vrijdag 7 november 2008

Betalen


“En toch blijf ik het idee hebben, dat er ergens mannen in grijze pakken heel hard zitten te lachen. En dat ze al dat geld zo bij elkaar graaien.” Mijn opdrachtgever maakt een grote beweging met zijn arm, en hij rolt met zijn ogen. Natuurlijk hebben we het weer over de kredietcrisis, die inmiddels beurscrisis en bankencrisis heet. Hij zou best eens gelijk kunnen hebben. Er schijnen weer meer auto's van Rolls Royce verkocht te worden, de Quote 500 zijn samen ondanks verliezen toch weer een stuk rijker, en de handel in peperdure jachten doet het ook erg goed.
Maar ik zeg maar even niets.

“Heeft de regering Fortis nu helemaal opgekocht? Waar gaan ze dat geld eigenlijk vandaan halen?”
“Dat hangt er van af” zeg ik “of ze iets nieuws verzinnen”. Gewoonlijk komt de staat aan extra geld door staatsobligaties uit te schrijven. Dat zijn een soort schuldbekentenissen van de staat. Die schuldbekentenissen worden dan gekocht door geldschieters. Later haalt de staat het geleende bedrag plus rente weer op. Door belasting te heffen. Dan betalen wij het uiteindelijk dus.

Of de staat kan later nationale bedrijven verkopen. Die banken die nu worden uitgekocht bijvoorbeeld. En als de staat daar winst op maakt, maken die banken dus verlies. En dat verlies moeten ze dan weer terughalen. Bij de klant. Dan betalen wij het uiteindelijk dus ook.

Nu hebben de banken op dit moment even geld te kort, dus het zou kunnen dat de centrale bank moet inspringen. Die drukt dan wat geld bij. Gevaar daarvan is wel dat er te veel geld op de markt komt, en dat de waarde van het geld verwatert. Dat heet dan inflatie. En dat schijnt slecht te zijn. Want dan zakt onze koopkracht, en betalen wij dus met zijn allen het verschil.

Dus is het wel belangrijk dat de staat dan weer belooft dat bijgedrukte geld heel erg snel terug te zullen halen. Alweer bij ons, dus. Dan betalen we het toch maar in belasting.

Eigenlijk betalen wij het dus altijd.

Mijn tafelgenoten zijn even stil. Ze lijken niet tevreden met mijn antwoord. Ik geloof dat ze hopen dat ik geen gelijk heb. Ik ook.

Rommelhypotheek


“Waar is al dat geld eigenlijk gebleven?” roept een andere tafelgenoot.
“Het kan toch niet zomaar verdampen?”
Ja. Dat is een goede vraag. Kan dat nu wel of niet? Als jij je schuur op een paar miljoen waardeert, en je er uiteindelijk maar een paar duizend voor krijgt, dan is het natuurlijk geen echt verlies. Maar als iemand die schuur van jou heeft gekocht voor een paar miljoen, en er dan maar een paar duizend voor terug krijgt, dan is hij dat geld toch echt kwijt. Aan jou, wel te verstaan.

De credietcrisis zou volgens veel berichten zijn veroorzaakt door heel veel “rommelhypotheken” uit de V.S. Banken hadden hypotheken verstrekt aan mensen die het niet konden betalen, voor huizen die hun koopsom nu lang niet waard zijn. En het recht om geld bij deze arme mensen te innen, werd vervolgens verwerkt in een financieel “product”. Dat product werd dan weer verkocht aan andere banken en investeerders over de hele wereld. Niemand wist wat ze hadden gekocht, maar dat deed er blijkbaar niet toe. Waarom niet? Geen idee.

De hypotheken waren verkocht met een rente die het eerste jaar laag zou zijn, en daarna marktconform. En omdat de rentes laag leken te blijven stapten veel mensen blijkbaar in. Maar... de te betalen rentes gingen vervolgens fors omhoog, en diezelfde mensen konden het niet meer opbrengen. De schulden bleken dus oninbaar. De bewoners werden uit hun huis gegooid om het huis te verkopen, en toen bleken al die huizen hun oorspronkelijke hypotheek niet op te brengen. Jammer voor de bank.

Nu zitten de schuldeisers dus met heel veel vastgoed wat op dit moment even niemand kan of wil kopen voor de vraagprijs. En heel veel andere mensen zitten zonder huis. Eerlijk gezegd vind ik dat laatste erger. Maar ja, wij horen hier in Europa natuurlijk vooral over de kredietcrisis, en niet over de daklozencrisis in de VS.

Want van de kredietcrisis hebben wij in Europa wel last. Het recht om de schulden met rente terug te innen van die daklozen was namelijk verwerkt in financiele “producten”. Die producten waren ook door onze banken gekocht. En nu zijn de producten dus bijna waardeloos. Eigenlijk zijn het niet eens producten.

Maar onze banken hebben er wel voor betaald. Hebben dan de originele verkopers van deze hypotheken de meeste winst ingepikt? Misschien wel. Wie weet.

Wie waren dat dan eigenlijk? Als ik het goed begrijp waren dat voornamelijk de Freddie Mac en Fannie Mae. Hun rare namen zijn verbasteringen van “Federal National Mortgage Association” (FaNnie Mae) en “Federal Home Loan Mortgage Corporation” (FeDeRiH MaC). Het zijn dus zeg maar twee overkoepelende hypotheekbanken of eigenlijk verzekeraars, die ooit rond 1970 half onafhankelijk waren gemaakt van de overheid, en zij moesten een soort buffer vormen op de hypothekenmarkt. Dat hebben ze heel lang vrij redelijk gedaan.

Oh. Geen wonder dat die “producten” werden vertrouwd. Ze kwamen dus van jarenlang betrouwbare bijna-overheidsinstellingen af. Die gaan niet zo snel failliet ofzo. “Dus dat is wel prima” moeten al die banken gedacht hebben. En daarom kochten ze die producten dan ook.

Maar sinds de laatste paar jaren is het helemaal mis gegaan. Fannie en Freddie hadden te veel uitgeleend. Mismanagement? Vast wel. Verandering van strategie? Jazeker, want de regering Bush wilde meer eigen woningbezit stimuleren. Daarom waren de instaprentes ook zo laag. Een soort Nationale Hypotheekgarantie. Maar dan mislukt.

En er was ook sprake van grote fraude. Een stijging van 1400% in de laatste tien jaar, vooral sinds 2003. Er werden zelfs veel huizen verkocht aan mensen die niet eens bestonden.*

Hoe dan ook. Het ging zelfs zo mis dat beide banken nu onder curatele van de schatkist zijn gebracht. Hun schuldeisers hebben voorlopig even pech. Pech met veel nullen.

En waar het geld van Freddie en Fannie gebleven is? Misschien dat de schatkist het al heeft ingepikt? Misschien dat het management nu op de Bahamas zit met miljarden? Misschien dat niet bestaande personen in niet bestaande huizen nu heel rijk zijn? Heel vaag.

Speurend op internet probeer ik tot diep in de nacht uit te vinden wat er nu precies is gebeurd. Heel veel meningen. Heel veel woorden, steeds weer nieuwe termen. Steeds weer andere manieren om geld rond te schuiven. Ik snap er steeds minder van.

Hier is je geld, en nu is het weg! Het gevoel bekruipt me dat het allemaal een grote goocheltruc is. Ik vraag me af of de gedupeerde fondsen en banken dat gevoel ook hebben.

Bronnen o.a.:

en.wikipedia.org/wiki/Subprime_crisis_impact_timeline
en.wikipedia.org/wiki/Timeline_of_the_United_States_housing_bubble
en.wikipedia.org/wiki/Us_debt

* Wie weet, bestaan veel van de huizen ook niet eens echt...
zie: www.fincen.gov/MortgageLoanFraud.pdf

dinsdag 28 oktober 2008

Dollars


“Maar wie bedoel je dan?”
“De Verenigde Staten van Amerika”
“Ik wist niet dat hele landen ook op de beurs konden staan?”
“Nee. Ik bedoel hun Federal Reserve.”
“Hun wat?”
“De centrale bank van Amerika, zeg maar. Die heeft heel veel geld ter beschikking, maar eigenlijk ook enorme schulden aan de rest van de wereld.”
“Dat weet ik toch niet?”

Tja. Daar heeft mijn vrouw wel een belangrijk punt.
Dat weet natuurlijk niet iedereen. Misschien de meeste mensen wel niet. En dat heeft dan niets te maken met hoe slim ze zijn. Want economisch nieuws is best vaak saai. Of onbegrijpelijk. Of allebei.

In mijn vorige column dacht ik een verschrikkelijke conclusie getrokken te hebben. Ik beschuldigde impliciet een van de machtigste landen ter wereld van de huidige beurscrisis. Ik was namelijk op zoek naar een partij die de beurs zo negatief zou willen beinvloeden als nu gebeurt, en het bovendien zou kunnen. Terwijl ik schreef, kon ik maar aan één echte kandidaat denken.
De centrale bank van de V.S.
Ook niet leuk. Wil ik die arme regering Bush, die al zoveel te verduren krijgt, een beetje ontzien, en dan kom ik toch bij hen uit.

Dus ik schreef het maar niet op. Wie weet vergeet je een andere partij die er veel meer baat bij heeft. En in een rechtbank was mijn redenering toch onvoldoende geweest. Laat lezers maar zelf conclusies trekken en nadenken. Ik heb het geweten. “China”, “Arabische banken”, “hunnie”. Nee. Die bedoelde ik niet.

Waarom ik dan juist aan de “Fed”, de Federal Reserve denk? Er zijn natuurlijk meer grote banken die de beurskoersen kunnen sturen, omdat zij zoveel aandelen in handen kunnen hebben. Dat is waar. Er zijn er meer die de beurs kunnen laten inklappen, en hele banken failliet laten gaan. Maar alleen een partij die ook echt geld nodig heeft, of binnenkort nodig gaat hebben, neemt zo een krankzinnige, onprettige actie.

En de VS gaat veel geld nodig hebben. Niet omdat hun beurs is ingeklapt. Maar wel omdat ze heel lang, heel veel te veel dollars hebben uitgegeven. En die dollars zijn nu onderweg terug.

