij heeft een vette hekel aan de Spanjaarden. Dat moet ook wel, want de Spanjaarden zijn de grootste concurrenten van de Engelsen op dat moment. Van een openlijke oorlog komt het voorlopig niet. Maar Elizabeth steunt de Nederlandsche opstandelingen wel. In 1585 krijgt zij zo Den Briel als onderpand voor de 5000 soldaten die zij betaalt voor de opstand. Zou Engeland misschien al veel eerder een slinkse rol in “onze” tachtigjarige opstand hebben gehad?

Elizabeth had in die tijd een gewiekste raadgever die vaak “spymaster” wordt genoemd. Spionnenmeester Sir Francis Walsingham. Hij had lang gewoond in Frankrijk en Zwitserland en had uitstekende Protestantse contacten. Hij smokkelde als een spin in het web veel Hugenoten uit Parijs tijdens de Bartholomeusnacht en voorkwam zo dat zij werden vermoord. En hij redde Elizabeth tot twee keer toe van samenzweerders die haar wilden vermoorden en van de troon stoten. Als Elizabeth al niet zelf de Spanjaarden een hak had willen zetten, was deze man er vast toe in staat om de “spontane” revolutie in de Nederlanden alvast een beetje te helpen. Al dan niet in haar naam. Zou hij dat gedaan hebben? Zou hij Sebastiaan Matte persoonlijk gekend hebben?

En naast de Engelsen waren er natuurlijk tal van Duitse vorsten die graag de Spaans- Habsburgse macht een kopje kleiner zouden zien. Willem van Oranje kon niet voor niets voor de Nederlandsche kar worden gespannen. Misschien hadden zijn collegae er ook nog wel wat geld voor over.

Ik denk weer eens na over mijn geschiedenisles. Op een gegeven moment was het volk het zat met de katholieke kerk, en toen begonnen ze allemaal als gekken beelden in de kerken te slopen. Dat is heel jammer, want nu hebben we minder mooie kerken over. Zo herinner ik me ongeveer wat er verteld werd. Ik moet vast niet opgelet hebben.

Sebastiaan Matte had een rondtrekkend leger dus. Niets woedende menigte. Preek? Nee, moed inspreken en commandos uitvaardigen. Wanordelijk beelden bestormen? Nee hoor, ordelijk slopen en kerkschatten verzamelen. Steun van de bevolking? Misschien. Ook waarschijnlijk is dat die best wat aalmoezen wilden vangen, met al dat tekort aan graan. En... zou jij tegenstand bieden als er honderden gewapende lui de kerk komen slopen maar jou in eerste instantie met rust laten?

Boven de rivieren was de “beeldenstorm” (warempel, zelfs de naam is al tendentieus!) ook een stuk rustiger. En als er al beelden werden gesloopt, gebeurde dat opnieuw vaak ordelijk en onder toeziend oog van plaatselijke edelen. Sommige kooplui huurden ook letterlijk “stormers” in. Ja, dat waren nog eens woedende menigten. Bijna net zoals nu.


Bronnen o.a.:

Hans Cools, Universiteit Leiden, De Beeldenstorm in de Lage Landen
http://dutchrevolt.leidenuniv.nl/Nederlands/default.htm

Erich Kuttner, Het hongerjaar 1566
http://www.dbnl.org/tekst/kutt001hong01_01/kutt001hong01_01_0005.htm

woensdag 16 januari 2008

Wasmachine


Wasmachine stuk. Te zwaar beladen. Twee dekens. Een deken te veel. Da's nou jammer. Krak. Er komt zelfs rook uit.

Nu maakt de wasmachine niet alleen meer geluid alsof hij gaat opstijgen, maar eerder alsof hij gaat neerstorten. Zelf ben ik niet te beroerd om de schroevendraaier te pakken, dus ik maak het gevaarte open. Helaas. Binnenin is het toch ingewikkelder dan ik hoopte. Misschien zijn de kogellagers stuk. De trommel zit wel erg los in de kuip. Vandaar al dat lawaai. Hij rammelt rond in plaats van dat hij rond draait. Ik kijk nog eens goed en laat hem opengeschroefd proefdraaien. Conclusie: dat wat stuk is, daar kan ik toch niet zo makkelijk bij.

Nu loopt er ook een kleine dame rond in ons huis, als ik wasmachine uit elkaar schroef. Dus ik kan kiezen. Ik kan oppas voor haar regelen en zelf gaan beunen. Dan een nieuw onderdeel halen, weer oppas regelen en uiteindelijk hopen dat ik het goed heb gedaan. Dat kost best veel tijd, geld en moeite. Optie twee is een man laten voorrijden, en die het werk voor me laten doen. Dat kost waarschijnlijk nog een stoot meer geld, maar veel minder tijd.

