dinsdag 29 januari 2008

Beeldenstorm


Naast de foto staat in nette zwarte drukletters wat er gebeurt. Een woedende menigte gooit stenen naar het pand van “De Waarheid”, de aan de CPN gelieerde krant, nadat Sowjet troepen Tsjechoslowakije zijn binnengerold. Het is het jaar 1956, en het is op een van de Amsterdamse grachten. De Communistische Partij Nederland had voor zover ik me herinner in die tijd inderdaad nog niet duidelijk afstand gedaan van het toch nog wel Stalinistische Rusland. Dus enige irritatie over machtspolitiek, zoals de VS en USSR decennia lang zouden bedrijven kan ik me wel voorstellen.
Woedende menigte. Natuurlijk, dat gebeurt toch dagelijks als je zo de krant leest?

Maar wacht eens even. Als ik echt naar de foto kijk, zie ik vooral lachende studenten. Nette jasjes. Studenten Corps? En de meesten onder hen gooien niet eens, maar staan alleen te kijken wat er gebeurt. Voor een woedende menigte ziet het er wel een beetje mak, eigenlijk zelfs vrolijk uit. Toch geen woedende menigte? Studentenopstootje. Als dat naast de foto had gestaan had het heel anders geklonken. Typisch.

Hoeveel mensen maken eigenlijk een woedende menigte? En wat is woedend? Bij menigte stel ik me toch een veel grotere groep voor dan wat ik op de foto zie. Ik betrap mezelf er op dat ik bij menigte ook al snel denk aan meerderheid. Maar hopelijk is dat een vergissing die alleen ik maak. Als het gedrag van “de menigte” wordt gedoogd (door politie of door staat) dan zal het wel om een mening van “de meerderheid” gaan, toch? En wie ben ik dan als eenling om daar iets anders van te vinden? Als een menigte een zo heftige mening heeft, dan zal het wel waar zijn, toch?

Ik hoop maar dat ik alleen zo makkelijk denk. Andere mensen zijn vast slimmer. Stel je voor, anders zou een groepje waarschijnlijk toch al conservatief georienteerde studenten zomaar geschiedenis kunnen schrijven als “stem van het volk”. Dat zou toch wel erg zijn.

Maar ja. Op deze foto staan toch echt die studenten, en het bijschrift ziet er erg gedrukt uit. Iemand anders heeft het ook voor waarheid aangenomen, of in elk geval opgeschreven: “woedende menigte”. Ja ja.

De foto staat in een serie tijdschriften over de geschiedenis van Amsterdam (“De Dag van Amsterdam”). Al lezend raak ik steeds meer in de sferen van de gouden eeuw en de tachtigjarige oorlog en de aanloop daarvan. Hoe ging dat eigenlijk? Wat een spannende tijden moeten dat ook zijn geweest, met al die konkelende handelsfamilies. Eigenlijk is het net een soort soap. En dan die reformatie, met het protestantse verzet tegen de Spaanse onderdrukker. Hoe zat dat ook alweer? Ik surf het internet op en pak er andere boeken bij om een en ander uit te vinden.

Beeldenstorm. Daar begon de ellende mee. Waarom werden al die menigten toen eigenlijk zo woedend dat ze hele kerken begonnen te slopen? Dat waren nog eens woedende menigtes. Toen had je ze nog echt. Toen hadden mensen duidelijk een mening. Of wacht eens even...

De beeldenstorm begon in 1566 bij Steenvoorde toen hoedenmaker Sebastiaan Matte een inspirerende preek hield, en daarop twintig van zijn toehoorders het Klooster van Sint Laurens gingen slopen. Twintig. Dat klinkt ook niet echt als een woedende menigte. Maar goed. De beeldenstorm breidt zich uit, en collega preker Jacob de Buyzere pakt met wat anderen het volgende klooster aan. En zo gaat vanaf 10 augustus 1566 een groep rondtrekkende slopers heel huidig Frans Vlaanderen rond. En ze slopen niet alleen de beelden, maar ze nemen en passant ook de kerkschatten mee.

Hee, kerkschatten mee nemen? Dat klinkt mij al iets meer als plunderaars in de oren. Ik begin Alva een beetje te begrijpen. Stelletje schorem. Nu was er het jaar tevoren een hele slechte oogst geweest, en bovendien was er gespeculeerd met de graanprijs, dus er was wel honger in het vooruitzicht en reden tot ontevredenheid. En natuurlijk was er dan dat kleine geschil of je wel of niet andersdenkend mocht zijn – Margaretha van Parma vond dat je gewoon katholiek moest blijven, en de opkomende protestanten vonden van niet.

Mijn geschiedenisleraar was wel meer vergeten te vertellen. Sebastiaan Matte, de predikant en hoedemaker met zijn slopende toehoorders, was namelijk net terug uit Engeland. En hij had tweeduizend gewapende mannen mee genomen. Jawel, tweeduizend. Gewapende mannen. Dat klinkt mij al meer in de oren als een leger. Een week voor het begin van zijn beeldenstorm had hij nog geprobeerd de stad Veurne in te nemen, maar dat was niet gelukt. Eigenlijk klinkt dat nog meer als een leger. En diezelfde groep trok vervolgens, georganiseerd en wel allerlei plaatsen in Vlaanderen rond om daar verder te slopen en te plunderen. Georganiseerd als een geoefend leger, lijkt het wel.

Dat klopt waarschijnlijk, want enkele maanden tevoren maken verschillende Katholieke veldheren zich al ernstig zorgen. Alle hagepreken worden al geescorteerd door gewapend gezelschap, en vinden meestal plaats juist buiten de stadspoorten. Zijn die gewapende escortes er om de toehoorders te beschermen, of om de stadhouders te intimideren? Bij Doornik blijkt een groep protestantse “gelovigen” van 1200 a 1400 man uitstekend in staat met militaire discipline rond te paraderen. De Spanjaard Castillo schat de in de Nederlanden aanwezige vijandig gezinde militaire troepenmacht op een gegeven moment rond de 40,000. ‘De godsdienst is slechts een masker. Niet de godsdienst, doch iets anders en niet minder gevaarlijks schenkt ons deze tragedie!’ roept een ander. Hmmm. Een militair uitgevoerde revolutie? Op zich is dat natuurlijk niet zo vreemd.