Nee, ik wil niet de zoveelste zijn die zegt dat de Amerikaan te veel heeft geconsumeerd. Dat is natuurlijk wel zo. Maar dat is niet omdat de gemiddelde Amerikaan slecht van inborst is, want dat is hij of zij niet. Dat te veel uitgeven is gewoon omdat het kon.

Na de tweede wereldoorlog was de wereld namelijk een puinhoop. Er moest heel veel opnieuw opgebouwd worden. En er was op dat moment maar een enkele munt die zo betrouwbaar was, dat hij gebruikt kon worden om een betrouwbare nieuwe wereldeconomie mee op te bouwen. Dat was de dollar. Want hoe veel de VS ook in de oorlog had gestopt, hun eigen grondgebied was vrijwel onaangetast gebleven. Hun economie was als enige nog echt in tact. De VS kon tenminste borg staan.

En dus werd de dollar in feite de wereldmunt. Dat werd nog eens versterkt omdat al snel was afgesproken dat ruwe olie alleen voor dollars zou worden verkocht. Als je als land olie wilde kopen, had je dollars nodig. Als je hulp van Amerika wilde, dan had je dollars nodig. Dus elk land deed zijn best om een grote dollar-voorraad aan te leggen. En die kreeg je alleen door (indirect) aan de VS diensten, grondstoffen en produkten te leveren. Want er is maar één partij die dollars mag laten drukken, en dat is de centrale bank van de VS. De Federal Reserve, dus.

Heel lang gaf Amerika zo heel veel dollars uit die nooit in het thuisland terugkwamen. Die dollars verdwenen in buitenlandse dollar-reserves. Die kwamen in handen van bijvoorbeeld arabische oliebaronnen of chinese speelgoedfabrikanten, maar vooral ook in grote europese of aziatische banken. Ze werden zelfs gebruikt om te handelen buiten Amerika om, als tussen-valuta, of als “betrouwbaar” internationaal – zwart en wit - geld. Vaak genoeg heb ik in een derde wereldland gestaan, waar ze liever dollars dan hun eigen valuta wilden. Dollars waren goed.

Amerika hoefde eigenlijk nooit echt te werken voor die dollars die niet thuis terugkwamen. Die waren een keer gedrukt voor de Federal Reserve, uitgegeven, en dat was het dan. Het was als het ware gratis extra geld.

Tot op een dag de euro werd ingevoerd. Toen ontstond in een klap een nieuwe sterke munt die zou kunnen concurreren met de dollar. Sommige OPEC-leden boden prompt aan ook hun olie in euro's af te rekenen. Zoals Iraq, Iran en Venezuela. Dat viel een tikje verkeerd bij de VS.

Maar ergens hadden deze landen natuurlijk wel een punt. Waarom zou je alles met dollars doen als je ook andere keuzes hebt? En bovendien, iedereen had al zoveel dollars, nu wilden ze wel eens een nieuwe munt gaan verzamelen. De dollar werd minder interessant om te houden. Al die opgepotte dollars, van alle landen in de wereld, waren nu ineens wel terug op weg naar de VS.

Nu is het normaal de taak van de Federal Reserve om die dollars die terugkomen op te kopen. Op die manier voorkomt de Federal Reserve dat de waarde van de dollar te veel daalt. Maar dan moet de Fed daar wel tegenwaarde voor hebben. Euro's. Of Yen. Of goud. Of desnoods staatsobligaties van de VS. En zo veel heeft de Fed helemaal niet meer, en ook nooit gehad.*

Ik zie hem al, de arme Bernanke, directeur van de Fed op dit moment. “Misschien wilt u wat verse dollars? Die kan ik wel drukken!” Nee. “Ik kan echt niets voor die dollars bieden. Misschien kunt u er nog wat aandelen van kopen? Ik heb nog een kennis met wat afgeleide produkten, gebaseerd op waardeloos vastgoed. Oh, die wilt u ook niet meer? Die had u al en die wilt u ook kwijt? Wilt u een leuke investering in Iraakse olie dan? Oh, de olieprijs zakt ook weer? Oh jeee...”

Dus die vrije dollars gaan op de vrije markt. En aangezien niemand ze meer wilde, want iedereen had ze al, begon de prijs van de dollar al aardig te zakken. Zeker ten opzichte van de olieprijs. Maar ook ten opzichte van de euro en de yen. Misschien was de dollar al op weg naar een vrije val zonder eind. Met een beetje pech zou de rest van de wereld dan in één keer de VS kunnen leegkopen.

En toen ineens... klapten beurzen wereldwijd in, vielen hele investeringsbanken om, en niemand snapte meer waar ie nu precies in geinvesteerd had. Ja, het geld kwam niet meer terug. Dat was wel duidelijk. Daarom moeten al die banken en Wall Street nu ook “gered” worden.

Natuurlijk is het dan nog niet gezegd dat de Federal Reserve daar achter zit. Dat weet ik ook wel. Maar ondanks alle zakkende AEX-en doet het aandeel Federal Reserve het nu wel goed. Want hun aandeel: de dollar, die stijgt ineens weer.

bronnen o.a.:

en.wikipedia.org/wiki/Petrodollar
en.wikipedia.org/wiki/Eurodollar
en.wikipedia.org/wiki/Federal_Reserve_Bank
Petrodollar Warfare, 2005, William Clark

* Natuurlijk ben ik dan nieuwsgierig hoeveel vrije dollars er dan ongeveer buiten de VS rondzwerven. Maar dat blijkt nog niet zo makkelijk te vinden te zijn. Niet omdat het niet bijgehouden wordt, maar omdat de Fed, die het bijhield, het niet meer openbaar maakt sinds maart 2006. Ik zou het bijna typisch noemen. Maar laten we aardig blijven. Je kunt dan alleen schatten op basis van andere cijfers, zoals de reserves die andere landen openbaar maken. Maar daar zitten compleet vrije fondsen van Arabische prinsen of Hedge Funds dan natuurlijk niet bij. Ach ja. Kijkend naar de Wikipedia-lijsten loopt het in elk geval in de duizenden miljarden.

Let overigens op dat de nationale schuld van de VS die op de "debt clock" staat niet precies hetzelfde is. Dat is de schuld van de gemeenschap/staat aan andere partijen, dus buitenland, binnenland en Fed.

zie o.a.:
www.ny.frb.org/aboutthefed/fedpoint/fed49.html
themessthatgreenspanmade.blogspot.com/2005/11/repos-and-eurodollars-in-stealth-mode
en.wikipedia.org/wiki/List_of_countries_by_foreign_exchange_reserves

donderdag 16 oktober 2008

Profijt


“Petje af trouwens”, zegt een bevriende collega, “toen je de beurs al jaren terug een piramidespel noemde had je gelijk. Nu de beurs instort heb ik het al verschillende experts zien zeggen.” Afgelopen week is de Ijslandse economie ook ingestort. “Dat had je goed gezien, dat die economie verrot was,” sms-t een andere vriend. De complimenten zijn fijn. Maar of ik nu blij moet zijn dat ik gelijk krijg, weet ik eigenlijk niet.

De afgelopen weken is de kredietcrisis naar een nieuw hoogte-, of eigenlijk dieptepunt aan het bewegen. De ene na de andere bank valt (bijna) om, beurzen verliezen 8% indexwaarde per dag en krantenkoppen zijn bijna even paniekerig als de investeerders waarover ze schrijven. Hele landen vallen zelfs om. Want Ijsland, dat compleet van importen afhankelijk is, weet nu al helemaal niet meer wat ze zouden moeten exporteren om te overleven. Hoge rente kunnen ze in elk geval niet meer bieden, want het geld van hun nieuwe bank Icesave is al op.

Volgens de media is het paniek. Paniek met een grote P. “Investeerders panieken te veel,” schrijven de kranten, “en daarom stort ons financiele stelsel in.” Dat zij zelf in de paniek bijdragen schijnt er verder niet toe te doen. Want als je in de paniek schiet doe je nu eenmaal domme dingen, en dan gaat het mis.

Maar wie zijn die paniekende investeerders eigenlijk? Want ze panieken wel heel erg. Aandelen in noodlijdende banken en andere paketten worden in grote getale aangeboden, en dat drukt natuurlijk hun prijs. Dat heet dan markt-mechanisme. Als ergens te veel van wordt aangeboden, wil niemand het hebben. Jammer genoeg is de eigendom van aandelen nogal geheim, dus wie precies wat doet is niet echt duidelijk. Mij in elk geval niet.

Wie zouden het dan kunnen zijn? Ik kan natuurlijk de beurzen gaan bellen om te vragen, maar als ik al iemand aan de lijn krijg die meer weet, denk ik niet dat die zijn beursgeheimen gaat vertellen. Misschien nog net aan onze minister van financieen, of aan de rechtbank. Niet aan mij.
Dus net als de meeste mensen tast ik in het duister. Fijn.

Toch kan ik me niet zo goed voorstellen dat een investeerder gauw zijn aandelen gaat verkopen als de beurs zo hard instort. Tenminste, als je je kunt veroorloven om de aandelen vast te houden. Reken maar uit. Als je met zijn allen in paniek gaat verkopen, daalt de prijs alleen maar verder, want dan wordt het aanbod te groot. Dan kun je beter even wachten tot de prijs weer wat stijgt omdat het te grote aanbod weer wat afneemt, en dan pas mondjesmaat aanbieden. Of je houdt het vast, er op vertrouwend dat de prijzen wel weer omhoog gaan, al duurt het even. Met zijn allen panieken is ongeveer het domste wat je kunt doen.

Dan kan ik me maar twee redenen voorstellen waarom je als handelend investeerder wel je aandelen zou dumpen. Of je moet wel, omdat je anders morgen failliet gaat bijvoorbeeld, of je verwacht er op de een of andere manier toch profijt van te trekken.

Dat je als bank dreigt failliet te gaan, en daarom moet verkopen, dat zou kunnen. Het lijkt me erg lastig als je kwartaalcijfers niet uitkomen omdat je aandeel te laag staat. Dan zou ik ook wel bij andere banken, de centrale bank, of zelfs de overheid aankloppen. Help! Hebben jullie nog wat geld?