Alleen, hoeveel geld? De wasmachine is bijna zeven jaar oud, en van een degelijk maar verguisd Italiaans merk. De garantie is voorbij, de geprojecteerde levensduur nog niet. Want dat was tien jaar. Maar nu is ie dus wel stuk. Dus dat wordt gewoon voorrijkosten, arbeidsloon, onderdelen, kopje koffie en btw betalen. De voorrijkosten zijn gemiddeld rond de zeventig euro, dus dat wordt bij elkaar vast zo drie keer zoveel: ruim 200 euro. Als het niet meer is. En alleen even laten kijken is dus ook niet goedkoop, want voorrijden moet dan toch.

In ons plaatselijk suffertje staat een aanbieding: gloednieuwe wasmachine 249 euro. De keus is snel gemaakt. Dat wordt dus een nieuwe.

Natuurlijk wordt dat wel duurder. Want die goedkope machine is maar goed voor een wasje per week. En je moet dan minstens een Duitser kopen, en niet een Italiaan, want die zijn minder betrouwbaar. Mindere onderdelen he? Iedereen weet dat. Een vermomde Amerikaan of een Koreaan is ook goed, zolang ik maar meer uitgeef. En dan komen er nog bezorgkosten, verwijderingsbijdrage en toch erg aan te raden extra garantie bij. De 249 euro zijn plots meer dan twee keer zoveel geworden.

Maar toch, als ik voet bij stuk houd en me niet alles laat aan praten, heb ik voor ongeveer twee keer de geschatte reparatiekosten een gloednieuw apparaat. Niets versleten. Het laatste model. Alles nieuw. Niet een enkel onderdeel nieuw, maar elk onderdeel nieuw. Het is al helemaal in elkaar gezet, dus de arbeidsloon is helemaal gedekt. En het wordt ook helemaal naar mijn deur voorgereden. Kopje koffie mag ik zelf opdrinken. En de oude wasmachine wordt nog verwijderd ook, gratis.

Erg fijn, maar ook totaal bizar. Het gaat erg tegen mijn tweede-generatie gereformeerde spaarzin in. Het idee dat je iets weg gooit dat eigenlijk niet totaal versleten is, maar alleen een beetje stuk. Aan de andere kant zegt diezelfde spaarzin dat je dus veel beter materieel kan verspillen omdat je dan financieel en qua gemak voordeliger uit bent.

Hoe komt dat nu? Het antwoord ligt waarschijnlijk in twee dingen: efficientie en arbeidsloon. Als je aan een lopende band dingen in elkaar schroeft kun je dat veel efficienter doen dan als je daarvoor stad en land moet afrijden. Maar belangrijker is het arbeidsloon: dat ligt in onze rijke westerse landen natuurlijk krankzinnig hoog, zeker als je de verplichte belastingen er bij op telt. Zo'n hoog arbeidsloon is natuurlijk ook fijn, want dan heb je snel een nieuwe wasmachine bij elkaar verdiend. Je hoeft er maar een handvol oude voor te repareren.

Maar repareren ga je dan wel minder. Dat het ook een beetje anders kan merkte ik een aantal jaren terug toen mijn geweldige Duitse, betrouwbare auto het begaf op de ring van Rome. Omdat hij al verschillende keren bijzonder duur (en dus niet afdoende) gerepareerd en geprepareerd en gekeurd was in Nederland vreesde ik het ergste. Misschien was ik mijn geliefde vierwieler wel kwijt. Effectief “total loss” omdat het repareren onbetaalbaar zou zijn. Daar sta je dan midden in Italie.

Mechanicien Roberto reed voor op zijn scootertje, en keek onder mijn klep. Ik moest even starten, hij rommelde wat en knikte tevreden. Geen probleem, legde hij mij uit in gearticuleerd Italiaans. Er waren een paar onderdeeltjes stuk die hij morgen wel kon vervangen. En inderdaad, met goedkope, verguisde edoch betrouwbare Italiaanse onderdelen repareerde hij mijn weerbarstige goed aangeschreven Duitser. Kosten: een fractie van de gemiddelde reparatiekosten in Nederland.

En de onderdelen kostten dus ook een fractie van prijs van de verplichte merkonderdelen voor de Duitse auto in Nederland. Die verplicht hoge kosten voor verplichte merkonderdelen zijn ooit bedongen door de importeur, want dan kan die makkelijker nieuwe auto's verkopen: dankjewel.

Italianen blijken ook veel langer hun auto te blijven repareren dan wij dat in Nederland doen. Afvoeren is erg duur, en repareren meestal een stuk goedkoper. Tweedehands auto's houden ook langer hun waarde in Italie.

Misschien dat mijn oude wasmachine wel naar het oude oostblok gaat, daar voor een paar euro wordt gerepareerd en toch nog met winst verkocht. Het zou zomaar kunnen. Misschien wordt de wasmachine als oud ijzer verkocht, en is ie op die manier nog winstgevend.