Sebastiaan Matte was naar Engeland gevlucht, en leefde daar in ballingschap tot hij zijn kans schoon zag. Hij keerde terug in 1566 en had in juni al minstens 300 troepen bij zich. Tegen augustus had hij er al 2000. Hoeveel zou hij er mee genomen hebben uit Engeland? Zo'n overtocht kost natuurlijk niet niets. Tweeduizend soldaten trouwens ook niet. En die soldaten kun je ongetwijfeld betalen uit geplunderde kerkschatten, maar je zult ook moeten voorschieten. Waar haalde hij dat geld vandaan? Zou het hoedenmaken hem geen windeieren hebben gelegd?

En hoe zit dat trouwens met die 40,000 man die Castillo rapporteert? Die moeten hun soldij ook van iemand krijgen. En dat is dan iemand die meer geld heeft dan de Spanjaarden op dat moment, want hun schatkist schijnt leeg te zijn (of die van de aan hen gelieerde Hertog van Aerschot dan, in elk geval). Aan het einde van veel (protestantse!) hagepreken worden aalmoezen ingezameld en direct verdeeld onder de armen. Ja, zo wordt je aanhang natuurlijk wel groter. Waar komt dat geld vandaan?

Ik weet het nog niet. Maar Engeland wordt op dat moment bestierd door de onstuimige roodharige Elizabeth. Zij is soort van protestants, en zij heeft een vette hekel aan de Spanjaarden. Dat moet ook wel, want de Spanjaarden zijn de grootste concurrenten van de Engelsen op dat moment. Van een openlijke oorlog komt het voorlopig niet. Maar Elizabeth steunt de Nederlandsche opstandelingen wel. In 1585 krijgt zij zo Den Briel als onderpand voor de 5000 soldaten die zij betaalt voor de opstand. Zou Engeland misschien al veel eerder een slinkse rol in “onze” tachtigjarige opstand hebben gehad?

Elizabeth had in die tijd een gewiekste raadgever die vaak “spymaster” wordt genoemd. Spionnenmeester Sir Francis Walsingham. Hij had lang gewoond in Frankrijk en Zwitserland en had uitstekende Protestantse contacten. Hij smokkelde als een spin in het web veel Hugenoten uit Parijs tijdens de Bartholomeusnacht en voorkwam zo dat zij werden vermoord. En hij redde Elizabeth tot twee keer toe van samenzweerders die haar wilden vermoorden en van de troon stoten. Als Elizabeth al niet zelf de Spanjaarden een hak had willen zetten, was deze man er vast toe in staat om de “spontane” revolutie in de Nederlanden alvast een beetje te helpen. Al dan niet in haar naam. Zou hij dat gedaan hebben? Zou hij Sebastiaan Matte persoonlijk gekend hebben?

En naast de Engelsen waren er natuurlijk tal van Duitse vorsten die graag de Spaans- Habsburgse macht een kopje kleiner zouden zien. Willem van Oranje kon niet voor niets voor de Nederlandsche kar worden gespannen. Misschien hadden zijn collegae er ook nog wel wat geld voor over.

Ik denk weer eens na over mijn geschiedenisles. Op een gegeven moment was het volk het zat met de katholieke kerk, en toen begonnen ze allemaal als gekken beelden in de kerken te slopen. Dat is heel jammer, want nu hebben we minder mooie kerken over. Zo herinner ik me ongeveer wat er verteld werd. Ik moet vast niet opgelet hebben.

Sebastiaan Matte had een rondtrekkend leger dus. Niets woedende menigte. Preek? Nee, moed inspreken en commandos uitvaardigen. Wanordelijk beelden bestormen? Nee hoor, ordelijk slopen en kerkschatten verzamelen. Steun van de bevolking? Misschien. Ook waarschijnlijk is dat die best wat aalmoezen wilden vangen, met al dat tekort aan graan. En... zou jij tegenstand bieden als er honderden gewapende lui de kerk komen slopen maar jou in eerste instantie met rust laten?

Boven de rivieren was de “beeldenstorm” (warempel, zelfs de naam is al tendentieus!) ook een stuk rustiger. En als er al beelden werden gesloopt, gebeurde dat opnieuw vaak ordelijk en onder toeziend oog van plaatselijke edelen. Sommige kooplui huurden ook letterlijk “stormers” in. Ja, dat waren nog eens woedende menigten. Bijna net zoals nu.


Bronnen o.a.:

Hans Cools, Universiteit Leiden, De Beeldenstorm in de Lage Landen
http://dutchrevolt.leidenuniv.nl/Nederlands/default.htm

Erich Kuttner, Het hongerjaar 1566
http://www.dbnl.org/tekst/kutt001hong01_01/kutt001hong01_01_0005.htm

woensdag 16 januari 2008

Wasmachine


Wasmachine stuk. Te zwaar beladen. Twee dekens. Een deken te veel. Da's nou jammer. Krak. Er komt zelfs rook uit.

Nu maakt de wasmachine niet alleen meer geluid alsof hij gaat opstijgen, maar eerder alsof hij gaat neerstorten. Zelf ben ik niet te beroerd om de schroevendraaier te pakken, dus ik maak het gevaarte open. Helaas. Binnenin is het toch ingewikkelder dan ik hoopte. Misschien zijn de kogellagers stuk. De trommel zit wel erg los in de kuip. Vandaar al dat lawaai. Hij rammelt rond in plaats van dat hij rond draait. Ik kijk nog eens goed en laat hem opengeschroefd proefdraaien. Conclusie: dat wat stuk is, daar kan ik toch niet zo makkelijk bij.

Nu loopt er ook een kleine dame rond in ons huis, als ik wasmachine uit elkaar schroef. Dus ik kan kiezen. Ik kan oppas voor haar regelen en zelf gaan beunen. Dan een nieuw onderdeel halen, weer oppas regelen en uiteindelijk hopen dat ik het goed heb gedaan. Dat kost best veel tijd, geld en moeite. Optie twee is een man laten voorrijden, en die het werk voor me laten doen. Dat kost waarschijnlijk nog een stoot meer geld, maar veel minder tijd.