En profijt trekken, dat kan ook. Want er zijn allerlei constructies waarbij je op de beurs winst kunt maken uit andermans verlies. “Short selling”* heet dat dan meestal. Je speculeert er dan op dat het aandeel zakt, en als het zakt, dan heb jij winst.

Het leukste wordt het natuurlijk als je dan ook zelf kunt beinvloeden wat het aandeel gaat doen. En dat kan als je heel veel aandelen in handen hebt. Die zou je dan allemaal tegelijk kunnen dumpen, en dan zakt de prijs lekker. Daar verdien jij dan weer aan.

Ja, inderdaad. Dat doe je natuurlijk nooit met je eigen aandelen. Maar met andermans aandelen...
Uitermate onverantwoord natuurlijk. Krijg je een slechte naam van. Als men uitvindt dat jij het doet, tenminste. Dan moet je jezelf dus goed verbergen. En daar is dat beursgeheim dan toch weer handig voor. Dan moet je werken via schimmige BV's. Dat soort schimmige BV's komt nu ook bovendrijven. Maar wie financiert die BV's dan?

Wie zou er indirect zo veel aandelen in handen kunnen hebben, dat je hele banken kunt laten omvallen? Wie zou er zo rijk kunnen zijn? En wie zou er zo rijk kunnen zijn dat je dat meerdere keren kunt doen? Als er eenmaal een kettingreactie op gang komt gaat het wellicht sneller. Gecombineerde hedge funds? Andere grote banken? Pensioenfondsen? Staatsbanken?

Het moet in elk geval iemand zijn die blijkbaar denkt nog heel veel geld meer nodig te hebben. Want als je al zo rijk bent, en je hebt nog niet genoeg, dan moet je wel desperaat zijn. Misschien als je een hele grote schuld hebt. Wie heeft er zo een enorme schuld? En aan wie dan?

Een schuld aan de rest van ons misschien? Een heel erg grote speler met een enorme schuld aan de rest van de wereld. Wie is dat?

Ik schrik eigenlijk als ik dit opschrijf. Want ik heb eigenlijk best een idee wie die partij zou kunnen zijn. En als dat waar is, dan is het misschien niet eens het allerslechtste wat ze kunnen doen. Ook voor ons allemaal.

Ik mijmer er nog steeds over door als ik met mijn vijfjarige dochter in de trein zit. Als ze wil weten waarover ik zit te peinzen, probeer ik dan toch maar in kindertaal uit te leggen over de bankencrisis. Een medepassagier begint te grijnzen. Hoe redt deze papa zich hier uit?
“Een bank is een plek waar we ons geld heen brengen. Dan beloven zij er op te passen, en daar geven zij dan ook een beetje meer geld voor terug. Maar nu zijn sommige banken heel erg geschrokken. Want het geld is ineens weg. Ze weten niet waar het is gebleven.”
Haar ogen beginnen te sprankelen. Ze weet het antwoord. Enthousiast roept ze: “Boeven!”
Ik lach. Misschien heb ik al teveel met haar gepraat.



Bronnen o.a.:
en.wikipedia.org/wiki/Short_selling
Guido Giacomo Preparata, Conjuring Hitler, 2005


* “Short selling” is ingewikkelde materie. Maar heel kort door de bocht kun je het als volgt zien. Je kunt bijvoorbeeld aandelen voor een weekje huren, en daar dan mee speculeren. De winst op het aandeel is dan (deels) voor jou, en je krijgt aan het einde van de termijn een afgesproken prijs voor je gehuurde aandelen terug. Als jij die gehuurde aandelen dan snel verkoopt, de waarde van het aandeel zakt, en je koopt ze weer goedkoper terug voor je ze terug moet geven aan de verhuurder, dan is het verschil in prijs jouw winst. De oorspronkelijke verhuurder van de aandelen zal dat geen goede grap vinden, maar dat hoort bij het risico.

Het recent genationaliseerde Fortis was inderdaad een van de grotere verhuurders van aandelen. Mellon en JP Morgan Chase, die mogelijk als eerste "gered" gaan worden met een financiele injectie in de VS, zijn twee andere grote uitleners.

dinsdag 30 september 2008

Stalling


Een meisje met een rode jas komt op me af.
“Wilt u ook een handtekening zetten voor meer gratis fietsenstallingen?”
Ik twijfel geen moment, zelfs al heb ik haast. Ja. Natuurlijk!
In onze woonplaats kampt het station al tijden met een schrijnend tekort aan plek voor fietsen. Net als in veel andere plaatsen.

Een paar weken terug zou ik niet zo grif ja hebben gezegd. Toen keek ik er midden in de nacht even heel anders tegen aan.

Echt vrijwillig was het niet dat ik zo laat met de trein reisde. Met ongeveer de laatst mogelijke verbinding reed ik mijn thuisstation binnen. Ver na twaalven. Niemand anders stapte uit. Behalve een conducteur en een machinist. Ik zou dus de laatste zijn die zijn fiets ophaalde. Een lege stalling, dat zou ik wel eens willen zien.

Edoch, de stalling was niet leeg. Helemaal niet. Minstens twee derde van de 3000 plaatsen waren bezet. Er waren natuurlijk heel veel lege plekken. Maar nog veel meer volle plekken. Midden in de nacht! Treinen voor passagiers rijden niet eens meer! Zo'n raadsel kon ik met mijn slaapdronken hoofd niet aan. Waarom stonden al die fietsen er nog?

Hadden zwervers ze er neergezet? Was iemand een clandestiene fietsenhandel begonnen, en was dit zijn noodstalling? Waren mensen massaal langdurig uit de stad vertrokken, en parkeerden ze hun fiets hier omdat hun laatste trein die naar Schiphol was? Of zouden er zo veel dronken mensen met de trein voor mij zijn gekomen, en hadden zij besloten te lopen of een taxi te nemen, om zo een bekeuring voor beschonken bestuurders te voorkomen?

Duizenden fietsen. Midden in de nacht. Netjes op slot. Hoe kan dat nou? Misschien heeft onze wethouder zich dat ook wel afgevraagd. Ik zie hem al malen, net als ik. “Mensen zijn gewoon gestoord. Ze hechten niet aan hun fiets. En de stallingen slibben alleen maar dicht. Sleep die fietsen maar allemaal weg!” Zoiets overwoog ik in elk geval wel.

De wethouder besloot zo kort geleden zijn belofte dat er meer gratis stallingen zouden komen toch maar niet waar te maken. Althans, die indruk wekten de kaartjes op verkeerd geparkeerde fietsen. “Als u uw fiets de volgdende keer weer zo neerzet wordt hij verwijderd. Met vriendelijke groeten van de gemeente.” Als er geen plek is, dan moet je je fiets maar in de bewaakte fietsstalling neerzetten.

Maar ja, de bewaakte fietsenstalling werkt niet voor iedereen, want die heeft mensvriendelijke openingstijden voor haar werknemers. Die is dus 's nachts als je met de laatste trein komt al dicht. En je moet er voor betalen, en extra handelingen verrichten – dat kost weer extra tijd, die je niet hebt als je te krap plant om je trein te halen.

En waarom zouden juist de mensen die hun fiets niet meer kunnen parkeren gestraft moeten worden? Zij hebben er toch ook juist last van dat er geen vrije stallingen meer zijn? Zij kunnen hun fiets ook al niet meer aan de kabel hangen, dus die kan dan weer makkelijker door een ondernemend iemand worden gestolen. Dus juist zij lopen al meer risico.

Pas toen ik ochtenden later vergeefs een plaatsje zocht begreep ik waarom al die andere plaatsen dan toch bezet zijn. Allerlei mensen die uit het station kwamen spoedden zich naar de rekken, en trokken hun fietsen er uit. Zo konden zij naar hun werk, en ik kon mijn fiets kwijt. Eerlijk oversteken.

Veel, of misschien wel de meeste plekken zijn dus wisselplekken. 's Nachts staan de fietsen er van die mensen die naar huis terug zijn geforensd, of zij die nachtdienst hebben. En overdag staan er de fietsen van diegenen die juist weg zijn gegaan van huis, om in een andere stad te werken. Dus als je krap telt, zijn er wellicht bijna genoeg plaatsen.

Behalve tijdens de spits. Tijdens het wisselen dus. Dan willen veel reizigers al hun fiets kwijt, terwijl degene die hun plaatsje bezet houdt nog met de trein moet om bij de stalling te komen. En omdat hun baas vast niet wil wachten parkeren ze uit wanhoop maar “verkeerd”. Dat er uiterlijk diezelfde nacht heus wel een plaatsje is in de rekken, daar heeft baas natuurlijk geen boodschap aan.

Heus, er zal vast wel eens een “geleende” fiets of een wrak tussen de rekken staan. Of een fiets die om een andere reden is opgegeven. Maar als je wilt dat mensen netjes parkeren, en bovendien op tijd op hun werk komen, dan zijn die extra rekken dus nodig. In de hoogte, op de trottoirs aan de overkant, desnoods op het terrein wat nu van Q-park is.

En is het eigenlijk niet geweldig dat er al zoveel mensen structureel met de trein gaan, dat er op heel veel stations te weinig stallingen zijn? Al deze mensen staan in elk geval al niet meer in de file, en ze dragen ook bij aan een schoner milieu. Door te treinen en te fietsen. Mooi toch? Dat verdient volgens mij dan ook een practisch steuntje in de rug. Een kaartje aan elke verkeerd geparkeerde fiets met “Dankuwel dat u uw fiets riskeert, voor een beter milieu en minder files” zou al mooi zijn. Maar extra stallingsmogelijkheid ware nog veel beter.

woensdag 10 september 2008

Bloemen


“Gooi je nu veel weg?” vraag ik aan de bloemiste.
Ze gebaart naar een grote vuilniszak waar prachtige witte bloemen uit steken. Ik vermoed dat hier nog heel wat boeketten uit samengesteld kunnen worden.
“Heel wat” zegt ze, “maar dat is nu eenmaal onze policy.”