Dag mooie machine, slachtoffer van een rare economie.

donderdag 20 december 2007

Baltsdagen


Het is koud op straat, en mistig. Ijs kraakt in de grachten, flarden wit waaien door de straten. De panden van Haarlem worden er alleen maar mooier door. Wat een rijkdom stralen die 16e, 17e en 18e eeuwers uit. Toen was het misschien nog protserig, maar nu doet zelfs de goedkope kerstverlichting niet af aan hun schoonheid.

Altijd als het Kerstfeest nadert is het alsof de tijden samensmelten. Alsof Charles Dickens' 19e eeuw dichterbij komt, en de schaatsers uit de prentjes van de Gouden Eeuw zo konden opduiken om de hoek. Soms is het zelfs een beetje alsof de toekomst dichterbij komt, vooral als je in de winkels kijkt waar blote jurken die niet zouden misstaan in Barbarella worden gedragen door trendy etalagepoppen. En de strakke design-interieurs van sommige restaurants doen ook juist in deze tijd heel futuristisch aan. Zwart, rood, wit en verlicht door lopende lichtjes.

Veel mensen werken in deze tijd extra hard om nog even de laatste dagen voor Kerst alles rond te hebben. De heren en dames des huizes bereiden hun veelgangendiners voor voor de familie. Welke familie is natuurlijk elk jaar weer een inzet van discussie – de jouwe of de mijne? Gelukkig zijn er tenminste twee kerstdagen. Singles vieren kerst bij elkaar, of alleen.

Maar wie en waar je ook bent, je viert Kerst wel in sexy outfit, als je de etalages mag geloven. Een prachtige Kerstrode jurk met flamengokrullen, die beter staat op het model op de foto dan op de paspop. Het is dan ook geen goed voorziene en ook een wat houterige dame, die mevrouw pop. Of een sexy black dress en dan wel klein natuurlijk, want dan zie je ook meer huid. Of een diep uitgesneden witte of met goud afgezette jurk. Wel lang over de benen maar met veel bloot bij de schouders. Er is een hele aparte modelijn speciaal voor Kerst ontworpen.

Is het eigenlijk niet veel te koud voor zulke blote mode? Wanneer draag je dat dan? Op dat ene Kerstdiner? Dan moet je in elk geval flink stoken. Voor de herenmode is het al niet veel anders. De tuxedo's en pakken zijn feestelijk, maar echt warm komen ze niet over. Is het tegenwoordig niet meer koud in de winter, of wordt er vast ingespeeld op de versnelde opwarming van de aarde?

En veel van de te koop aangeboden kleding kun je echt alleen maar rond Kerst dragen. Want in andere dagen van het jaar zijn deze kleuren rood en zwart in combinatie met gouden randjes toch echt te communistisch of te nationaal-socialistisch. Of op zijn minst veel te Kerstig. En dat draag je echt niet op een ander moment, want dat staat natuurlijk stom. Dat is best een beperkte gelegenheid voor kledingssetjes van op zijn minst enkele honderden euro's. Kans is dat het volgend jaar alweer helemaal uit is, en dan heb je toch weer een nieuw nodig. Met misschien een warm vestje er bij.

Ik mijmer wat weg bij het zien van al dat bloot in de etalages en op affiches. Is Kerst soms stiekem een “mating season”? Zijn dit de de meest geschikte dagen om te vrijen en kinderen te maken? Of op zijn minst om een nieuwe partner (of een bestaande partner opnieuw) aan de haak te slaan? Dat is toch niet precies wat ik me van Kerst herinner. Wel weet ik dat het een heidens feest is om de terugkomst van de zon te eren. Met Kerst kun je immers wel met zekerheid stellen dat de dagen weer langer aan het worden zijn na kortste dag 21 december.

Toch word ik nieuwsgierig. Stel nu eens dat er inderdaad meer gevreeen wordt rond de Kerst. Stel nu dat al die opwindende Kerst-galakledij, strakke vrolijke Tuxedo's, blote lange jurken in stemmig rood en zwart, en niet te vergeten sexy Kerst-lingerie ook echt gebruikt worden. Dat zou niet eens zo heel vreemd zijn, want zoveel anders is er nu ook weer niet te doen op deze feestdagen. Behalve dan kadootjes uitpakken, op de bank hangen en in de keuken staan. Voor het echte eten zit iedereen toch altijd veel te vol. Dus er is best nog tijd over voor andere leuke dingen.