Alleen, hoeveel geld? De wasmachine is bijna zeven jaar oud, en van een degelijk maar verguisd Italiaans merk. De garantie is voorbij, de geprojecteerde levensduur nog niet. Want dat was tien jaar. Maar nu is ie dus wel stuk. Dus dat wordt gewoon voorrijkosten, arbeidsloon, onderdelen, kopje koffie en btw betalen. De voorrijkosten zijn gemiddeld rond de zeventig euro, dus dat wordt bij elkaar vast zo drie keer zoveel: ruim 200 euro. Als het niet meer is. En alleen even laten kijken is dus ook niet goedkoop, want voorrijden moet dan toch.

In ons plaatselijk suffertje staat een aanbieding: gloednieuwe wasmachine 249 euro. De keus is snel gemaakt. Dat wordt dus een nieuwe.

Natuurlijk wordt dat wel duurder. Want die goedkope machine is maar goed voor een wasje per week. En je moet dan minstens een Duitser kopen, en niet een Italiaan, want die zijn minder betrouwbaar. Mindere onderdelen he? Iedereen weet dat. Een vermomde Amerikaan of een Koreaan is ook goed, zolang ik maar meer uitgeef. En dan komen er nog bezorgkosten, verwijderingsbijdrage en toch erg aan te raden extra garantie bij. De 249 euro zijn plots meer dan twee keer zoveel geworden.

Maar toch, als ik voet bij stuk houd en me niet alles laat aan praten, heb ik voor ongeveer twee keer de geschatte reparatiekosten een gloednieuw apparaat. Niets versleten. Het laatste model. Alles nieuw. Niet een enkel onderdeel nieuw, maar elk onderdeel nieuw. Het is al helemaal in elkaar gezet, dus de arbeidsloon is helemaal gedekt. En het wordt ook helemaal naar mijn deur voorgereden. Kopje koffie mag ik zelf opdrinken. En de oude wasmachine wordt nog verwijderd ook, gratis.

Erg fijn, maar ook totaal bizar. Het gaat erg tegen mijn tweede-generatie gereformeerde spaarzin in. Het idee dat je iets weg gooit dat eigenlijk niet totaal versleten is, maar alleen een beetje stuk. Aan de andere kant zegt diezelfde spaarzin dat je dus veel beter materieel kan verspillen omdat je dan financieel en qua gemak voordeliger uit bent.

Hoe komt dat nu? Het antwoord ligt waarschijnlijk in twee dingen: efficientie en arbeidsloon. Als je aan een lopende band dingen in elkaar schroeft kun je dat veel efficienter doen dan als je daarvoor stad en land moet afrijden. Maar belangrijker is het arbeidsloon: dat ligt in onze rijke westerse landen natuurlijk krankzinnig hoog, zeker als je de verplichte belastingen er bij op telt. Zo'n hoog arbeidsloon is natuurlijk ook fijn, want dan heb je snel een nieuwe wasmachine bij elkaar verdiend. Je hoeft er maar een handvol oude voor te repareren.

Maar repareren ga je dan wel minder. Dat het ook een beetje anders kan merkte ik een aantal jaren terug toen mijn geweldige Duitse, betrouwbare auto het begaf op de ring van Rome. Omdat hij al verschillende keren bijzonder duur (en dus niet afdoende) gerepareerd en geprepareerd en gekeurd was in Nederland vreesde ik het ergste. Misschien was ik mijn geliefde vierwieler wel kwijt. Effectief “total loss” omdat het repareren onbetaalbaar zou zijn. Daar sta je dan midden in Italie.

Mechanicien Roberto reed voor op zijn scootertje, en keek onder mijn klep. Ik moest even starten, hij rommelde wat en knikte tevreden. Geen probleem, legde hij mij uit in gearticuleerd Italiaans. Er waren een paar onderdeeltjes stuk die hij morgen wel kon vervangen. En inderdaad, met goedkope, verguisde edoch betrouwbare Italiaanse onderdelen repareerde hij mijn weerbarstige goed aangeschreven Duitser. Kosten: een fractie van de gemiddelde reparatiekosten in Nederland.

En de onderdelen kostten dus ook een fractie van prijs van de verplichte merkonderdelen voor de Duitse auto in Nederland. Die verplicht hoge kosten voor verplichte merkonderdelen zijn ooit bedongen door de importeur, want dan kan die makkelijker nieuwe auto's verkopen: dankjewel.

Italianen blijken ook veel langer hun auto te blijven repareren dan wij dat in Nederland doen. Afvoeren is erg duur, en repareren meestal een stuk goedkoper. Tweedehands auto's houden ook langer hun waarde in Italie.

Misschien dat mijn oude wasmachine wel naar het oude oostblok gaat, daar voor een paar euro wordt gerepareerd en toch nog met winst verkocht. Het zou zomaar kunnen. Misschien wordt de wasmachine als oud ijzer verkocht, en is ie op die manier nog winstgevend.

Dag mooie machine, slachtoffer van een rare economie.

donderdag 20 december 2007

Baltsdagen


Het is koud op straat, en mistig. Ijs kraakt in de grachten, flarden wit waaien door de straten. De panden van Haarlem worden er alleen maar mooier door. Wat een rijkdom stralen die 16e, 17e en 18e eeuwers uit. Toen was het misschien nog protserig, maar nu doet zelfs de goedkope kerstverlichting niet af aan hun schoonheid.

Altijd als het Kerstfeest nadert is het alsof de tijden samensmelten. Alsof Charles Dickens' 19e eeuw dichterbij komt, en de schaatsers uit de prentjes van de Gouden Eeuw zo konden opduiken om de hoek. Soms is het zelfs een beetje alsof de toekomst dichterbij komt, vooral als je in de winkels kijkt waar blote jurken die niet zouden misstaan in Barbarella worden gedragen door trendy etalagepoppen. En de strakke design-interieurs van sommige restaurants doen ook juist in deze tijd heel futuristisch aan. Zwart, rood, wit en verlicht door lopende lichtjes.