Ik heb net een grote bos bloemen bij haar gekocht, of eigenlijk twee bossen voor de helft van de prijs. Ze vond namelijk dat de bloemen al wat minder aan het worden waren. Ze haalde de slechte er dus uit, en maakte uit twee bossen een enkele grote bos. Normaal zou ze de oranje bloemen afgeschreven hebben, denk ik. Maar ik wilde per se deze, en niet het andere kleurtje.

Thuis is mijn vrouw er erg blij mee. De vorige bos was net op. Eerlijk gezegd neem ik niet zo vaak bloemen mee. Dat zit nog niet echt in mijn mannelijke systeem. Maar ja, je moet toch ergens beginnen. De volgende dag heeft onze vijfjarige ineens een bruin-oranje rand om haar neus. Bloed? Nee. Het is stuifmeel. “Ze ruiken heerlijk!” roept ze nadat ik haar neus heb afgeveegd. En weer duwt ze haar neus diep in de lange stampers.

Ik ben best dankbaar dat de bloemiste mij meer van die mooie bloemen mee gaf voor dezelfde prijs. En zij is er denk ik wel blij mee dat ik ze toch nog wilde hebben. Bloemen vergaan nu eenmaal, net als verse groenten en verse etenswaren. En alles wat je niet verkoopt, moet je weg gooien of weg geven.

Het gekke is dat een goede handelaar dat natuurlijk in zijn prijs verrekent. Je weet dat je een deel niet zult verkopen, of in elk geval niet zult kwijtraken met winst. Dus je moet dan meer winst maken op dat deel wat je wel verkoopt. En hoe hoger je vaste lasten, en hoe vergankelijker je koopwaar, hoe groter die winstmarge zal moeten zijn. Daarom zijn verse verse spullen en de nieuwste mode relatief zo duur.

Maar hoe hoger je prijs is, hoe minder je er wellicht weer van verkoopt. Dan houd je nog meer over, zeker als je wilt concurreren en je klanten een wat ruimere keus wilt bieden. Dan moet je nog meer weg gooien. Of weg geven – of goedkoper verkopen. Maar als je dat doet, kopen klanten wellicht je duurdere verse product weer minder. En dan maak je toch weer te weinig omzet.

Ik kan me zo voorstellen dat je daar als winkelier toch wat schizofreen van wordt. Enerzijds moet je klanten verlokken om het duurste van het duurste verse spul te kopen. Want daar draai je je winst op. Maar anderzijds wil je je oudere waar toch ook niet zomaar weg gooien – als je tenminste om je waren geeft. Of als je ecologisch bewust wilt zijn. Dat is best lastig, als je weer een hele stapel broodjes overhoudt aan het einde van de dag. Best zonde, en vaak te veel om aan je werknemers op te voeren.

Dagen later peins ik nog steeds na over de volle vuilniszakken van de bloemiste. Hoeveel van al die mooie bloemen die ze heeft uitgestald zullen nooit de tafel van een klant bereiken? Misschien wel een kwart. Dat zou best veel zijn, maar het zou ook wel eens kunnen kloppen. Ik probeer me maar te troosten met het idee dat toch heel veel mensen ook van al die bloemen hebben genoten terwijl ze langs het stalletje liepen.

Ja, dat kan ik natuurlijk best doen. Gewoon er van genieten dat er zoveel mooie bloemen bij de bloemist staan, zelfs als ik ze niet koop. Wat jammer dat je dat niet ook met eten kunt doen. Ondertussen bestel ik maar een appeltje bij een broodjeszaak, onderweg naar mijn afspraak. Het meisje peinst even voor ze me de appel geeft.

“Die appels geef ik weg” zegt ze, “ze zijn wat ouder en minder lekker. Ik wilde ze eigenlijk gaan afschrijven, maar ik vond dat ook zonde. Dus nu geef ik ze weg.”
Ik vraag me even af of ze mijn gedachten heeft gelezen.
“Ik zal 'm nog even voor je wassen”
Ze is een schat.

zaterdag 30 augustus 2008

Mest


Krab, krab, krab. Onze grijze kater – we hebben ook een rode – begraaft iets tussen de planten in de tuin. Kattepoep, natuurlijk. Heel precies had hij zich tussen de planten gepositioneerd, boven een zelf gegraven gat. En nu begraaft hij het weer. Onder donkere, droge aarde.

Eigenlijk zou ik misschien boos moeten worden. Maar in plaats daarvan besluit ik hem te vragen waarom hij dit toch doet.
“Heb je ergens geleerd om dit zo te doen?”
Hij zegt helemaal niets.
“Of zit het in je genen, dat je je poep in de tuin moet begraven?”
De grijze kater doet alsof ik niet besta. Dat kan hij heel goed.

Jammer. Ik had best willen weten waar hij deze briljante kennis heeft vergaard. Als ik zijn poep namelijk netjes laat liggen, vind ik er over drie of vier weken niets meer van terug. Ook niet als ik ga graven. Het is dan helemaal verteerd. En de aarde waarin het is verteerd is dan ook nog bemest. De plantjes zullen er alleen maar beter op groeien. Eigenlijk is het dus heel slim en ecologisch verantwoord, wat hij doet. Hij is een echte eco-kater.

Misschien zouden wij onze poep ook zo moeten begraven, in de droge aarde. Want het is namelijk droge aarde die poep verandert in nog meer vruchtbare droge aarde. Anderhalve eeuw geleden concludeerde een engelse dominee dit na nauwkeurige observatie. Ik weet niet of hij ook een grijze eco-kater had, maar hij heette in elk geval Henry Moule.

Moule knutselde een contraptie in elkaar met een emmer en een stortbak met aarde er in. Hij deed er een toiletbril bij, en voila, hij had het Aarde-Toilet uitgevonden. Of de Earth Closet, kortaf E.C., in tegenstelling tot de Water Closet of W.C. Als je doortrok kwam er een afgemeten hoeveelheid droge aarde op je uitwerpselen en je toiletpapier, en de stank was zo direct weg. Af en toe - ik denk wel een paar maal daags - moest je je emmertje legen, en dan liefst ergens waar je de tuin nog wilde bemesten.

Schoon en zonder water te verspillen. Moule vond zijn toilet dan ook veel beter dan de Water Closet. Een water toilet voert de uitwerpselen alleen snel af door het riool, maar verwerkt het niet. Moule probeerde zijn bemestte aarde uit in zijn tuin, en ontdekte dat het beter werkte dan kunstmest. Tussen 1850 en 1900 is er nog een ware race geweest tussen de E.C. En de W.C. Nu weet nauwelijks iemand nog dat het een alternatief was. Ik wist het in elk geval niet.

Moule had zelfs becijferd dat een gezin gemiddeld 50 kilo gedroogde aarde nodig zou hebben per week. Dus een stad als Amsterdam zou 15000 ton aarde in een week nodig hebben – beetje afhankelijk van de gezinsgrootte toen en nu - of 770 miljoen kilo per jaar. Natuurlijk zijn dat maar geleende kilos, want nog iets meer zou terugkomen als mest. En iedereen zou het in zijn eigen tuintje kunnen gooien. Ziektes zouden zich ook niet zo snel zouden verspreiden, want de aarde blijft in eigen tuin. En iedereen heeft lekker veel groen in zijn omgeving, zo.

Maar ja, in Amsterdam heeft bijna niemand een tuin, dus dat is dan niet praktisch. Voor kattebakken gaat het misschien nog net om een droge toiletvulling te gebruiken. Maar voor al die mensen die er wonen? Nee, dan moeten we toch maar blijven doorspoelen. Met vijftig kilo drinkwater per dag, in plaats van vijftig kilo aarde per week. Jammer.

Ik mijmer nog wat of wij zelf niet zo'n ding moeten bouwen. Op internet zijn vast bouwtekeningen te vinden van het originele patent. Zou onze tuin groot genoeg zijn? Waar zouden we onze aarde moeten drogen? Op de centrale verwarming? Gewoon zand werkt niet. Het moet wel aarde zijn zoals die waar plantjes in groeien. En waar zouden we het ding neer moeten zetten?

Ondertussen graaft nu ook de rode kater een kuil in de tuin. Ook hij wil een eco-kater zijn.
Maar mijn vrouw roept hem ter verantwoording.
“Foei! Moet je zien wat hij met de planten aan het doen is! Mispunt!”


bronnen o.a.:

Adam Hart-Davis & Paul Bader, 1997, The book of Victorian Heroes
Elmina T. Wilson, 1906, Modern conveniences for the farm home
en.wikipedia.org/wiki/Henry_Moule

maandag 14 juli 2008

Suiker


Terwijl ik de boodschappen in de tas doe, zet mijn dochtertje het winkelwagentje terug. Dat kan ze best. Ze is al bijna twee. En het is natuurlijk een klein winkelwagentje. Alleen moet ik even opletten dat ze de winkel niet enthousiast uit hobbelt, zo de straat op. Een jonge oma, niet mijn dochters oma, kijkt met me mee. “Je hebt je handen er maar vol aan” zegt ze half vertederd, “vooral als je er vijf hebt”.

Natuurlijk beaam ik dat, terwijl ik de tegenstribbelende avonturierster in haar fietsstoeltje hijs. Oma heeft vijf kleinkinderen. Vooral de oudste is best druk en eigenwijs. “Dat is een moeilijk kind” zegt ze zorgelijk. Ze vindt dat zijn gedrag lijkt op ADHD. Eigenlijk weet ze niet zo goed wat ze er mee aan moet, als de vijf volgende week komen logeren. “Minder suiker geven” zeg ik beslist.

Ze kijkt me even verwonderd aan. Ik vraag me af of ze denkt dat ik iets onzinnigs zeg. Maar nee. Alsof ze al over dezelfde wijsheid beschikte vertelt ze dan hoe ze snoep en koekjes al mijdt. Blijkbaar is het idee dat suiker kinderen druk en onhandelbaar maakt niet zo nieuw. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat onze ouders vonden dat we niet te veel moesten snoepen, en niet alleen omdat het slecht voor onze tanden is.