Later probeer ik op internet te komen aan geboortecijfers per maand. Als er gedurende de feestdagen in december inderdaad meer aan procreatie wordt gedaan, zou je ook meer kinderen verwachten in september. Is dat zo? Naarstig zoek ik naar de cijfers van Nederland en Belgie. Nee. Zo op het eerste gezicht niet. Misschien dat er vroeger een geboortepiek lag in september, maar nu ligt die piek eerder in juni en juli. Misschien zitten mensen met kerst ook te vol voor andere dingen dan eten.

Wel blijkt er een oud gebruik in onder andere Nederland en Duitsland te zijn, dat de schoorsteenveger langskomt rond oud en nieuw, en er voor zorgt dat de vrouwen weer vruchtbaar worden. Zou daar onze zwarte piet ook vandaan komen? Zwarte piet die door de schoorsteen komt om te zorgen dat je vrouw weer kindjes krijgt. Het klinkt mij toch niet in de oren als iets wat mijn bedoeling zou zijn.

Dus er is wel iets met de feesten rond de jaarwisseling en vruchtbaarheid. Maar wat? Ik kijk nog eens goed naar al die mooie jurken. Het moet wel om een erg speciale gelegenheid gaan. Dat kan toch niet alleen commercieel belang zijn?

zaterdag 1 december 2007

Jokken


“Papa”, vraagt mijn dochtertje van vier, “heb ik gejokt?”

Wat een vreemde vraag denk ik even. En dan besef ik dat Sinterklaas er aan komt. Sint Nicolaas, die met de zak vol lekkers en zijn zwarte piet met roe langs gaat komen. Als je zoet bent geweest word je beloond, en als je stout bent geweest krijg je straf.

Jokken is natuurlijk stout. Jokken mag niet. Mijn dochtertje zit op een protestant christelijke school, dus daar zal het nog wel zwaarder tellen misschien. “Natuurlijk heb je niet gejokt” hoor ik mijn vrouw zeggen “waarom vraag je dat eigenlijk?”. Gelukkig. Wat een lieve mama.

Intussen verkeer ik in gewetensnood. Want ik heb wel gejokt. Ik heb gejokt tegen mijn dochter dat Sinterklaas bestaat. Dat hij bestaat als een uniek, levend iemand die 's nachts kadootjes in haar schoen komt doen. Heel paradoxaal. We leren onze kinderen dat je niet mag jokken, omdat ze anders op hun donder krijgen van een paar lui wiens eeuwig bestaan wij met z'n allen bij elkaar jokken. Piet Hypocriet en Klaas Liegebaas. Lekker zo.

Hoe moet ik dat aan haar uitleggen? Op een dag komt ze er achter dat Sinterklaas niet bestaat. Waarschijnlijk zal ik het zelf vertellen. Als zij mij tenminste niet op een dag gaat zeggen: “papa, Sinterklaas is niet echt hoor”. Misschien weet ze het zelfs al. Moet ik dan echt gaan zeggen dat jokken fout is?

Die avond schrijft mijn vierjarige een brief aan de goedheiligman. Helemaal zelf, op rood papier. Niet dat ik helemaal begrijp wat ze schrijft, maar het zijn echte letters die echte woorden vormen. Kris kras over het papier, met een paar mooie tekeningen er bij. Ik ben beretrots wat ze zo vroeg al kan. Bij de brief doet ze een appel, speciaal uitgezocht in de winkel voor het paard van Sinterklaas: Amerigo. Amerigo heeft ze in de stad gezien en geaaid. Het brave beest was daar uitgenodigd door de gezamelijke winkeliers natuurlijk, want Klaas is wel commercieel.

Als mijn dochter slaapt ontcijferen haar pa en ma de brief.
“Goed he?”, roept pa.
“Zo lief!” roept ma.
“Maar wat wil ze hebben?”
“Geen idee. Is dat een kasteel?”
“Wil ze een kasteel?”
“Waar halen we dat vandaan op de zaterdagavond?”
Pas na een tijdje dringt tot ons door dat dochterlief misschien niet specifiek iets terug wil. Ze wil gewoon iets geven aan dat lieve paard. Een appel en een zelf geschreven brief aan Sint en Piet.

“Jokken is net zoiets als liegen, maar dan minder erg” leg ik mijn vierjarige de volgende ochtend uit. “Als je jokt of liegt vertel je iets waarvan je weet dat het niet waar is. Maar liegen is als je dat gemeen bedoelt, en jokken bijvoorbeeld als je alleen een grapje maakt”. Ze luistert aandachtig naar wat concrete voorbeelden die ik probeer te geven. Ik geloof dat ze het een beetje begrijpt. Foppen komt later ook aan bod. Leuk foppen als een verassing, en flauw foppen als een stomme grap. Nu het begrip fantaseren nog.

Jokken is niet zo erg. Soms zelfs wel goed, of in elk geval minder schadelijk dan de harde “waarheid” vertellen. Maar valt het jokken over Sinterklaas daar nu ook onder? Ik weet het nog steeds niet.