Veel mensen werken in deze tijd extra hard om nog even de laatste dagen voor Kerst alles rond te hebben. De heren en dames des huizes bereiden hun veelgangendiners voor voor de familie. Welke familie is natuurlijk elk jaar weer een inzet van discussie – de jouwe of de mijne? Gelukkig zijn er tenminste twee kerstdagen. Singles vieren kerst bij elkaar, of alleen.

Maar wie en waar je ook bent, je viert Kerst wel in sexy outfit, als je de etalages mag geloven. Een prachtige Kerstrode jurk met flamengokrullen, die beter staat op het model op de foto dan op de paspop. Het is dan ook geen goed voorziene en ook een wat houterige dame, die mevrouw pop. Of een sexy black dress en dan wel klein natuurlijk, want dan zie je ook meer huid. Of een diep uitgesneden witte of met goud afgezette jurk. Wel lang over de benen maar met veel bloot bij de schouders. Er is een hele aparte modelijn speciaal voor Kerst ontworpen.

Is het eigenlijk niet veel te koud voor zulke blote mode? Wanneer draag je dat dan? Op dat ene Kerstdiner? Dan moet je in elk geval flink stoken. Voor de herenmode is het al niet veel anders. De tuxedo's en pakken zijn feestelijk, maar echt warm komen ze niet over. Is het tegenwoordig niet meer koud in de winter, of wordt er vast ingespeeld op de versnelde opwarming van de aarde?

En veel van de te koop aangeboden kleding kun je echt alleen maar rond Kerst dragen. Want in andere dagen van het jaar zijn deze kleuren rood en zwart in combinatie met gouden randjes toch echt te communistisch of te nationaal-socialistisch. Of op zijn minst veel te Kerstig. En dat draag je echt niet op een ander moment, want dat staat natuurlijk stom. Dat is best een beperkte gelegenheid voor kledingssetjes van op zijn minst enkele honderden euro's. Kans is dat het volgend jaar alweer helemaal uit is, en dan heb je toch weer een nieuw nodig. Met misschien een warm vestje er bij.

Ik mijmer wat weg bij het zien van al dat bloot in de etalages en op affiches. Is Kerst soms stiekem een “mating season”? Zijn dit de de meest geschikte dagen om te vrijen en kinderen te maken? Of op zijn minst om een nieuwe partner (of een bestaande partner opnieuw) aan de haak te slaan? Dat is toch niet precies wat ik me van Kerst herinner. Wel weet ik dat het een heidens feest is om de terugkomst van de zon te eren. Met Kerst kun je immers wel met zekerheid stellen dat de dagen weer langer aan het worden zijn na kortste dag 21 december.

Toch word ik nieuwsgierig. Stel nu eens dat er inderdaad meer gevreeen wordt rond de Kerst. Stel nu dat al die opwindende Kerst-galakledij, strakke vrolijke Tuxedo's, blote lange jurken in stemmig rood en zwart, en niet te vergeten sexy Kerst-lingerie ook echt gebruikt worden. Dat zou niet eens zo heel vreemd zijn, want zoveel anders is er nu ook weer niet te doen op deze feestdagen. Behalve dan kadootjes uitpakken, op de bank hangen en in de keuken staan. Voor het echte eten zit iedereen toch altijd veel te vol. Dus er is best nog tijd over voor andere leuke dingen.

Later probeer ik op internet te komen aan geboortecijfers per maand. Als er gedurende de feestdagen in december inderdaad meer aan procreatie wordt gedaan, zou je ook meer kinderen verwachten in september. Is dat zo? Naarstig zoek ik naar de cijfers van Nederland en Belgie. Nee. Zo op het eerste gezicht niet. Misschien dat er vroeger een geboortepiek lag in september, maar nu ligt die piek eerder in juni en juli. Misschien zitten mensen met kerst ook te vol voor andere dingen dan eten.

Wel blijkt er een oud gebruik in onder andere Nederland en Duitsland te zijn, dat de schoorsteenveger langskomt rond oud en nieuw, en er voor zorgt dat de vrouwen weer vruchtbaar worden. Zou daar onze zwarte piet ook vandaan komen? Zwarte piet die door de schoorsteen komt om te zorgen dat je vrouw weer kindjes krijgt. Het klinkt mij toch niet in de oren als iets wat mijn bedoeling zou zijn.

Dus er is wel iets met de feesten rond de jaarwisseling en vruchtbaarheid. Maar wat? Ik kijk nog eens goed naar al die mooie jurken. Het moet wel om een erg speciale gelegenheid gaan. Dat kan toch niet alleen commercieel belang zijn?

zaterdag 1 december 2007

Jokken


“Papa”, vraagt mijn dochtertje van vier, “heb ik gejokt?”

Wat een vreemde vraag denk ik even. En dan besef ik dat Sinterklaas er aan komt. Sint Nicolaas, die met de zak vol lekkers en zijn zwarte piet met roe langs gaat komen. Als je zoet bent geweest word je beloond, en als je stout bent geweest krijg je straf.

Jokken is natuurlijk stout. Jokken mag niet. Mijn dochtertje zit op een protestant christelijke school, dus daar zal het nog wel zwaarder tellen misschien. “Natuurlijk heb je niet gejokt” hoor ik mijn vrouw zeggen “waarom vraag je dat eigenlijk?”. Gelukkig. Wat een lieve mama.

Intussen verkeer ik in gewetensnood. Want ik heb wel gejokt. Ik heb gejokt tegen mijn dochter dat Sinterklaas bestaat. Dat hij bestaat als een uniek, levend iemand die 's nachts kadootjes in haar schoen komt doen. Heel paradoxaal. We leren onze kinderen dat je niet mag jokken, omdat ze anders op hun donder krijgen van een paar lui wiens eeuwig bestaan wij met z'n allen bij elkaar jokken. Piet Hypocriet en Klaas Liegebaas. Lekker zo.

Hoe moet ik dat aan haar uitleggen? Op een dag komt ze er achter dat Sinterklaas niet bestaat. Waarschijnlijk zal ik het zelf vertellen. Als zij mij tenminste niet op een dag gaat zeggen: “papa, Sinterklaas is niet echt hoor”. Misschien weet ze het zelfs al. Moet ik dan echt gaan zeggen dat jokken fout is?