Ik merk het steevast aan mijn kinderen. Geef ze suiker en ze stuiteren wild door de kamer. Eigenlijk geen concentratie meer. Ze hebben in één keer zoveel energie dat het er ook direct uit moet. En als hun lijf dan tegenmaatregelen heeft genomen met insuline om de bloedsuikerspiegel weer naar beneden te krijgen, dan is de energie ook ineens weer op. Dan storten ze in en eindigen ze loom op de bank. Het lijkt bijna op ADHD, maar het is wel door suiker opgewekt. Bij hun vriendjes en vriendinnetjes werkt het ook.

“Suiker zit tegenwoordig bijna overal in” vertel ik oma. Het is verstopt. In de drinkyoghurt. In de worst. In de gezonde tussendoortjes en de vetarme hapjes.

Een paar jaar meewerken aan Keuringsdienst van Waarde heeft me een hoop geleerd. Hoe je een verpakking leest bijvoorbeeld. Sinds de jaren tachtig staat wettelijk verplicht op de meeste voedingsmiddelen precies vermeld wat er in zit. Er staat niet precies hoeveel, maar er staat wel op wat er het meeste in zit. Dat wordt dan het eerst genoemd, en op volgorde van veelheid volgt de rest. En ergens bovenaan het lijstje prijkt vaker wel dan niet: suiker. Soms heet het anders: glucosestroop, glucose, glucose-fructosestroop, rietsuiker, sucrose, sacharosestroop, fructose.

Niet alle suikers zijn even slecht. We hebben ze ook nodig. Maar liever niet zoveel geraffineerd produkt tegelijkertijd. Daar rekent ons lichaam nu eenmaal niet op. Sterker nog, op termijn schijnen we daar zelfs diabetes van te kunnen krijgen. En sommigen van ons worden er heel dik van. Dat weten we al best een tijdje. Maar waarom zit het dan bijna overal in?

Mensen houden nu eenmaal van zoet, zeggen de producenten en marketeers. Ja. Dat is wel weer waar. Maar zo veel? Panels van proevers worden dagelijks bezig gehouden om te bepalen hoe zoet of zout de smaak van het publiek dan wel is. En aan de hand daarvan wordt zoveel suiker toegevoegd als wij als consument schijnen te willen. Veel dus blijkbaar.

Of zou het toch weer met iets anders te maken kunnen hebben? Suiker is bijvoorbeeld goedkoop. Suikerbieten worden namelijk gesubsidieerd. Suiker is ook goedkoper dan noten, amandelen, cacao, zelfs goedkoper dan veel vetten. Vergelijk de prijs van een kilo suiker met die van een kilo boter en je ziet het verschil. Suiker kan dus ook een goedkoop vulmiddel zijn.

En suiker is ook bijzonder houdbaar, in geraffineerde vorm in elk geval. De suikerstroop voor onze pannekoeken houdt het over het algemeen jaren uit in de kast. Geen centje pijn. Kan vast nog wel een eeuw mee. Geen bacterie blijkbaar die er in overleeft.

Houdbare spullen kun je langer blijven verkopen. Je hoeft ze niet zo snel weg te gooien als je klant te lang draalt met afnemen. Dat is commercieel best interessant natuurlijk.

Bovendien werkt suiker goed om zure smaken te verhullen. En zuur kun je vaak weer goed gebruiken om voeding langer houdbaar te maken. Handig spul eigenlijk, dat suiker.

Ik weet niet of oma ook over al deze dingen nadenkt.
“Dus het zit overal in” peinst ze.
“Bijna overal” zeg ik.
“Dat is een goede tip”, zegt ze, “ik ga er eens goed op letten. Op de verpakking kijken, he? Dan neem ik mijn bril mee om de kleine lettertjes te kunnen lezen.”

Bronnen o.a.:
Keuringsdienst van Waarde, afl. Suiker
heel veel verpakkingen

zondag 13 juli 2008

Zoet


“Papa, we hebben een taart meegenomen”
Bovenop liggen grote sappige aardbeien. Dat ziet er lekker uit. We gaan aan tafel, en vijfjarige dochter en ik krijgen van haar mama een stuk kleverige aardbeientaart.
“Lekker!” roept dochter, en ze prikt druk met haar vork in de rode vruchten in gelei.

Maar na een paar hapjes legt ze haar vork neer.
“Het doet pijn aan mijn tanden”
“Vind je het te zoet?”
“Ja” zegt mijn dochter berustend, alsof ze voor de zoveelste keer is teleurgesteld. Ze schuift haar schoteltje weg en gaat met haar speelgoed spelen.

Het is niet voor het eerst dat ze iets zoets laat staan. Heel veel kleurige toetjes, bij voorkeur in haar lievelingskleur roze zijn voor ons over de toonbank gegaan. Roze snoepjes, felrode suikerlaagjes, zwaar gearomatiseerde vruchtenyoghurtjes. Kinderen willen dat nu eenmaal. Dat klopt. Hebben willen ze het wel. Maar eten wil mijn dochter het bij nader inzien niet.

Misschien als ik nu heel enthousiast roep: “Lekker he? Mmmmm. Toetje! Dat is toch zooo speciaal!” Net als in de reclame. Misschien dat ze dan leert om het veel te zoete, geparfumeerde, fel gekleurde snoepgoed en lekkers ook werkelijk lekker te vinden. Dat zou ik kunnen doen. Maar eigenlijk ben ik liever gewoon blij.

Is ons kind een uitzondering? Onze jongste houdt al meer van zoet, maar zij laat ook regelmatig haar toetjes en taartjes staan. En als vriendjes en vriendinnetjes langskomen krijg ik vaak de indruk dat andere kinderen helemaal niets willen eten. Snoep willen ze vaak wel, maar eigenlijk vooral omdat 't thuis niet mag. Om grenzen te testen dus. Pas in de tweede plaats om het te eten.

Onze dochters eten prima. Misschien hebben we geluk. We hebben er nooit een strijdpunt van gemaakt. Wel iets nieuws altijd proeven. Maar als je iets niet lust of gewoon geen honger hebt dan hoef je het niet te eten. Wel zoveel mogelijk volkoren brood, dat eten ze gek genoeg liever dan witbrood. En veel groente – gewoon door de aadappelen en een piepklein beetje vlees heen. Fruit mogen ze altijd pakken, koek niet. Soms eten ze weinig, soms doen ze voor ons volwassenen nauwelijks onder.

Maar geraffineerde suiker en witmeel proberen we wel te vermijden en te beperken. Dus dat zijn ze eigenlijk niet zo gewend.

Zou dat het zijn? Eigenlijk gewoon gewenning? Zou het kunnen dat we ook echt moeten leren om al die zoete, kleurige dingen vol kunstmatige smaakstofjes lekker te vinden? Dat het dus niet van nature komt? Dat zou eens iets zijn. Dan begrijp ik eindelijk waarom zoveel reclame nodig is om die spullen te verkopen. Zonder die reclames zouden we dergelijk zoet spul immers nooit eten.

zaterdag 21 juni 2008

Melk


Ik ben helemaal in de war.
“Onze boterberg is schoon op”, zegt een vriend stellig.
“Jaha, niets van over”, roept de ander.
Daarom is boter en melk ook duurder geworden sinds een half jaar ofzo. Zo'n 30% bovenop de prijs van alle melkproducten. Nu kostte een goedkope liter melk maar 45 cent, en nu dan 65, maar toch. Er gaan heel wat liters in de koffie, elk jaar. En de prijzen van kwark, boter en kaas gaan ook mee omhoog.

Ben ik daarom in de war? Nee. Ik ben in de war omdat de boeren nu niet méér, maar juist minder voor hun melk krijgen. In plaats van 49 euro per 100 liter krijgen zij nu 39 euro. Kan ik niet meer rekenen, of is dit raar?

De kostprijs van 100 liter rauwe melk ligt op 43 euro. Dus in plaats van zes euro winst per liter draait de boer nu vier euro verlies. En daarom protesteren de boeren ook. Dat snap ik wel. Zelfs al weet ik niet hoe rekbaar het begrip kostprijs hier is. Als je niet uit de kosten komt heb je een probleem.

Maar volgens een woordvoerder van LTO, een grotere melkveehoudersbelangenorganisatie, zit het anders. De prijzen waren juist eerst gestegen, want er was meer vraag op de wereldmarkt uit India en China. Alweer India en China, die wilden toch juist olie? Maar goed, die prijzen waren dus gestegen. En nu zakken de prijzen gewoon weer. Niets aan de hand dus. Melkveehouders verdienden vorig jaar nog gemiddeld 84,000 euro. Oh. Dat is best veel. Denk ik.

Maar wacht even. Bedoelt de goede man nu 84,000 euro omzet of bedoelt hij schone winst? Dat is nogal een verschil. Als het winst was, dan maken ze nu maar liefst 58,000 euro verlies. Dat zal hopelijk wel niet. Waarschijnlijk is het dan omzet. En dan is de winst geen vetpot. En nu dus ook niet.

En hoe zit dat nu. De melkprijs moest toen toch niet voor niets omhoog? Boeren leden toch verlies en de voorraden waren op? Betaal ik dat kwartje per liter extra dan voor niets?

Of lijdt er iemand anders verlies? De tussenpersoon misschien? De distributeur, de fabriek, of zelfs de groot- of detailhandel? Zouden zij hun prijzen wellicht te veel hebben gedrukt in een tijd dat er nog wel een boterberg en een melkplas was? Of zouden de overnames tussen Nestle, Campina en Danone te veel gekost hebben en moet de “boekwinst” nu op de klant en de boer tegelijk verhaald worden? Je kunt natuurlijk best een collega opkopen voor veel geld, maar je moet dat geld dan ook ergens vandaan halen. Van klant en boer dus?

Nog steeds snap ik het niet. Ik vermoed dat de prijs van de melk in de winkel niet gaat zakken. Ik moet me er maar bij neerleggen denk ik. Melk is nog altijd goedkoper dan benzine, troost ik mezelf. Misschien moet ik maar een witte motor in mijn auto laten zetten. Dan valt die verhoogde melkprijs weer mee. Alleen jammer dat de boer de vruchten van die prijsverhoging nu weer niet krijgt.