Die avond schrijft mijn vierjarige een brief aan de goedheiligman. Helemaal zelf, op rood papier. Niet dat ik helemaal begrijp wat ze schrijft, maar het zijn echte letters die echte woorden vormen. Kris kras over het papier, met een paar mooie tekeningen er bij. Ik ben beretrots wat ze zo vroeg al kan. Bij de brief doet ze een appel, speciaal uitgezocht in de winkel voor het paard van Sinterklaas: Amerigo. Amerigo heeft ze in de stad gezien en geaaid. Het brave beest was daar uitgenodigd door de gezamelijke winkeliers natuurlijk, want Klaas is wel commercieel.

Als mijn dochter slaapt ontcijferen haar pa en ma de brief.
“Goed he?”, roept pa.
“Zo lief!” roept ma.
“Maar wat wil ze hebben?”
“Geen idee. Is dat een kasteel?”
“Wil ze een kasteel?”
“Waar halen we dat vandaan op de zaterdagavond?”
Pas na een tijdje dringt tot ons door dat dochterlief misschien niet specifiek iets terug wil. Ze wil gewoon iets geven aan dat lieve paard. Een appel en een zelf geschreven brief aan Sint en Piet.

“Jokken is net zoiets als liegen, maar dan minder erg” leg ik mijn vierjarige de volgende ochtend uit. “Als je jokt of liegt vertel je iets waarvan je weet dat het niet waar is. Maar liegen is als je dat gemeen bedoelt, en jokken bijvoorbeeld als je alleen een grapje maakt”. Ze luistert aandachtig naar wat concrete voorbeelden die ik probeer te geven. Ik geloof dat ze het een beetje begrijpt. Foppen komt later ook aan bod. Leuk foppen als een verassing, en flauw foppen als een stomme grap. Nu het begrip fantaseren nog.

Jokken is niet zo erg. Soms zelfs wel goed, of in elk geval minder schadelijk dan de harde “waarheid” vertellen. Maar valt het jokken over Sinterklaas daar nu ook onder? Ik weet het nog steeds niet.

donderdag 29 november 2007

Schoenendoos


Het is alweer bijna Sinterklaas. Bijna?
Eigenlijk is het al weken aan de gang. De pepernoten en de al dan niet zwarte pieten marcheren veelvuldig door de winkelstraten, en de goedheiligman zelf is ook overal present. Soms is hij zelf in meer incarnaties in dezelfde stad. Je bent als Sint Nicolaas nu eenmaal de patroonheilige van zeelui, dieven en bovenal de handel, moet je maar denken.

Wat is er in deze tijd beter dan ook te denken aan diegenen die het wat minder hebben? Als onze kinderen hun schoen zetten om iets leuks of lekkers te krijgen, kunnen we onze kinderen ook best leren dat niet alle kinderen zo fortuinlijk zijn. En we kunnen er ook samen iets aan doen. En wat is er dan beter dan een schoenendoos. Die is dan toch over van de sinterklaasschoen.

De school van mijn dochtertje doet in deze tijd dan ook mee met wat vroeger operatie schoenendoos heette. Elk jaar vullen ouders en hun kinderen een schoenendoos met nuttige spulletjes en speeltjes voor een minder bedeeld kind in een ver land. Zeepjes, potloden, schriften, een bal, een knuffelbeest. In containers worden de schoenendozen dan verscheept, en gebracht aan kinderen die, zo hoop je dan, het echt nodig hebben en er blij mee zijn. Als je wilt kun je door middel van een ingenieuze barcode achteraf zelfs horen waar jouw pakje precies terecht is gekomen. Dan wordt je goede daad nog net iets persoonlijker.

Dit is natuurlijk een lovenswaardig iets. Je maakt je kind bewust van de ongelijke verdeling van rijkdom in onze wereld. Je maakt ook nog een kind blij in de derde wereld. Misschien geef je ze zelfs een extra kansje om zich te ontwikkelen als ze het schrift op een school kunnen gebruiken. Je denkt aan ze. Dat is mooi. En boven alles ben je samen met andere ouders en de goede doelen organisatie bezig om saamhorig iets goeds te doen.

Maar toch bekruipt me een ongemakkelijk gevoel als ik in mijn eentje op mijn vrije ochtend spulletjes bij elkaar plunder om in de doos te doen. Niet omdat ik laat ben met het inpakken. Dat ik als drukke ouder in deze snelle wereld weer eens iets vergeten ben, ben ik inmiddels helaas gewend. Daar sta je dan weer als die domme vergeetachtige papa. Heeft jouw dochtertje als enige geen schoenendoos. Nou ja, misschien zit het me ook wel een beetje dwars. Maar daar gaat het niet om.

Nee. De spulletjes die ik bij elkaar schraap, en speciaal nog even ga kopen bij een goedkope winkel op de hoek, die spulletjes komen eigenlijk uit dezelfde derde wereld waar ik ze nu heen ga sturen. Niet alle spulletjes natuurlijk, maar wel veel. Made in China staat er op het speelgoed, of op de krijtjes. Nu gaat de gevulde doos misschien wel naar Afrika, of naar Bangla Desh, en dat is ook ver van China af, maar toch. Nu heeft de inhoud een ware wereldreis achter de rug, nog voordat ik het opstuur.

De pop is eerst door meisjeshanden in Hong Kong gemaakt, de globe rond naar Rotterdam gevaren, daar gedistribueerd, naar de winkel op mijn hoek gebracht, daar door mij gekocht. En dan stop ik 'm in een doos, plak er een speciale postzegel op, en daar gaat ie weer min of meer terug de halve wereld rond om elders aan een kind gegeven te worden. Vele vrachtwagens, mensenhanden, containers en belastingen en portokosten verder. En waar komt het aan? Veel dichter bij China dan ik woon, dat is vrijwel zeker.

Was het niet goedkoper geweest om direct die pop aan dat meisje of jongetje te sturen? Had dat niet ook een hoop handelingen en brandstof bespaard? Zou dat niet beter geweest zijn voor ons milieu, met minder CO2 uitstoot enzo? Zou dat misschien zelfs niet beter geweest zijn voor de lokale economieen? Nu heeft het transport van de doos en inhoud een veelvoud gekost van de productiekosten zelf. En dat is waar of je dat nu in geld of in man-uren telt. Is dat niet een bizarre verspilling?

Natuurlijk lever ik wel trots mijn schoenendoos in voor mijn dochtertje. Mijn dochter telt ook mee. Zelf ziet ze de doos niet meer, en dat hoeft van haar ook niet zo. Ze is wel opgelucht dat er eentje is. Voor dit jaar opgelost.

Ondertussen fantaseer ik hoe het zou zijn als al dat speelgoed en de schriftjes voortaan een efficientere, minder omslachtige en minder spilzuchtige reis zouden maken. Dan zou misschien wel zoveel CO2, geld en moeite bespaard worden dat ik mijn dochter nog eens mee kon nemen op vakantie naar zo'n ver derde wereld land. Dan ik daar met andere ouders en hun kinderen zelf staan, bij blijere en rijkere kinderen uit de derde wereld.

"Kijk" zou ik dan zeggen "deze kinderen hebben het nu ook beter omdat niet meer alle rijkdom per se eerst door onze handen hoeft te gaan. Dat is onze verdienste. Dat de derde wereld voor zichzelf en voor elkaar mag zorgen." Zou mijn dochter het snappen?
Zij denk ik wel.

dinsdag 27 november 2007

Boterham


Ik rijd terug in de trein van mijn werk. Omdat ik een keer vroeg thuis wil zijn rijd ik mee in de spits, in een overvol klein treinstel. In mijn wagon zitten vlijtige intelectuelen zelfs op de grond te lezen in hun dikke boeken, of nog even een rapport te corrigeren. Omdat ik er ook te laat bij was voor een stoel, vlei ik mezelf maar tegen een wandje in het gangpad en probeer vergeefs niet te veel mensen te blokkeren. Gelukkig wringen velen zich toch nog wel langs me om dezelfde conclusie te trekken: die rare man staat niet voor niets in de weg.

Een lieve vrouwenstem schelt door de trein, en vertelt waar we heen gaan. En gelukkig legt ze ook uit dat het niet de bedoeling was dat we als sardines zouden reizen. Door een storing is er namelijk “veel te weinig materieel” beschikbaar. Zij biedt haar excuses vast aan namens de gehele Nederlandsche Spoorwegen. Dankjewel. Dat maakt toch uit, om te weten waarvoor ik sta, en dat het echt geen kwade inborst van de machinist betreft.

Enkele bankjes verderop bij het raam zit een mooi meisje te bellen. Ze is met snoertjes in haar oren verbonden met haar telefoontje alsof het zo gegroeid is. Haar zwart leren tas ligt netjes op schoot. Ze heeft een modieuze grijze gebreide muts, waar haar zorgvuldig doordacht onbezonnen blonde haar onder uit piekt. Haar bijpassende grijs vilten jas is netjes dicht geknoopt. Ze heeft net iets te veel mascara en pancake op haar gezicht, maar het staat wel mooi. Eigenlijk erg mooi, op deze afstand dan. Ze zou zeker niet misstaan in een modeblad.

Ik luister als vanzelf met haar gesprek mee. Helemaal niet netjes natuurlijk. Maar dat gebeurt gewoon, je kent het vast wel. Het mooie meisje blijkt warempel net een test gedaan te hebben. En ze is niet geslaagd, helaas. Misschien kijkt ze daarom een beetje zielig, en een beetje eenzaam tegelijk. Ze troost zichzelf met een paar chocoladebolletjes. Ze hebben haar gemeten, vertelt ze, en ze was te kort. Ze is namelijk maar één meter twee-en-zeventig. Of was het acht-en-zeventig? Het was in elk geval te kort. Hmmm. Dat klinkt aardig als een zaakje discriminatie, op lengte wel te verstaan.

Maar nog niet alles was verloren, vertelt ze, want ze zouden gaan kijken of ze dan toch nog ergens anders model voor zou kunnen zijn. Warempel. Het meisje dat er als een model uit ziet is zojuist afgewezen om model te kunnen zijn.

Het is dus overal het zelfde. Het maakt niet alleen uit of je iets kunt, of geschikt bent voor iets, maar ook of je toevallig voldoet aan andere criteria. Ook voor modellen. Je kunt nog zo hard werken aan je uiterlijk, je lijn, je haardracht, je enthousiasme, je professionaliteit. En nog kun je afgewezen worden, te dik genoemd worden, niet mooi genoeg, niet blank genoeg of gewoonweg niet geschikt. Sorry, je bent niet lang genoeg om op de catwalk te lopen.

Ach ja. Een beetje flauw. Ik hoop dat haar modellenbureau haar nog wel heeft gezegd dat ze erg mooi is, want dat is ze. En vast ook zonder make up. In het ruwe meteriaal voor een documentaire over Victor & Rolf zag ik eens een schokkend mooi en lang model solliciteren (en niet alleen mooi omdat ze op mijn vrouw leek). Ook zij werd zonder uitleg gedist. Waarom? Ik weet het niet.

Uiteindelijk doe je alles toch voor jezelf. Dus dan kun je maar beter dat doen waar je zelf in elk geval gelukkig mee bent. Niemand anders kan of zal zo consequent voor jouw gevoel en belang opkomen, omdat alleen jij je gevoel en belang kent. Niet wachten op anderen. Gewoon doorgaan.


Gelukkig lijkt het meisje dat ook wel te beseffen. Ze stopt nog wat chocoladebolletjes in haar mond. Of ze nog wat wil eten als ze thuis komt? Nee hoor, ze eet nu al iets. Wat ze dan eet? Een kleine pauze volgt. Ietwat geirriteerd zegt ze: gewoon, een boterham.


maandag 26 november 2007

Deur


 
De man is alleen, ergens in Bolivia. Met een sprong die er uit ziet als een scene uit een oosterse vechtfilm schopt hij tegen een deur aan. Ik hoop dat zijn been nog heel is, want die deur ziet er zwaar en onverbiddelijk uit. Die deur schop je niet zomaar open. Je krijgt er zo waarschijnlijk zelfs geen deukje in. Naast de man brandt een vuurtje met wilde rode vlammen. Voor zijn mond draagt hij een doek, onder zijn arm iets wat er uit ziet als een rode tas.