Bronnen o.a.:
De Pers, 27-31 mei 2008

vrijdag 16 mei 2008

Krach


“Federale bank verlaagt de rente voor het laatst” staat er. Als ik het artikeltje lees wordt het al “misschien”. Zo te zien hebben de banken het moeilijk hun geld te slijten. Waarschijnlijk is er wat te veel van in omloop, als ze hun prijzen zo moeten verlagen. En dat ze moeten dreigen dat dit toch echt de laatste laatste uitverkoop is. Of draait de economie echt niet hard genoeg? En is de Amerikaanse huizenmarkt aan het instorten? Gaan juist veel te veel mensen failliet, kunnen zij hun bank niet meer betalen, en kunnen de banken zo zelf hun leningen niet meer aflossen?

Het is de Kredietcrisis. Met een grote K. Zulke crises gebeuren om de zoveel jaar, want van alle werkdagen in de week is er wel een zwarte versie. “Black monday”, “black tuesday”, en ga maar door. Als de beurzen in het weekend ook open zouden mogen hadden we vast ook een “black weekend”. En eigenlijk gaat het nog best goed, schijnen veel economen te vinden. In de 19e eeuw gingen elk decennium heel wat banken failliet aan kredietcrises.

Een paar maanden geleden kopten de kranten nog met grote letters: Krach!
Dan ging het nog niet over een echte beurs-krach, hoor. De economen in verschillende artikelen benadrukken dat de kredietcrisis in de VS helemaal geen invloed zal hebben op onze Europese economie. Heus niet. Onze economie is sterk. Geloof ons maar. Zolang je ons gelooft komt het allemaal wel goed. Want economie gaat om consumentenvertrouwen. Als wij nog maar blijven kopen, dan draait die economie wel door. Als mensen nou nog maar die grote uitgave doen in dit kwartaal, en wel die plasma-tv kopen, dan zijn wij behoed voor een beurscrash, zegt eentje [De Pers, januari 2008].

Wacht even. Als ik maar een nieuwe flatscreen televisie koop is onze economie gered? Heeft deze man aandelen in platte beeldschermen of meent hij dat echt? Ik ben bang dat hij het echt meent. Als ik maar een plasma-tv of een soortgelijk duur luxe-artikel aanschaf blijft de economie nog wel door draaien. Dat is het idee.

Maar dan hebben we toch een bizarre economie? Die geweldige groei-economie die er voor moet zorgen dat overal ter wereld welvaart komt, die is er van afhankelijk dat ik persoonlijk een flatscreen koop? Nee, nee, nee. Hoor ik de economen al zeggen. Hij bedoelt dat we allemaal moeten blijven kopen. Dure luxe artikelen wel te verstaan. Flatscreens dus. En dat moeten we dan allemaal blijven doen. Dus toch. Want ik hoor ook bij ons allemaal. Ik moet ook een flatscreen kopen.

Misschien zit er wel iets in. Ze zeggen het vast niet alleen om mij bezig te houden.

Geld moet natuurlijk rollen. Dat weet iedereen. Waarom? Nou ja, als je er even over nadenkt is dat misschien wel logisch. Zolang de bakker broden verkoopt, krijgt hij geld en kan hij dat wat hij nodig heeft van anderen kopen. Zolang de aannemer huizen verkoopt kan hij zijn brood blijven betalen. En zolang mensen luxe artikelen kopen kan de verkoper van luxe artikelen ook betalen voor zijn eten en wonen. Dus zolang het geld rondschuift blijven we voor elkaar doen wat er nodig is.

Maar wat nu als iemand op het geld gaat zitten? Wat als iemand niet meer meeschuift met het doorschuifspel? Wij zouden natuurlijk met zijn allen op ons geld kunnen gaan zitten. Bijvoorbeeld omdat we bang zijn dat de economie niet meer voor ons werkt. Als we werkelijk allemaal geen eten meer kopen, geen huizen meer verbouwen en geen benzine meer tanken, dan hebben heel veel mensen geen inkomsten meer.

Maar ja. Eten kopen, dak repareren en filerijden horen toch tot onze eerste levensbehoeften. Dus daar stoppen we vast niet zo snel mee. Hooguit klagen we harder en kopen we iets anders niet. Zo'n flatscreen misschien. En dat raakt alleen de flatscreenverkopers. Niet de rest.

Of zou het soms zijn dat de banken en andere grootinvesteerders vrezen dat ondernemers en huizenkopers niet meer durven te lenen? Of erger nog, dat deze leners niet meer hun rente kunnen betalen? Dat zou schokkend zijn... dat al die mensen niet meer twee tot vijf keer zoveel geld kunnen ophoesten als ze ooit geleend hebben! Want met een beetje hypotheek betaal je tenminste wel het dubbele van je leensom over de jaren. En hypotheken hebben de lagere rentes. Over consumptiekredieten (zoals voor een nieuw flatscreen) hebben we het dan nog niet eens.

Misschien zijn het juist wel de bankiers die op hun geld dreigen te gaan zitten. Uit angst dat ze niet meer genoeg zullen verdienen. Verhoog die rente dan maar, lijken ze te zeggen, dan betalen die mensen die nog wel kunnen betalen maar iets meer. Maar ja, als je de rente verhoogt dan kunnen juist nog minder mensen betalen. Dat schiet natuurlijk niet op. Dan krijg je juist een crisis.

Dan nog maar een keer de rente verlagen? Dan zou die wel eens naar de nul procent kunnen gaan neigen. Dan krijgen banken alleen nog betaald voor het werk dat ze werkelijk doen. Dat zou wellicht ook te schokkend zijn. Alleen maar een commissie voor het regelen van een hypotheek, en de administratieve kosten. Dan zul je wel verplicht moeten aflossen natuurlijk, want anders leent iedereen zich suf. Dus bijna nul procent rente en geen aflossingsvrije hypotheken meer. Zou dit het alternatief zijn om de economie gaande te houden?

Zouden vooral de centrale banken dit aandurven? Zouden de aandeelhouders van de federale bank aandurven dat hun winst zwaar inkrimpt om daarmee de economie gaande te houden? Zouden ze dat doen? Heel misschien als ze moeten. Maar niet van harte, vermoed ik zo. Liever een crisisje meer voor de wereld dan zelf een paar autos, privejachten en zomerhuisjes minder.

Tja.

Ik denk dat juist die bankiers, investeerders en aandeelhouders van de centrale banken dat extra flatscreen maar moeten kopen. Ter afleiding. Dan kan de rente gewoon zo laag als de markt dat wil, en hoeven zij zich ook geen zorgen te maken. Want zij kijken naar hun nieuwe flatscreen. En natuurlijk niet naar het financiele nieuws, maar gewoon naar een leuke tekenfilm ofzo. Dan helpt zo'n flatscreen misschien wel echt.

woensdag 7 mei 2008

Horizon


“Vind jij ze lelijk?” vraag ik de vriendin.
“Nee, eigenlijk wel mooi”
“En jij?” vraag ik aan de vriend, terwijl we staren naar de wijde horizon. Hij blijft een beetje stil. Ik weet dat hij ze uit principe alleen al mooi vindt.
“Ach, er zijn altijd mensen die zeuren. Iedereen is tegen als het in zijn achtertuin komt.”
Ik drijf het op de spits. “Vinden jullie het horizonvervuiling?”
“Nee, het is juist wel indrukwekkend om te zien.”

Zo scherp was mijn spits bij nader inzien niet. We zijn net in Duitsland, over de grens van Belgie. Golvende heuvels, bosjes groene bomen, boerderijen, kleine weggetjes, hoge rood-wit gekleurde windmolens. Een roofvogel hangt hoog in de lucht bij een van de gevaartes. Veel last ondervindt hij er blijkbaar niet van. Majestueus wieken enkele molens langzaam in het rond. Andere staan stil. Wind is er wel genoeg, zelfs al is het niet veel. Maar misschien is er even niet zoveel energie nodig.

“Of misschien staan ze stil voor onderhoud” zegt de vriend.
“Zoveel tegelijk?” vraag ik. Het zijn er tientallen en tientallen over de wijde horizon verspreid.
We staren een tijdje peinzend. Het is natuurlijk overdag, en er is veel zon, dus wellicht is er inderdaad minder energievraag. We hopen maar dat het niet is omdat een lokale kerncentrale te veel energie over heeft, en dat daarom de molens stil gezet zijn.

Op de Faroer eilanden heb ik wel onder zo'n molen gestaan. Een reus uit Don Quichotte. Stil kon je hem niet noemen, maar een beetje autoweg maakt aanzienlijk meer lawaai. Nu in Duitsland horen we ze helemaal niet. Natuurlijk staan ze ook best ver weg. Maar we blijven er bij. Ze zijn gewoon mooi.

Later lees ik dat bij de Duitse grens, bij Bullingen, juist een handvol molens is geplaatst om de hele directe omgeving van energie te voorzien. Zes molens voorzien in de totale energiebehoefte van zo'n tienduizend woningen. Ik lees het nog een keer. Een handvol molens is genoeg om meer dan 30 miljoen kilowatt-uur duurzame, schone energie te leveren. Geen CO2, geen voortdurende inkoop van gas of olie. Zes molens. Al die andere molens op de grens leveren dus energie voor andere dorpen of nabije steden.

De marginale kosten van een kilowatt-uur windmolen-energie zijn minder dan een cent. Zo lang je ze niet midden in zee plaatst, tenminste. Dat betekent dat je na de aanschaf en plaatsing nauwelijks meer kosten hebt voor onderhoud en gebruik: minder dan een cent per kilowattuur. Een gemiddeld gezin gebruikt zo'n 3500 kilowatt-uur per jaar, dus dat is minder dan 35 euro per jaar, exclusief belastingen en transportkosten. Dat is dan wel een gezin met wasdrogers, diepvriezers en vaatwassers. Zelf kom ik met mijn gezin niet aan dat bedrag. Misschien nog wel aan 25 marginale euros per jaar.

Natuurlijk moet je een molen wel eerst bouwen. Maar ja, dat moet met een kerncentrale of een kolen- of gascentrale ook. Kolen en gas worden net als olie rap duurder. En uranium vinden we (gelukkig?) ook niet in onze eigen achtertuin, dus daar zijn we ook afhankelijker van de handel. Wind blijft daarentegen vast nog wel even gratis.