Volgens het onderschrift is de man een Boliviaanse demonstrant. Het rommelt namelijk al weken in Bolivia omdat de regering een nieuwe grondwet aan het ontwerpen is. Die grondwet moet dan meer macht geven aan de landelijke regering ten koste van de lokale besturen. En en passant zou de hoofdstad ook even worden verplaatst. En volgens het onderschrift wil deze man dat voorkomen. Demonstranten proberen namelijk met veel geweld en vernielingen die nieuwe grondwet tegen te houden.

Dat klinkt best erg. Geweld. Vernielingen. Vreselijk. Er gebeuren blijkbaar heel erge dingen in dat verre Bolivia. De regering daar probeert zowaar haar bevolking te onderdrukken met een grondwet. Wie wil er nu een grondwet? In Nederland wilden we toch ook geen Europese grondwet? Natuurlijk demonstreren deze mensen! En het zijn nog vreselijke demonstranten ook, want ze vernielen en gebruiken geweld! Wat een naar land is dat Bolivia! Heel erg.

Maar wacht even. Ik zie op dit plaatje maar een enkele man. En een enkele deur. Waarom zie ik alleen hem, en niet al die andere demonstranten? Was hij het meest fotogeniek misschien? Kan ik me niet voorstellen, want ik zie zijn gezicht nauwelijks. Kon hij het beste schoppen? Hij is in elk geval wel vol zelfvertrouwen dat hij zo een zware deur uitkiest. Misschien zelfs wel een tikje onbezonnen, of gestoord zelfs. Is hij misschien een belangrijk iemand? Nee, dat hadden ze dan vast wel in het onderschrift gezet. Is het een heel belangrijke deur, in een belangrijk gebouw? Nee, denk ik ook niet, want ook dat was vast vermeld.

Toen Irak werd bevrijd van alleenheersend dictator Saddam Hussein trokken hele menigtes aan demonstranten dolblij zijn beeltenis naar beneden. Foto's werden paginabreed van het gebeuren afgedrukt. Allemaal in close up, zodat je Saddam's hoofd extra goed kon zien. Maar de drommen aan demonstranten zag je eigenlijk niet. Die waren er, zo bleek achteraf, ook helemaal niet.

Toen een en ander uitkwam ging een golf van verbazing en verontwaardiging door de journalistieke wereld. Want wat bleek? Er waren nauwelijks mensen op het plein waar het beeld naar beneden werd gehaald. Het plein was vrijwel leeg. En de mannen die Saddam's standbeeld omver trokken en vrolijk schreeuwden waren daarvoor zelfs betaald. Dus misschien waren de Irakezen helemaal niet zo blij om bevrijd te worden. Dat was toch wel heel erg. En het ergste van alles was wellicht dat wij als waarde collegae met open ogen in de suggestieve fotoos waren getuind.

Nu is de schoppende Boliviaan van de foto vast ook niet blij dat hij van Saddam is bevrijd. Het kan hem vast niet eens schelen, want Bolivia ligt heel ver weg van Irak. En hij is vast niet betaald om een standbeeld van Saddam neer te halen. Dus dat kan het niet zijn. Maar zou een Boliviaans belang kunnen spelen? Voor zover ik weet is huidige president Evo Morales juist een volksheld die opkomt voor de armen en onderdrukten. Niet iets om tegen te demonstreren, tenzij je natuurlijk benadeeld wordt door de belangen van die onderdrukten. Voor een plaatselijke onderdrukker kan zoiets erg vervelend zijn. Wellicht wil zo iemand deze deurbestormer wel inhuren. Ideetje?

Ingehuurd of niet, deze onbekende man is alvast opvallend bezig met zijn onbekende deur. Voor onze uitleg zijn we geheel afhankelijk van het onderschrift.

zondag 25 november 2007

Banaan


Eigenlijk is het best een wonder wat er allemaal de winkel te vinden is. Fruit dat een halve wereld ver weg aan de boom hangt, en hier niet eens zou kunnen groeien, ligt gewoon in het schap. Het is zo fris als je kunt verwachten na een maand op een schip. Groen geplukt aan de tropische boom, en vers gerijpt in de container. En dan hoeven het niet eens Maracuja's, Paraguaya's of Paarse Kiwi's te zijn, want die moeten misschien nog wel ingevlogen worden. Je hebt ook al gewoon Grapefruits, Sinaasappels, en de huis- tuin- en keuken Banaan.


De meeste van onze bananen groeien op verre Zuid-Amerikaanse plantages, in Ecuador, Guatemala, of Costa Rica. Het zijn idyllische landen waar de zon warm schijnt, de stranden wit zijn , de bomen groen en de mensen bruin en gerimpeld. En alles groeit er razend snel, zelfs op telefoonkabels.


Maar vaak zijn de omstandigheden op die plantages niet per se arbeidsvriendelijk. Of in elk geval is het zwaar werk, en het loon van de plukkers bijpassend laag. In de jaren vijftig nog werden er doodseskaders ingezet om plukkers die teveel vroegen te terroriseren. Een voortvarend medewerker bij United Fruit greep in die tijd ook in toen de Guatemalese regering enkele kwartjes meer wilde gaan vragen per hectare grond1. De regering werd gewipt in een coup, en het begrip bananenrepubliek was een feit. Of het nu beter is valt te betwijfelen, want doodseskaders bestaan nog steeds. En dat geldt of je banaan of koffie of coke nu uit Columbia komt of uit Costa Rica of Mexico. En de pluklonen blijven in elk geval (te) laag.


Daarom ben ik ook voor Fair Trade. Geef die boeren en plukkers nou gewoon wat meer. Geef ze een eerlijke prijs voor hun handel, en geef ze daar ook de mogelijkheid om meer vruchten te plukken van hun plukarbeid. Daar wil ik best iets meer voor betalen. Dat vind ik prima.