Ik mijmer eens over die nieuwe windmolens bij Bullingen. Zij hebben daar vast wel steun gehad van hun overheid, want die houdt wel van schone energie. Schijnbaar in tegenstelling tot de onze. Want bij ons zijn subsidies op het gebied van wind- en zonne-energie liefst ondoorzichtig, experimenteel, tijdelijk en practisch nauwelijks te verkrijgen. En in Duitsland worden de aanzienlijke subsidies op zonnepanelen gedekt door een extra opcent op elke kilowattuur. Hierdoor is het voor de regering kostenneutraal, en hoeft dus niet elk kabinet zich weer over de vraag te buigen. Het hoeft niet eens op de begroting te staan. Duitse daken raken gaandeweg steeds voller met zonnepanelen.

Zou onze gasbel er mee te maken hebben? Dat kan toch haast niet? Natuurlijk heeft de overheid een aardig potje aan inkomsten uit Slochteren, en wellicht verdienen individuele besluitvormers stiekem nog wel een centje extra uit die bel. Maar ook zij hebben toch kinderen en longen? Of zouden ze die haten? En toch lopen juist Groot Brittannie en Nederland trots achteraan als het gaat om schone energie in Europa. En de engelsen hebben Noordzee-olie, en wij hebben Groningsch Gas. De Denen hebben voornamelijk ruimte en wind. Die draaiden in 2007 al voor 20% op wind-energie. Zelfs de Spanjaarden (met heel kleine beetjes eigen olie) lopen ver voor, met maar liefst 30% in 2008. En onze oosterburen hebben absoluut gezien misschien wel de meeste molens en know-how... Ook zij lopen dus ver voor.

Stel nu dat we onze hele overheid voor het gemak eens vergeten. Zou het uit kunnen? In mijn wijk zijn zo'n vierduizend woningen, met grofweg tienduizend bewoners. Dat is minder dan de woningen bij Bullingen. Met twee molens van elk 2,5 megawatt capaciteit zou je er ruim zijn (die levert dan zelfs bij 30% efficientie nog genoeg). Een enkele molen zou je ook kunnen nemen, maar zo kan er nog eens eentje uit staan voor onderhoud. Een moderne molen van 2 a 3 megawatt capaciteit kost ergens tussen één en twee miljoen euro. Dus omgeslagen per bewoner is dat een investering van maximaal... 4.000.000 / 10.000 = 400 euro per persoon. Of 1000 euro per huishouden. Over dertig jaar levensduur zijn dat ongeveer 35 euro per jaar. En de onderhoudskosten zijn net zoiets. Jaarlijks zijn de electra-kosten per gezin dan eigenlijk verwaarloosbaar, zelfs op bijstandsniveau. Hmmm.

Zelfs de energiemaatschappij zou dit interessant kunnen vinden. Een windmolen kan bij wijze van spreken direct op het bestaande transformatorhuisje worden aangesloten. Een onderhoudsmonteur zal misschien wat meer door het land moeten rijden om elke molen op te zoeken. Maar daar staat weer tegenover dat niemand een compleet park van windmolens in zijn achtertuin hoeft te hebben, en dat we daar ook geen heel nieuw eiland voor hoeven op te spuiten. En aangezien de molen een stuk dichterbij de uiteindelijke afnemer staat zijn de transportverliezen ook minimaal. Veel minder dan de pakweg 45% energieverliezen in de lange hoogspanningskabels van nu.

Expres heb ik overigens het huidige gasverbruik buiten beschouwing gelaten. Op termijn zouden we best allemaal op electra kunnen gaan koken, en met electra ons water kunnen opwarmen. Maar dat zou nu voor de meeste huishoudens een extra investering zijn. De combi-ketel zou vervangen moeten worden door een electra-ketel, de bekabeling in huis zou zwaarder moeten, en het gasfornuis zou vervangen moeten worden. Het zou wel kunnen. Het zelfde geldt voor de energievoorziening van ons naburige bedrijventerrein. Dan zet je er nog een paar molens bij. Of je koopt een paar grotere.

Haken en ogen zijn er natuurlijk nog een paar. Zelfs in Nederland is het wel eens absoluut windstil. Dus er blijven wel een paar gewone centrales nodig die stand-by kunnen staan. Het zou mooi zijn als we alle overtollige windenergie ergens veilig op konden slaan. En dan de vergunningen: Gemeentes, Provincie en Rijk moeten een beetje mee gaan. De eerste financiering moet nog ergens vandaan komen. Het afbetalen is geen groter probleem dan de huidige electra-rekening. De expertise moet verspreid worden. In wiens achtertuin komt de molen in de praktijk? En last but not least: zijn er mensen die die molens toch echt lelijker vinden dan hoogspanningsmasten, schoorstenen van huidige centrales, en de mogelijke gevolgen van ons eigen Harrisburg of Chernobyl? En gaan zij er iets van zeggen?

Ik breng mijn dochtertje te logeren bij een vriendin in Amsterdam. Terwijl we wachten op de bus op Sloterdijk zie ik in de verte de rustige wieken wentelen van een lange rij windmolens. Ik zie er meer dan tien. Zou dat betekenen dat ze stroom geven voor meer dan 20,000 huishoudens? Ik weet niet van welk type ze zijn. Het zou zomaar kunnen. De molens waren me nooit echt opgevallen. Ik geloof ook niet dat iemand anders zich er aan stoort.
Misschien is er dan toch nog hoop voor onze horizonvervuiling.

Bronnen o.a.:
en.wikipedia.org/wiki/Wind_power_in_Spain
en.wikipedia.org/wiki/Wind_power_in_Denmark
en.wikipedia.org/wiki/Wind_power
nl.wikipedia.org/wiki/Windenergie
www.enercon.de
www.vestas.com

zondag 23 maart 2008

Berbers


Je hebt barbaren en barbaren. En na het schrijven over de barbaarse uitwerking van het woord “barbaar” op de redelijke gedachtengang kon ik niet laten toch nog iets meer over de “echte” barbaren te lezen. In mijn kast stond nog een recent boek van Terry Jones, ooit lid van het illustere komisch gezelschap Monty Python, en historicus Alan Eirera. Het heet “Barbarians”, en daar gaat het ook over. Of eigenlijk gaat het over hoe archeologen en geschiedkundigen langzaam beginnen uit te vinden dat de barbaren van weleer minstens zo gecultiveerd waren als de Romeinen. En dus eigenlijk helemaal niet zo barbaars.

De Kelten, zoals de Galliers, hadden hun eigen wegen van hout, hadden betere strijdwagens, minstens zulke grote steden en veel meer goud dan de Romeinen. Dat goud was waarschijnlijk ook de aanleiding voor Julius Ceasar, die hier en daar wat enorme schulden had lopen, om zich op te werpen als redder van Gallia. Of eigenlijk meer redder van het goud van Gallia. En passant vermoordde en ontheemde hij even een miljoen Galliers.

Dacia was al minstens zo'n rijk koninkrijk, met indrukwekkende forten en nog veel diepere goudmijnen. Ook daar wilde Romeinse keizer Trajanus wel even het goud komen halen. En om te voorkomen dat de Daciers zouden klagen moordden de Romeinen naar eigen zeggen nu bovendien het hele volk van Dacia uit. Ze onthoofdden gewoon iedereen, en zetten de hoofden op staken. De Dacische goudmijnen lagen overigens in huidig Roemenie, bij Transylvanie, waar Dracula vandaan zou komen. Alle Daciers werden afgeslacht, inclusief vrouwen en kinderen. De veroveraars waren zo grondig “dat slechts veertig man over bleef”. Of dat helemaal waar is valt nog te betwijfelen, want tegelijkertijd neemt de hoeveelheid Dacische gastarbeiders in Rome flink toe. Maar dat Romeinse schrijvers trots waren op wat tegenwoordig genocide genoemd zou worden zegt al genoeg.

Ja. Je krijgt een heel ander zicht op die barbaren, zo. En vooral ook op die gecultiveerde Romeinen, wiens cultuur wij zo graag nabootsen.

Eén volk dat barbaar genoemd wordt kom ik niet specifiek in het boek tegen. Misschien is dat omdat zij zelfs vandaag de dag steeds barbaren worden genoemd. Letterlijk. Nou ja, bijna letterlijk: Berbers.

Zelf noemen ze zich Amazigh, wat zoiets als “vrij mens” betekent. Maar de buitenwacht noemt ze nog steeds Berber. Die naam hebben ze waarschijnlijk gekregen van de Arabieren die hen onderwierpen, en het Romeinse woord “barbaar” hadden overgenomen. “Al barbar”. Maar misschien noemden de Romeinen ze ook al zo. Of heel misschien noemden ze zichzelf eerst ooit zo, en komt daar het woord barbaar vandaan. Maar dat laatste is moeilijk hard te maken.

De Berbers bewoonden ooit het gebied waar de hoogstande beschaving van Carthago was. De Carthagers waren eens de aartsvijand van Rome, nog voor de tijd van Julius Ceasar. Carthago was officieel een Phoenisische nederzetting, en de Phoeniciers kwamen van over zee. Maar het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat de plaatselijke Berbers nog wel een robbertje mee hebben gevochten tegen de Romeinen. Of Carthago ook werkelijk (veel) Berberse invloeden had is niet meer te zien. Als je vlak bij het huidige Tunis op zoek gaat naar sporen van Carthago vind je nog maar heel weinig. Wel staan er grote badhuizen van de Romeinse overwinnaars, over het oude Carthago heen gebouwd.

Veel later, in de achtste eeuw, veroverde een leger van Berbers grote delen van Spanje, onder berber Tarik ib Ziyad. En in Spanje bleven ze toen nog eeuwen lang zitten. Verder gaven Berbers hun naam aan de Barbarijse kusten, waar nu Marokko en Algerije liggen. Vanaf die kusten vielen Barbarijse piraten vijandelijke koopvaarders en oorlogsschepen aan. Waren het piraten of waren ze deel van een oorlogsvloot? Ach, barbaren kun je nauwelijks serieus nemen toch? Zelfs als ze heel georganiseerd zijn.