Althans, tot ik in de winkel sta. Dan zie ik de sappige, grote bananen van een willekeurig niet-fair trade merk. En daarnaast liggen wat verdroogde, taaie banaantjes van de fair trader. De laatste zijn een euro duurder per kilo, ofwel 30% meer. Goed, ze zijn voorverpakt, gewogen en voorgeprijsd. Ze zijn voorzien van een fair trade stickertje zodat ik me beter kan voelen. In elk geval kan ik zo meer hoop hebben dat de boer echt wat geld voor zijn waar heeft gekregen. Maar ze kosten maar liefst een euro meer! En deze fair trade banaantjes zijn helemaal niet lekker!


Moet dat prijsverschil echt zo groot zijn voor zoveel kwaliteitsverlies? Natuurlijk zijn verantwoorde bananen ook vaak prima, en dat andere gele fruit ook vaak te groen of veel te bespoten. Maar het prijsverschil blijft over het algemeen redelijk groot, in het nadeel van de eerste. Hoe kan dat?


Fair trade bananen moeten natuurlijk gecertificeerd fair trade zijn, want anders zou elke boef er wel een zegeltje van betrouwbaarheid op kunnen plakken. Dat kost geld. Fair trade bananen moeten gescheiden getransporteerd en verwerkt worden. Kost ook geld. Er moet speciale reclame gemaakt worden voor fair trade. Nog meer geld. Verantwoorde banaan wordt in kleinere aantallen verkocht. Kost ook wat extra. En oh ja, die boer moest nog wat meer krijgen. Laat er van die hele euro rond een dubbeltje voor hem over zijn.


Eigenlijk zou ik wel willen dat die boer wat meer centen van de extra euro kreeg. En ik weet wel dat die centen bij hem veel meer waard zijn dan bij mij. Maar ik gun het hem gewoon. En zijn vrouw en kinderen ook. Als we hem nu eens een heel kwartje extra betalen per kilo. En dan doen we dat niet alleen bij fair trade bananen, maar bij alle bananen. Dan hoeven er ook geen extra kosten voor het transport, de gescheiden reclame en certificering meer betaald te worden. Want alle bananen worden dan fair trade. Dan kosten alle bananen voortaan een kwartje per kilo meer, en dat kwartje gaat dan helemaal naar de boer. Zou dat niet mooier zijn?


Nu alleen nog Dole, Del Monte, Chiquita en andere grote handelaren zo ver krijgen. Groot ondernemers, de bal ligt bij u. Wij als klant betalen het vast wel. Voor de boer en zijn dorp.


1 Zie bijvoorbeeld:

query.nytimes.com/gst/fullpage.html?res=9E0DEED6173DF933A1575AC0A960958260

of in Wikipedia
en.wikipedia.org/wiki/1954_Guatemalan_coup_d'etat

prijsopbouw van een banaan
www.maxhavelaar.org/pages/template.asp?rID=57&produktID=2


vrijdag 23 november 2007

Mooi...



Vanochtend zag ik haar nog vanuit de bus. Ze is mooi.

Haar kaaklijn is sterk, ze heeft een mooie lach, een lange hals en een knappe neus. Haar ogen sprankelen je tegemoet. Haar donkerblonde haar hangt lang over haar schouders.

Erg mooi om te zien. Soms draagt ze het ook anders. Want verderop zag ik dat ze haar haar in een staart had gedaan. Ook mooi.

Natuurlijk zijn er erg veel mooie vrouwen. Vrouwen met schitterende ogen, een enthousiaste lach, een verlegen oogopslag, een slaperige zachte blik, wilde vrije haren, een verleidelijke lijn, aanstekelijke levenslust, of met prachtige rimpeltjes van wijsheid. Maar zij valt extra op. Vaak staat ze daar dan zomaar ineens, bij de halte. En dan lacht ze mysterieus en verleidelijk gelukkig tegelijk. Ze heeft iets onpeilbaars, iets onaantastbaars, iets onbereikbaars. En ja, zoveel vrouwen staan natuurlijk niet op straat in niets dan hun ondergoed. Zij wel.

Helaas is ze al bezet. Ze is van een vent met brede schouders. Ik vind hem niet zo. Zou ze echt voor hem hebben gekozen? Ik weet niet echt hoe hij is, natuurlijk. Ik kan zijn gezicht zo niet zien, want hij staat met zijn gespierde blote rug naar me toe. Bezitterig is hij wel. Of is het alleen trots? Tenminste vindt hij haar ook wel mooi. Dat schrijft hij ook: “Mooi...”. Maar dan schrijft hij dat ze van hem is: “van Cen A.”

Ik kijk nog eens goed naar haar als de bus toevallig naast haar stopt. Het staat er toch echt weer. Ze is van Cen A. Zou die man nooit van zelfbeschikkingsrecht gehoord hebben? Of zou zij het misschien zelf geschreven hebben? Zo dat zij kan pronken en tegelijk beschermd blijven tegen al te plakkerige verliefde aanbidders. Als ze te dicht bij haar komen dan slaat hij er wel op.

Een stem fluistert in mijn oor dat Cen A. helemaal geen breedgeschouderde man is. Het is een groot handelsconcern. Dat kan niet, denk ik dan. Zou zo'n concern dan werkelijk zo open vrouwenhandel durven drijven? Nee het gaat niet om haar, zegt de stem dan, het gaat om haar ondergoed. Het concern verkoopt ondergoed, en zij is alleen een model dat het ondergoed draagt. Ook dat geloof ik niet. Het ondergoed is best leuk, maar zo mooi is het ook weer niet. En waarom laten ze dan niet gewoon alleen het ondergoed zien als het daar om gaat? Nee, ik denk dat Cen A. zich graag de schoonheid van de mooie vrouw wil toeeigenen. Als Cen A. die mooie vrouw heeft, dan is hij zelf tenminste ook iets. Ik denk dat het zo zit.

Zij kijkt er niet anders om. Alsof de tekst haar niet raakt.

Ik weet nog steeds niet hoe ze heet. Maar ik weet wel dat ze niet echt van Cen A. is.

Voor mij is ze gewoon mooi.

En ze is helemaal van zichzelf.