Na de Arabische veroveraar van het Berber-gebied kwamen de Fransen, en de Spanjaarden en Engelsen. Maar de Berbers bleven, en in de jaren twintig van de vorige eeuw vocht Abd-el-Krim nog een guerilla-oorlog tegen de bezetters. Ook zijn gevecht leverde uiteindelijk geen vrije natie op voor de Berbers. De Berbers die zichzelf Amazigh - of in meervoud Imazighen – noemen, de vrije mensen.

En nadat tienduizenden Berbers mee hadden gevochten in het Franse leger in de tweede wereldoorlog om onder andere de Elzas te bevrijden, werden zij in grote getale aangetrokken als gastarbeiders. Ook in Nederland, al onderscheiden we ze dan zelden van de andere Marokkanen. Berbers hebben nog steeds geen eigen land. Vaak worden Berbers ook niet serieus genomen, of zelfs niet eens gezien als bevolkingsgroep. En toch zijn er over heel Noord Afrika naar schatting 15 tot 25 miljoen Berbers, die ook nog hun eigen varianten van de berber-taal spreken. Uit Algerije komen regelmatig geluiden dat de Berbers als groep worden onderdrukt, en zelfs vermoord. Dat zal toch niet komen omdat ze nog steeds “barbaren” worden genoemd?

Af en toe doen de Amazigh nog massaal pogingen om gehoord te worden, met grote demonstraties. Ook de laatste jaren nog. Maar hun geluid verdrinkt hier natuurlijk tussen alle andere nieuws. Een Egyptenaar in Cairo vertrouwde me ooit toe dat hij geen Arabier was, maar een “berber”. Een barbaar dus. Zoals hij het zei klonk het bijna als een geuzennaam.

Bronnen o.a.:

Terry Jones & Alan Ereira, Terry Jones' Barbarians, 2006
Bode Harenberg, Chronicle of the World, 1989 e.v.
Wikipedia

vrijdag 21 maart 2008

Barbaars


Mijn dochtertje wil graag weten wat piraten eigenlijk precies zijn. Ze heeft natuurlijk wel een idee met televisiehelden als “Piet Piraat”, maar hoe was het nu echt? Trots trek ik een boek van haar moeder uit de kast: “het beste boek over Piraten”, vol met plaatjes en feitjes. Het is speciaal gemaakt voor jonge volwassenen, dus dat slaat vast aan bij mijn vierjarige.

“Dat is een meisjespiraat!” roept ze verrukt als ze de voorkant ziet.
En inderdaad, het zou bijvoorbeeld Mary Reid kunnen zijn of mischien Anne Bonny. Dat waren inderdaad vrouwelijke piraten. En er waren er zo vast veel meer. Dochterlief is er wel mee in haar nopjes. Eindelijk een ander voorbeeld voor wat je kunt zijn dan alleen maar roze, dweperige sprookjesprinsessen.

Uiteindelijk zit ik meer in het boek te lezen dan zij. In de Middellandse zee bij Turkije namen Cilicische piraten ooit de latere Romeinse Keizer Julius Ceasar gevangen. Ze vroegen een gepeperd losgeld voor hem. De Cilicische piraten zouden nog meer dan tien jaar de Middelandse Zee beheersen, voor ze door de Romein Pompeius werden opgerold. Pompeius doodde er zo'n tienduizend, en nam er twintigduizend gevangen.

Zo, dat is nog eens een vette piratenbende! Dat is de hele vloot van een volk! Om de aantallen alleen al kun je het nauwelijks meer piraten noemen. Zouden die Romeinen eigenlijk een oorlog gevoerd hebben tegen de souvereine natie de Ciliciers, en het een “politionele actie” genoemd hebben? In diezelfde jaren bezet Pompeius ook even Syrie en Judea, die daar vlakbij liggen. Woonden daar soms ook piraten?

Er staat dat de Ciliciers de barbaarse gewoonte hadden om gevangenen met hun ruggen aan elkaar te binden en in zee te werpen. Dat is nu echt barbaars. Heel anders dan de gecultiveerde Romeinse gewoonte om hun gevangenen voor de leeuwen te werpen.

Waarom noemen we barbaars eigenlijk barbaars? Blijkbaar heeft het ook te maken met wie het doet. Als de buitenlander of de vijand het doet, dan is het barbaars. Als de binnenlander of de overwinnaar het doet is het gecultiveerd. Nou ja, gecultiveerd noemen we voor de leeuwen werpen nu ook niet echt meer. Maar als ik schrijf: “de Romeinen waren zo barbaars dat ze mensen voor de leeuwen wierpen”, dan klinkt dat toch als een ongewone uitspraak.

Dus misschien is “barbaars” nog steeds een propagandistisch woord, net zoals dat het ooit bij de Romeinen was. Zij gebruikten het namelijk voor iedere, met name vijandelijke buitenlander, en dan met een denigrerende bijklank. De Romeinen hadden het woord ooit overgenomen van de Grieken, die er waarschijnlijk een wat minder negatieve waarde aan hechtten, en eigenlijk alleen doelden op de onverstaanbaarheid van de buitenlander. Een beetje alsof ze alleen maar “barbarbarbar” konden zeggen in plaats van algemeen beschaafd Grieks spreken.

Tegenwoordig hebben met name Amerikaanse schrijvers het nog wel eens over “barbaren voor de poorten”. En dan bedoelen ze vaak een ander, vaak best hoog ontwikkeld volk dat dan toevallig even niet zo aardig wordt gevonden door de schrijver. Sowjet-Russen bijvoorbeeld, of moslims, of Chinezen. Als je het woord barbaar gebruikt vergeet je dan even dat het eigenlijk over mensen gaat. Mensen die ook een relatief rechtvaardige en hoogstaande cultuur kunnen hebben, al is die dan een beetje anders dan de onze. Handig woord: barbaar.

dinsdag 4 maart 2008

Wapen


Ik neem positie zoals ik dat geleerd heb. Met mijn rechterhand ontgrendel ik het mechanisme. Voorzichtig ga ik nog een keer na of ik alle voorzorgen heb genomen. Dan duw ik de hendel naar voren tot ik een klik hoor. Mijn handen leg ik losjes om de handgrepen heen. Ik heb een wapen.

Maar ik heb er ook een licentie voor. Ik heb lang lessen genomen met een ervaren instructeur, en af kunnen kijken bij veel andere ervaren vergunninghouders. En ik weet wat ik doe. Ik ga niet zomaar mensen doodmaken, ben je mal!

Tegenwoordig is het hebben van een wapen best controversieel. Dat komt door terrorisme enzo. En door scholieren die hun medeleerlingen neerschoten in vlagen van verstandsverbijstering. Laten we wapens en vergunningen maar gaan verbieden, gaan stemmen op. Ze zijn ook erg gevaarlijk. Wapens. Als ze gebruikt worden.

Maar gek genoeg wordt zelden aandacht besteed aan mijn type wapen. En dat terwijl er toch aanzienlijk meer slachtoffers mee gemaakt worden dan met het gemiddelde vuurwapen. Per jaar zijn er in Nederland alleen al tussen de achthonderd en de duizend dodelijke slachtoffers. Dat zijn er meer dan vier keer zoveel als bij vuurwapens en steekwapens samen. En toch wordt er lang zo moeilijk niet over gedaan. Mijn wapen is namelijk ook nodig als vervoer. Het is een auto.

Vaak stappen we in de auto zonder er bij stil te staan hoeveel kracht we in handen houden. We hebben de monsters immers goed onder controle. Nog even inhalen, dat kan best, precies er tussen door. En hoe hard je echt rijdt in een moderne auto is nauwelijks te horen of te voelen, zo stil zijn ze, en zo snel reageren de remmen. Niet zo snel als sommige bumperklevers schijnen te denken, maar wel snel.

Natuurlijk rijdt niet iedereen te hard, of gevaarlijk. De meesten rijden bijzonder netjes. Maar net als bij vuurwapens hoeft er maar eentje net te gevaarlijk te doen, en het kan dodelijk aflopen. En toch lees ik nergens dat race-spelletjes op de computer verboden zouden moeten worden omdat ze aanzetten tot gevaarlijk gedrag. Nergens lees ik dat rijbewijzen voortaan alleen aan echte professionals vergeven zouden mogen worden.

Zelfs in de VS, waar vuurwapens net zo vrij verkrijgbaar zijn als auto's is het aantal doden veroorzaakt in het verkeer twee keer zo hoog als bij de pistolen en geweren. In 2004 waren het er 44,000, of ongeveer 15 op de 100,000. Vuurwapens komen daar op 7,7 op de 100,000: ook veel te veel natuurlijk. Auto's maken ook veel meer slachtoffers dan terrorisme. Op Amerikaans grondgebied waren er in 2001 maar liefst 2,997 volgens het laatste dodencijfer van de aanslag op het WTC. Dat betekent op een bevolking van 300,000,000 bijna 1 per 100,000. En in de jaren er op was het aantal terrorismedoden in de VS practisch nul.

Toch lees ik veel meer over terrorisme dan over verkeersdoden. En in naam van het bestrijden van verkeersdoden gaf de VS geen honderden miljarden uit in de laatste jaren. In de naam van terrorismebestrijding wel.

Mijn wapen mag blijkbaar gewoon. Ik denk nog even aan mijn opa. Als hij ging rijden zat hij altijd even rustig achter het stuur en haalde diep adem voor hij weg reed.
“Waarom doe je dat toch” vroeg zijn vrouw, mijn oma.
“Ik bestuur een dodelijk werktuig” zei hij dan,
“en ik moet me concentreren en rustig zijn om dat goed te doen”.

Ik probeer net zo te rijden als mijn opa. Geconcentreerd en rustig laat ik de koppeling opkomen, en nog één keer controleer ik of de weg vrij is. Dan rijd ik weg.

bronnen o.a.:

Centraal Bureau voor de Statistiek
www.cbs.nl

National Center for Health Statistics
www.cdc.gov/nchs/fastats/acc-inj.htm